Uitspraak
wonende te [woonplaats],
zetelende te Arnhem,
1.Het geding in feitelijke instantie
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
De rechtbank heeft althans, aldus het middel, gehandeld in strijd met art. 287 lid 1 Rv Pro in verbinding met art. 230 leden Pro 1 en 3 Rv en met art. 5 lid 1 EVRM Pro doordat haar hiervoor in 3.1.4 weergegeven beschikking niet voldoet aan de eisen van art. 230 leden Pro 1 en 3 Rv.
Dit geldt zowel voor de mondelinge uitspraak als bedoeld in art. 30p Rv (waarvoor dit volgt uit de wet), als voor de mondelinge uitspraak volgens de bestaande praktijk (vgl. onder meer Parl. Gesch. Burg. Procesrecht, p. 403).
4.Beslissing
20 april 2018.