Conclusie
middelklaagt over de bewezenverklaring van het onder 3 ten laste gelegde medeplegen van poging tot verkrachting.
Parket bij de Hoge Raad
De zaak betreft een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin verdachte is veroordeeld voor medeplegen van poging tot verkrachting op 19 september 2014 te Malden. Verdachte en een medeverdachte hebben volgens het hof gezamenlijk en bewust samengewerkt bij het plegen van het feit.
Het bewijs bestond uit vijftien bewijsmiddelen, waaronder geluidsopnamen van gesprekken tussen verdachte en medeverdachte, telefoniegegevens die de aanwezigheid van verdachte nabij de plaats delict bevestigen, en verkeersregistraties van de auto van verdachte. Verdachte had een actieve en instigerende rol, onder meer door het klaarleggen van een tas met een verrekijker om potentiële slachtoffers te zoeken.
De verdediging voerde aan dat sprake was van slechts enkele voorbereidingen en dat de feitelijke uitvoering niet gezamenlijk was, mede omdat geen DNA-sporen van verdachte werden aangetroffen en slechts één dader door het slachtoffer werd gezien. Het hof verwierp deze verweren en motiveerde uitgebreid waarom sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking die neerkomt op medeplegen.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad concludeert dat het hof zijn oordeel voldoende heeft gemotiveerd en dat het cassatieberoep moet worden verworpen. Er zijn geen gronden voor vernietiging van het arrest. De bewezenverklaring en de kwalificatie van medeplegen zijn naar het oordeel van de Hoge Raad niet onbegrijpelijk.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; de bewezenverklaring van medeplegen van poging tot verkrachting blijft gehandhaafd.