Conclusie
middel
Parket bij de Hoge Raad
In deze zaak stond centraal of een kind dat eerder op een basisschool was ingeschreven en daarna in het buitenland verbleef, alsnog vrijstelling van de inschrijvingsplicht kon krijgen op grond van bezwaren tegen de richting van het onderwijs. De verdachte, als verzorger van het kind, werd veroordeeld wegens het niet voldoen aan de inschrijvingsplicht.
Het hof oordeelde dat de wettelijke regeling van de Leerplichtwet 1969 strikt moet worden uitgelegd. Een vrijstelling kan niet worden verkregen als het kind ooit op een school is geplaatst waartegen bezwaren bestaan, ook als het kind tijdelijk in het buitenland verbleef. Dit oordeel werd bevestigd door de Hoge Raad, die de cassatie verwierp.
De Hoge Raad benadrukte dat de regeling de vrijheid van onderwijs respecteert, maar dat de leerplicht en de voorwaarden voor vrijstelling duidelijk en strikt zijn. De eerdere inschrijving van het kind op een school sluit een latere vrijstelling uit, ook als het beroep op vrijstelling pas na terugkeer uit het buitenland wordt gedaan. De Hoge Raad vindt dat deze uitleg niet in strijd is met het legaliteitsbeginsel of met grondrechten zoals het recht op godsdienstvrijheid.
De zaak illustreert de balans tussen de leerplicht en de vrijheid van ouders om bezwaren te uiten tegen het onderwijs, waarbij de wetgever een restrictieve lijn volgt om willekeur en misbruik te voorkomen. De Hoge Raad bevestigt dat de strafrechter de geldigheid van vrijstellingen toetst en dat bestuursrechtelijke toetsing niet aan de orde is.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling wegens het niet voldoen aan de inschrijvingsplicht omdat geen geldige vrijstelling kon worden verkregen na eerdere schoolplaatsing.