Conclusie
[A]). Eiseres tot cassatie (hierna:
[eiseres] [1] ) is de praktijk-BV van [eiseres] , een voorheen aan [A] verbonden medisch specialist. Verweerders in cassatie (hierna:
Curatoren) zijn in de
pre-packperiode voorafgaand aan het faillissement stille bewindvoerder geweest en zijn vervolgens bij de faillietverklaring tot curator benoemd.
pro sehoofdelijk aansprakelijk voor de schade die zij stelt te hebben geleden, bestaande in onder meer gederfde goodwill, gederfde inkomsten en pensioenschade. De kern van het verwijt aan Curatoren is dat zij zich de belangen van [eiseres] onvoldoende hebben aangetrokken door de wijze waarop zij eerst tijdens de
pre-packperiode als stille bewindvoerders een doorstarttransactie met Spijkenisse Medisch Centrum i.o. (hierna:
SMC i.o.) hebben voorbereid en deze vervolgens na de faillietverklaring als curatoren hebben uitgevoerd. Rechtbank en hof hebben de vorderingen jegens Curatoren afgewezen.
[…] / […] .Tenslotte wordt opgekomen tegen het oordeel van het hof dat Curatoren niet
pro seonrechtmatig hebben gehandeld.
1.Feiten en procesverloop
het Maasstad). In dat kader heeft [A] met het Maasstad een intentieverklaring ondertekend, waarin partijen de intentie hebben uitgesproken op alle gebieden die zich aandienen samen te werken.
het Ikazia) en Stichting het Van Weel-Bethesda Ziekenhuis (hierna:
het Van Weel-Bethesda) de cardiologische zorg vanuit [A] op zich heeft genomen. [A] werd (vanaf 1 december 2012) onder verscherpt toezicht gesteld. Op 29 mei 2013 beëindigde de Inspectie voor de Volksgezondheid de verscherpte ondertoezichtstelling.
[A] ziekenhuis heeft, mede als gevolg van recente ontwikkelingen rond cardiologie, een analyse gemaakt van haar huidige en toekomstige mogelijkheden. Deze analyse heeft geleid tot de conclusie dat een zelfstandig ziekenhuis niet langer mogelijk is.
pre-packprocedure: het bestuur van [A] heeft op 5 juni 2013 de rechtbank ’s-Gravenhage verzocht een stille bewindvoerder aan te wijzen teneinde in relatieve rust en op voortvarende wijze een eventuele doorstart vanuit een faillissement voor te bereiden. De rechtbank heeft het verzoek dezelfde dag gehonoreerd, met de boodschap dat het doel van de
pre-packwas het realiseren van een zo hoog mogelijke opbrengst ten behoeve van de gezamenlijke schuldeisers en het beperken van maatschappelijke schade. Vervolgens hebben Curatoren als stille bewindvoerders hun werkzaamheden aangevangen. [5]
pre-packperiode zijn gesprekken gevoerd met twee overnamekandidaten, namelijk het Ikazia, het Maasstad en het Van Weel-Bethesda aan de ene kant en een investeringsonderneming aan de andere kant.
SMC) opgericht op 8 juli 2013. Zorg in Regio Zuid Coöperatief U.A. (hierna:
de Coöperatie) is enig aandeelhouder van het SMC. De Coöperatie is op 5 juli 2013 opgericht door het Maasstad, het Ikazia en het Van Weel-Bethesda.
6.1. De overdracht van de Activa vindt voor zover mogelijk zowel economisch, feitelijk als juridisch plaats per 24 juni 2013, 00.00 uur. Met ingang van dat tijdstip wordt het voorheen door [A] gedreven ziekenhuis geëxploiteerd voor rekening en risico van Koper en komen alle verdiensten en kosten voor de exploitatie vanaf die datum toe aan Koper en zal koper die verdiensten afrekenen met de medische staf en kosten betalen aan derden waaronder leveranciers.”
Met de transitie van [A] ziekenhuis naar Spijkenisse Medisch Centrum, hetgeen onder de regie van de 3 ziekenhuizen valt, is de vraag actueel hoe de medische zorg de komende periode zal worden ingevuld.
Tijdens de personeelsbijeenkomst op 27 juni 2013 zijn de medewerkers van [A] geïnformeerd over de laatste stand van zaken rondom de overname. (...) Aan alle medisch specialisten is op dinsdag 25 juni 2013 verteld dat alle contracten met specialisten komen te vervallen. Op vier specialisten na, is aan de medisch specialisten een dienstverband van zes maanden aangeboden om samen te kijken hoe het zorgaanbod in de toekomst verder ontwikkeld kan worden. (...)
Wij hebben ook een beroep op u gedaan om vanuit uw kennis en kunde een bijdrage te leveren aan de doorstart. De inzet die u daarvoor levert is zowel op de lange termijn als op de korte termijn naar onze opvatting beslist noodzakelijk. Wij spreken onze waardering uit voor de additionele inspanning die u naast de praktijk in het eigen ziekenhuis levert ten behoeve van Spijkenisse Medisch Centrum.
Inzet Medisch specialisten Spijkenisse
de Maatschap Dirksland), de Maatschap Radiologie Ikazia Ziekenhuis Rotterdam (hierna:
de Maatschap Ikazia), de Maatschap Radiologie Maasstad Ziekenhuis (hierna:
de Maatschap Maasstad) zijn maatschappen voor radiologie die verbonden zijn aan het Van Weel-Bethesda, het Ikazia en het Maasstad.
SMC c.s.) en Curatoren gedagvaard voor de rechtbank Rotterdam. Na wijziging van eis heeft zij (onder meer en voor zover thans nog van belang) gevorderd dat de rechtbank, uitvoerbaar bij voorraad,
€ 2.549.543, zijnde:
€ 13.177,68;
2.Bespreking van het cassatiemiddel
Onderdeel 1bestrijdt de aansprakelijkheidsmaatstaf waaraan het hof het handelen van Curatoren heeft getoetst.
Onderdeel 2betreft de vraag in hoeverre voor Curatoren een ruime mate van vrijheid bestond en of de goodwillverplichting uit de toelatingsovereenkomst gesloten tussen [eiseres] en [A] moet worden beschouwd als een ‘regel’ zoals bedoeld in het arrest
[…] / […].
Onderdeel 3bestrijdt het oordeel van het hof dat Curatoren niet onrechtmatig hebben gehandeld jegens [eiseres] .
pre-packprocedure gelijkgesteld aan de Maclou-norm. Het hof heeft miskend dat de (bijzondere) aansprakelijkheidsnorm voor curatoren niet van toepassing is op een stille bewindvoerder die zonder wettelijke basis (en dus zonder wettelijk toezicht [16] ) handelt. Volgens het middel behoort voor een stille bewindvoerder geen hogere aansprakelijkheidsdrempel te gelden dan in het gewone aansprakelijkheidsrecht [17] en is op het handelen van een stille bewindvoerder de voor
advocaten in het algemeengeldende zorgvuldigheidsnorm van toepassing
.Dit brengt mee dat een stille bewindvoerder (die in contractuele relatie tot de schuldenaar staat [18] ) ook rekening dient te houden met de gerechtvaardigde belangen van derden die (voorzienbaar) nadeel dreigen te ondervinden van zijn handelwijze. [19]
pre-packfase vóór het faillissement (onderdeel 1a), respectievelijk (ii) als faillissementscurator tevens voormalig stille bewindvoerder in de periode ná de faillietverklaring (onderdeel 1b).
persoonlijkeaansprakelijkheid van Curatoren aan de orde is, zal in het onderstaande eerst worden ingegaan op de Maclou-norm, zoals deze ook door het hof in rov. 2.8 tot uitgangspunt is genomen. Nu deze Maclou-norm is gebaseerd op de bijzondere kenmerken van de taak van de faillissementscurator, zal vervolgens worden ingegaan op de (bijzondere kenmerken van de) positie en taak van de stille bewindvoerder. Daarbij zal ook aandacht worden besteed aan het wetsvoorstel Wet Continuïteit Ondernemingen I (hierna: WCO I).
Maclou-arrest [21] – heeft uw Raad een (van die voor advocaten en vergelijkbare beroepsbeoefenaren afwijkende) specifieke zorgvuldigheidsnorm geformuleerd. Uw Raad overwoog daartoe als volgt:
beleidsvrijheidtoekomt.
Maclou-arrest wordt de gelding van een
specifiekezorgvuldigheidsnorm voor de faillissementscurator dus gebaseerd op de volgende bijzondere kenmerken van zijn taak: (i) de curator treedt bij het vervullen van zijn taak als curator niet op als advocaat of ter uitoefening van een daarmee vergelijkbaar beroep, (ii) de curator staat niet in een contractuele betrekking tot degenen wier belangen aan hem in zijn hoedanigheid zijn toevertrouwd, (iii) de curator moet bij de uitoefening van zijn taak uiteenlopende, soms tegenstrijdige belangen behartigen, (iv) zijn beslissingen kunnen vaak geen uitstel lijden, en (v) de curator behoort bij het nemen van zijn beslissingen óók rekening te houden met belangen van maatschappelijke aard.
pre-pack,dat wil zeggen een vóór faillissement in beslotenheid voorbereide doorstart van (een deel van) de onderneming die door een activatransactie na de faillietverklaring wordt geëffectueerd. [23] In Nederland vindt de aanwijzing van stille bewindvoerders in het kader van een
pre-packplaats sinds 2011. [24] Het doel ervan is om de doorstart na de faillietverklaring snel en efficiënt te laten verlopen, zodat schade door discontinuïteit in de bedrijfsvoering en waardeverlies kan worden voorkomen. Daarnaast kunnen maatschappelijke belangen een rol spelen, waaronder – zoals bij [A] – de continuïteit van zorg of behoud van werkgelegenheid. De meeste rechtbanken verlenen hun medewerking aan stille bewindvoering.
formelevariant benoemt de rechtbank in het kader van de behandeling van de faillissementsaanvraag een deskundige op de voet van art. 194 Rv Pro. Deze deskundige heeft bijvoorbeeld tot taak te onderzoeken of de schuldenaar verkeert in de toestand dat hij heeft opgehouden te betalen. Daarnaast formuleert de rechtbank veelal vragen over de mogelijkheden om de onderneming te continueren, hetgeen de deskundige ruimte biedt om een doorstart voor of in faillissement te onderzoeken. Indien de bevindingen van de deskundige ertoe leiden dat het faillissement moet worden uitgesproken, benoemt de rechtbank de deskundige als curator en kan hij als curator de vóór faillissement onderzochte doorstart realiseren.
informelevariant van stille bewindvoering toe: op verzoek van de schuldenaar laat de rechtbank weten wie zij voornemens is te benoemen als curator (en als rechter-commissaris) indien het faillissement van de betreffende schuldenaar op korte termijn wordt uitgesproken, waarbij eventueel een (beperkte) doel- of taakomschrijving wordt meegegeven. De stille bewindvoerder/toekomstige curator en de toekomstige rechter-commissaris kunnen zich korte tijd (doorgaans veertien dagen) verdiepen in de situatie van de schuldenaar en de doorstart voorbereiden, die zo spoedig mogelijk na de faillietverklaring en hun benoeming als zodanig wordt gerealiseerd.
pre-packen stille bewindvoering alsmede de roep uit de praktijk om een wettelijke regeling zijn aanleiding geweest om de
pre-packvan een wettelijk fundament te voorzien. Nadat een voorontwerp voor de WCO I (het ‘Voorontwerp’) ter consultatie had voorgelegen, heeft de minister in juni 2015 het wetsvoorstel WCO I ingediend. [28]
pre-pack, ten behoeve van de rechtszekerheid, een uitdrukkelijke grondslag in de wet. Met het wetsvoorstel is beoogd duidelijkheid te bieden over de figuur van de zogenoemde ‘
beoogd curator’ [29] en diens rol, taken en bevoegdheden, alsmede over de vraag onder welke voorwaarden een aanwijzing van een beoogd curator kan plaatsvinden en hoe het toezicht op het functioneren van de beoogd curator is geregeld. [30] Het doel van de aanwijzing van een beoogd curator is om het faillissement onder diens toezicht alvast in stilte voor te bereiden, zodat de curator bij de aanvang van het faillissement goed beslagen ten ijs kan komen en direct in staat is de noodzakelijke maatregelen te nemen. Hiermee kan het abrupt stilvallen van de onderneming worden voorkomen en wordt de kans op een doorstart, een hogere boedelopbrengst en behoud van werkgelegenheid vergroot. [31]
FNV/Smallsteps [32] heeft de behandeling van het wetsvoorstel enige tijd stilgelegen voor het voeren van overleg met vertegenwoordigers vanuit de praktijk. Bij brief van 11 april 2018 heeft de minister de Eerste Kamer verslag gedaan van dit overleg en, gelet op de behoefte die in de praktijk bestaat aan de WCO I, verzocht de behandeling van het wetsvoorstel voort te zetten. [33] Dit verzoek heeft de minister herhaald in zijn brief van 17 januari 2019. [34] De vaste commissie heeft echter op 29 januari 2019 besloten de behandeling van het wetsvoorstel aan te houden in afwachting van een nieuwe regeling betreffende overgang van onderneming in faillissement. [35]
pre-packen is de taak van de stille bewindvoerder niet vastomlijnd. De rechtbanken die een stille bewindvoerder aanwijzen, doen dat (informeel) per brief, waarin zij de schuldenaar berichten dat de stille bewindvoerder meekijkt, zich informeert en laat informeren en dat hij zich daarbij laat leiden door de belangen van de gezamenlijke schuldeisers. Diverse rechtbanken benadrukken dat de stille bewindvoerder geen adviseur van de schuldenaar is en een enkele rechtbank geeft aan dat de stille bewindvoerder geen wettelijke taak heeft maar wel, waar nodig, kan adviseren. [36]
pre-packen de stille bewindvoerder is veel gepubliceerd. [38] In de literatuur bestaan verschillende opvattingen over de rol die de stille bewindvoerder zou moeten vervullen. [39] Die opvattingen beslaan een breed spectrum, variërend van een beperkte, informerende rol tot een meer actieve rol waarin de stille bewindvoerder (mee)onderhandelt over een concept-doorstartovereenkomst. De opvatting dat de stille bewindvoerder moet handelen in het belang van de gezamenlijke crediteuren en dat hij géén adviseur is van de schuldenaar, wordt in de literatuur gedeeld. [40]
Maclou-arrest aan de specifieke zorgvuldigheidsnorm voor de curator ten grondslag zijn gelegd, in belangrijke mate ook gelden voor de taak van de stille bewindvoerder. Net als de curator, treedt de stille bewindvoerder niet op als beoefenaar van het beroep van advocaat of een daarmee vergelijkbaar beroep. De stille bewindvoerder staat voorts niet in een contractuele betrekking met degenen (de gezamenlijke schuldeisers) wier belangen aan hem zijn toevertrouwd. Tot slot moet ook de stille bewindvoerder uiteenlopende, soms tegenstrijdige, belangen behartigen, waaronder belangen van maatschappelijke aard, waarbij ook hij vaak onder tijdsdruk staat.
-norm. Stille bewindvoerder en curator dienen immers te handelen vanuit hetzelfde perspectief. Aangezien wel degelijk verschillen bestaan tussen de taak van de curator en de taak van de stille bewindvoerder, zal de specifieke zorgvuldigheidsnorm moeten worden toegesneden op de positie van de stille bewindvoerder. Deze norm zou mijns inziens aldus moeten luiden dat de stille bewindvoerder moet handelen
beoogd curator(of:
stille bewindvoerder) die zijn taak met nauwgezetheid en inzet verricht”.
-norm beroepen. [58] Eerst in cassatie betoogt zij dat een andere norm moet worden toegepast (de aansprakelijkheidsnorm voor advocaten). Het gaat hier echter om een geoorloofd novum in cassatie. [59]
subonderdelen 1a en 1bnaar mijn mening beide falen, nu zij berusten op een onjuiste rechtsopvatting. De aansprakelijkheid van Curatoren voor hun handelen in achtereenvolgens (i) de
pre-packfase en (ii) de faillissementsperiode moet, anders dan het middel betoogt, niet worden beoordeeld aan de hand van de aansprakelijkheidsmaatstaf voor advocaten in het algemeen. Op dit handelen is, zoals het hof met juistheid heeft overwogen, de Maclou-norm van (overeenkomstige) toepassing.
met de eigen taakuitoefening van Curatoren als stille bewindvoerders tijdens de prepackprocedure”, waarna het hof in rov. 2.9 daadwerkelijk rekening heeft gehouden met de opgedragen taak en het handelen van Curatoren in de
pre-packfase.
Miskenning begrip regels die (zouden) gelden voor Curatoren” wordt geklaagd dat het hof ten onrechte heeft overwogen dat uit het (enkele) feit dat sprake was van “een reële faillissementssituatie” volgt dat voor Curatoren een ruime mate van vrijheid bestond zoals bedoeld in het arrest
[…] / […] [60] .
eersthad behoren te bezien of in het onderhavige geval sprake was van ‘regels’ zoals bedoeld in
[…] / […], voordat het tot de conclusie kon komen dat Curatoren een ruime mate van vrijheid toekwam. Dit zou het hof niet kenbaar, althans niet op de juiste wijze hebben gedaan. [61]
omdat“ten tijde van het aanvragen van de
pre-packprocedure sprake was van een reële faillissementssituatie”, onbegrijpelijk zijn. Daartoe wordt aangevoerd dat een reële faillissementssituatie een ingangsvoorwaarde is voor de
pre-packprocedure en dan ook nietszeggend is waar het gaat om het bepalen van de vraag of een stille bewindvoerder of curator gebonden is aan regels. [62]
[…] / […]bedoelde vrijheid wordt bepaald door de mate waarin de (beoogd) curator is gebonden aan regels en dat het hof die (resterende) vrijheid daadwerkelijk heeft vastgesteld. [63] Daarmee is ook gegeven dat de motiveringsklacht over het (mogelijk) door het hof gelegde verband tussen de “reële faillissementssituatie” en de (volgens het hof dus:
in beginsel) bestaande “ruime mate van vrijheid” faalt bij gebrek aan belang.
regel’ zoals bedoeld in
[…] / […]. Volgens het middel waren Curatoren niet bevoegd om in de onderhavige omstandigheden de verplichtingen uit de toelatingsovereenkomst niet na te komen, in die zin dat zij daarmee de belangen van [eiseres] op ontoelaatbare wijze hebben veronachtzaamd.
[…] / […]waaraan Curatoren gebonden waren in de uitoefening van hun werkzaamheden. Ik licht dit als volgt toe.
[…] / […]dient per geval te worden beoordeeld. De jurisprudentie biedt een aantal aanknopingspunten. [65] Daaruit volgt bijvoorbeeld dat het de curator niet is toegestaan te handelen in strijd met (i) de wet [66] , (ii) aanwijzingen van de rechter-commissaris [67] en (iii) tot de curator gerichte ‘regels’ uit de jurisprudentie, zoals die betreffende de inning van stil verpande vorderingen [68] of een ná faillietverklaring verrichte onverschuldigde betaling [69] .
[…] / […]. In deze procedure werd de curator van de huurder persoonlijk aansprakelijk gehouden voor schade die de verhuurder had geleden omdat de curator had gehandeld in strijd met een contractueel verbod tot onderhuur. De vraag rees of dit contractuele verbod tot onderhuur als een regel in de zin van
/ […]kon worden beschouwd. Uw Raad stelde bij het beantwoorden van deze vraag het volgende voorop:
[…] / […](rov. 3.5.3 [78] ).
[…] / […] .Verder blijkt uit die rechtspraak hetgeen de curator
nietis toegestaan, te weten (i) ‘actieve’ ongedaanmaking van een door de schuldenaar vóór faillissement verrichte prestatie, (ii) ‘actieve’ beëindiging van een voortdurende prestatie van de schuldenaar die bestaat uit een dulden of nalaten en (iii) ‘actieve’ schending van een voortdurende verplichting van de schuldenaar die bestaat uit een dulden of nalaten. In zoverre zou men wellicht zelfs kunnen spreken van een drietal de curator bindende ‘regels’ (tot een niet ongedaan maken etc.) in de zin van
[…] / […]. In ieder geval levert volgens uw Raad een uit de overeenkomst met de failliet volgende voortdurende verplichting tot een nalaten (of dulden) een tot de curator gerichte ‘regel’ op, waarvan, zo valt aan te nemen, de (actieve) schending in beginsel tot persoonlijke aansprakelijkheid leidt. [79]
[…] / […] ,hangt derhalve af van de aard en inhoud van deze verplichtingen. [eiseres] heeft onder meer specifiek gewezen op artikel 17.2, dat ik hier opnieuw citeer:
[…] / […]. Curatoren konden deze verplichting van de failliet daarom ‘passief’ niet-nakomen zonder dat zij daardoor in beginsel persoonlijk aansprakelijk werden jegens [eiseres] .
pre-packperiode als daarna, en dat [eiseres] daardoor schade heeft geleden) en stelt het hof vast welke stellingen [eiseres] hieraan ten grondslag legt.
pre-packprocedure sprake was van een reële faillissementssituatie;
[…] / […];
pre-packprocedure als doel daarvan had aangemerkt het realiseren van een zo hoog mogelijke opbrengst ten behoeve van de gezamenlijke schuldeisers en het beperken van de maatschappelijke schade;
[…] /Compaenwordt daartoe aangevoerd dat het hof in rov. 2.9 en 2.10
ten onrechte niet de vraag heeft beantwoord of Curatoren hun gedragingen mede dienden te laten bepalen door de belangen van [eiseres]. [82] Volgens [eiseres] had het hof bij de beantwoording van die vraag alle ter zake dienende omstandigheden van het geval in zijn beoordeling dienen te betrekken, waaronder: a) de hoedanigheid van partijen, b) de aard en de strekking van de overeenkomst, c) de wijze waarop de belangen van [eiseres] daarbij zijn betrokken, d) de vraag of [eiseres] erop mocht vertrouwen dat zijn belangen zouden worden ontzien, e) de vraag in hoeverre het voor SMC c.s. bezwaarlijk was om met de belangen van [eiseres] rekening te houden, f) de aard en omvang van het nadeel dat voor [eiseres] dreigde, g) de vraag of van hem kon worden gevergd dat hij zich tegen dat risico indekte, en h) de redelijkheid van een aan [eiseres] aangeboden schadeloosstelling.
[…] /Compaen [83] gaat over het leerstuk van aansprakelijkheid bij samenhangende rechtsverhoudingen, waarbij de vraag speelt in hoeverre een contractspartij haar gedrag mede moet laten bepalen door de belangen van betrokken derden. In dit arrest is door uw Raad eerst de bestaande rechtspraak bevestigd:
NJ2008/587; HR 20 januari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BT7496,
NJ2012/59) is het volgende beslist.
welkeovereenkomst Curatoren contractspartij zouden zijn als in het arrest
[…] /Compaenbedoeld.
[…] /Compaenbetoogd dat Curatoren als stille bewindvoerders rekening dienden te houden met de gerechtvaardigde belangen van derden die (voorzienbaar) nadeel dreigen te ondervinden van hun handelwijze, waarbij zij is uitgegaan van een
contractuele verhouding tussen de stille bewindvoerder en de schuldenaar(zie hiervoor onder 2.3)
.Daarom zou de Maclou-norm niet van (overeenkomstige) toepassing zijn op het handelen van de stille bewindvoerder. Voor zover subonderdeel 3a bedoelt voort te bouwen op het verworpen subonderdeel 1a, faalt het reeds om die reden.
activaovereenkomstmet SMC, faalt de klacht evenzeer. Het middel geeft geen vindplaats van de stelling dat het hof tot een onderzoek ter zake gehouden was, noch van stellingen die een feitelijke grondslag bieden voor ambtshalve onderzoek ter zake.
[…] /Compaenaan de orde zijnde leerstuk is niet van toepassing op een geval als het onderhavige. Curatoren zijn niet aan te merken als ‘contractanten’ op wie de in
[…] /Compaengeformuleerde regel betrekking heeft. Stille bewindvoerders en curatoren dienen zich immers primair te richten naar het belang van de boedel c.q. de gezamenlijke schuldeisers, met inachtneming van het doel dat hun door de rechtbank is meegegeven (vgl. het hof in rov. 2.9). Het is aan hun inzicht overgelaten of en op welke wijze zij rekening houden met andere bij de (voorgenomen) afwikkeling van de boedel betrokken (individuele) belangen. De door [eiseres] aangehaalde rechtspraak kan dit in
[…] / […]geformuleerde faillissementsrechtelijke uitgangspunt c.q. beoordelingskader naar mijn mening niet doorkruisen.
(door de rechter-commissaris goedgekeurde)activa-overeenkomst niet was aangegaan indien het zich ertoe had moeten verplichten met alle medisch specialisten van [A] een toelatingsovereenkomst te sluiten (memorie van antwoord, nrs. 30, 32, 45 en 78).”
eerste lezing(onder 3b (i)) heeft het hof geoordeeld dat het feit dat de rechter-commissaris toestemming heeft gegeven voor het sluiten van de activa-overeenkomst, maakt dat de transactie daarmee niet onrechtmatig is of kan zijn jegens [eiseres] . Geklaagd wordt dat dit oordeel blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting.
tweede lezing(onder 3b (ii)) heeft hof geoordeeld dat de toestemming van de rechter-commissaris een relevante omstandigheid is. Volgens de
eerste klachtvan [eiseres] heeft het hof in dat geval zijn oordeel niet voldoende gemotiveerd, nu de rechter-commissaris niet kenbaar acht heeft geslagen op de belangen van [eiseres] ter zake.
tweede klachtvan [eiseres] (onder 3b (ii)), heeft het hof overwogen dat Curatoren als stille bewindvoerders in zoverre aan regels waren gebonden dat de rechtbank bij hun aanwijzing bepaalde doelen heeft geformuleerd. Daartoe wordt aangevoerd dat aanwijzingen van de rechtbank dan wel een rechter-commissaris aan een stille bewindvoerder niet dezelfde status, gelding en/of binding hebben als aanwijzingen van een rechter-commissaris aan een (door de rechtbank benoemde, en onder wettelijk toezicht vallende) curator.
derde lezing(onder 3b (iii)) heeft het hof gemeend dat een dergelijk toezicht na benoeming van curatoren in die hoedanigheid afdoende is om dat gebrek te helen. Volgens de klacht geeft dit oordeel eveneens blijk van een onjuiste rechtsopvatting, dan wel is het onvoldoende gemotiveerd, nu het hof daarbij geen inzicht geeft in zijn gedachtegang.
de (door de rechter-commissaris goedgekeurde) activa-overeenkomst”) noch elders in het arrest valt te lezen dat het hof heeft gemeend dat (naar ik begrijp:) het toezicht van de rechter-commissaris op de curator na diens benoeming als zodanig afdoende is om een bepaald gebrek te helen. Wat de klacht bedoelt met ‘gebrek’ valt overigens niet uit de klacht af te leiden, waardoor deze klacht niet voldoet aan de daaraan te stellen eisen. Waarschijnlijk is bedoeld het gebrek aan toezicht op de stille bewindvoerder als zodanig gedurende de
pre-packperiode. In dat verband merk ik op dat in dit geval tevens een beoogd rechter-commissaris was aangewezen. [87]
het een partij die na faillissement een doorstart wil realiseren, vrij staat de doorstart vorm te geven op een wijze die haar goeddunkt.” Het berust op de lezing dat het hof daarmee tot uitdrukking heeft willen brengen dat Curatoren daarmee (dus) niet onrechtmatig (kunnen) hebben gehandeld jegens [eiseres] door deze doorstart op deze wijze vorm te geven. Geklaagd wordt dat die opvatting in haar algemeenheid onjuist is.
uitgangspuntheeft genomen dat het een partij die na faillissement een doorstart wil realiseren – waarmee de rechtbank het oog heeft op SMC als doorstarter, zie rov. 4.5 –, vrij staat de doorstart vorm te geven op een wijze die haar goeddunkt (hetgeen [eiseres] niet heeft weersproken). Vervolgens is dit één van de omstandigheden die het hof uiteindelijk tot zijn oordeel brengt dat de stellingen van [eiseres] niet tot het oordeel leiden dat Curatoren niet hebben gehandeld zoals in de gegeven omstandigheden in redelijkheid mag worden verlangd van een over voldoende inzicht en ervaring beschikkende curator die zijn taak met nauwgezetheid en inzet verricht. Het hof heeft hiermee dus, anders dan het subonderdeel betoogt, niet geoordeeld dat Curatoren door dit uitgangspunt (dus) niet onrechtmatig (kunnen) hebben gehandeld jegens [eiseres] .
doelbewustaan te sturen op een faillissement van [A] , om aldus (onder meer) de praktijk van [eiseres] c.s. kosteloos te kunnen overnemen, en dat hij Curatoren verwijt hieraan te hebben meegewerkt” [onderstreping A-G].
vooropgezet doelin de door hem bedoelde zin (…)” [onderstreping A-G].
subonderdeel 3fkomt [eiseres] op tegen het oordeel van het hof dat – kort gezegd – [eiseres] niet betrokken hoefde te worden bij onderhandelingen met SMC c.s. en Curatoren geen verplichting hadden ervoor zorg te dragen dat SMC c.s. met [eiseres] in zee zou gaan.
[…] /Compaen). Verder heeft het hof, zoals uiteengezet bij de bespreking van subonderdeel 3a, alle door [eiseres] aangevoerde (specifieke) omstandigheden van het geval meegewogen bij zijn oordeel (in rov. 2.9-2.10) dat Curatoren niet persoonlijk aansprakelijk zijn jegens [eiseres] . Indien met subonderdeel 3f wordt geklaagd dat het hof daarnaast nog andere (specifieke) omstandigheden bij zijn oordeel had moeten betrekken, maakt de klacht niet duidelijk welke omstandigheden dat zijn. ’s Hofs oordeel – zoals weergegeven in paragraaf 2.49 van deze conclusie – is bovendien niet onbegrijpelijk.