Conclusie
P. Vlas
1.Feiten en procesverloop
letter of guaranteeaf te geven ten behoeve van [A]. In een brief van 24 juni 1998 heeft KPMG, de accountant van [A], geadviseerd dat een dergelijke
guaranteegeen oplossing zou bieden voor de situatie van [A].
pledge agreements. Op 25 september 1998 zijn BI en [A] onder meer een
Pledge Deposit Agreementaangegaan. Ook heeft BI de resterende (opeisbare) deposits (‘free deposits’) niet bij [A] opgeëist.
Asset Downsizing Planovereengekomen. In 2000 en 2001 zijn twee
Asset Downsizing Plansuitgevoerd.
Borrowereen
Facility Agreementmet een looptijd van (ongeveer) een jaar aangegaan met een consortium van banken waarvan BI geen deel uitmaakt, voor bedragen variërend van USD 75 miljoen tot USD 150 miljoen.
primairgevorderd dat BI wordt veroordeeld tot betaling van een bedrag van in totaal € 97.330.916,98 aan boedelschulden en betwiste faillissementsvorderingen, vermeerderd met wettelijke en contractuele rente,
subsidiairbetaling van eenzelfde bedrag aan schadevergoeding door BI aan de crediteuren van [A]. [3]
2.Bespreking van het cassatiemiddel
Subonderdeel 1.1klaagt dat op grond van art. 3 sub b Wet Pro Conflictenrecht Corporaties (hierna: WCC), thans art. 10:119 sub b BW Pro, het Nederlandse recht van toepassing is.
Subonderdeel 1.2klaagt dat als toch het EVO beslissend zou zijn, op grond van art. 4 lid 5 EVO Pro het Nederlandse recht zou moeten worden toegepast, omdat uit het geheel van omstandigheden blijkt dat de door BI aan [A] verleende garantie nauwer is verbonden met Nederland dan met Indonesië.
ICF/Balkenende). Ik citeer uit deze prejudiciële beslissing:
divestment). Volgens de curatoren wordt deze uitleg bevestigd door een brief van BI aan DNB van 9 maart 1998, waarin BI schrijft dat ‘we will continue to honour our commitments’ (zie hierboven onder 1.8) en in de brief van mr. Kellerman, advocaat van [A], van 5 februari 1998 (zie hierboven onder 1.5), waarin het afgeven van een dergelijke garantie wordt geadviseerd. Volgens de curatoren heeft BI deze garantie later meerdere malen ‘herbevestigd’, onder meer in een brief aan ([A] accountant) KPMG van 25 februari 2004. [14] Ook heeft BI volgens de curatoren meermalen ‘uitvoering gegeven aan de garantie’, onder meer door deposito’s te storten en aan [A] te verpanden, en ermee in te stemmen dat [A] over die deposito’s slechts beperkte bedragen aan rente en aflossingen betaalde. [15]
divestmentwas aangetast. [17] Geen van de betrokkenen ging ervan uit dat hiermee een garantie zou zijn verstrekt. [18] BI heeft weliswaar verschillende steunmaatregelen getroffen ten behoeve van [A], maar deze stonden op zichzelf en berustten niet op een garantie als door de curatoren gesteld. [19]
subonderdeel 2.1.1is onbegrijpelijk dat volgens het hof [A] BI alleen zou hebben verzocht om de desinvestering met drie jaar uit te stellen en niet heeft verzocht om een garantie in de door de curatoren bepleite zin. De zinsnede uit het persbericht ‘Bank Indonesia will ensure that [A] will meet its obligations’ moet immers ook op verzoek van [A] in het persbericht zijn opgenomen. De bedoelde zinsnede moet worden opgevat als (onbeperkte) garantie van BI ten behoeve van [A], zodat onbegrijpelijk is dat deze zinsnede volgens het hof ongevraagd in het persbericht zou zijn beland, aldus de klacht.
nietals garantie moet worden opgevat. Volgens het hof ligt het niet voor de hand dat BI beoogd zou hebben ongevraagd een dergelijke zwaarwegende verplichting terloops in een persbericht op zich te nemen. Dit oordeel is niet onbegrijpelijk, zodat de klacht faalt.
pledge depositswel is gebeurd. Het subonderdeel klaagt dat het ontbreken van een schriftelijke overeenkomst er niet aan in de weg staat dat een rechtens afdwingbare verplichting tot stand komt.
geengarantie was afgegeven. [26] Zij hebben niet betoogd dat een (of meer) van deze gebeurtenissen zelfstandig als aanvaarding van een garantieverplichting door BI zou moeten worden beschouwd. [27] Het hof heeft het betoog van de curatoren dan ook in die zin opgevat, dat de gebeurtenissen na het persbericht zouden bevestigen dat met het persbericht een garantie is afgegeven. Het hof heeft dit betoog afgewezen en in rov. 3.5.15 e.v. overwogen dat de gebeurtenissen die zich nadien hebben voorgedaan evenmin steun bieden voor het standpunt van de curatoren. De klachten komen erop neer dat deze gebeurtenissen daarvoor wél steun zouden kunnen bieden en dat het hof argumenten van de curatoren met die strekking zou hebben miskend.
Convention on Jurisdictional Immunities of States and Their Property(hierna: het VN-Verdrag), [39] dat op dit punt moet worden gezien als een codificatie van internationaal gewoonterecht. [40] Hiermee geldt in feite een presumptie van immuniteit ten gunste van de vreemde staat, in die zin dat een staat(sorgaan) niet behoeft te onderbouwen dat zijn eigendommen een publieke bestemming hebben, maar dat het aan zijn wederpartij is om het tegendeel aan te tonen.