Conclusie
middelklaagt dat de bewezenverklaring niet naar de eis der wet met redenen is omkleed, aangezien uit de door het hof gebezigde bewijsmiddelen niet zonder meer kan worden afgeleid dat het geldbedrag afkomstig was uit enig misdrijf.
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door het hof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld voor witwassen van €665.050, aangetroffen in een auto met babymelkpoeder. De verdediging voerde in hoger beroep aan dat niet bewezen kon worden dat het geld uit een misdrijf afkomstig was, omdat het hof geen motivering gaf dat het geldbedrag uit enig misdrijf kwam.
De Hoge Raad oordeelde dat voor een veroordeling op grond van art. 420bis Sr bewezen moet zijn dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is, maar dat dit ook kan worden aangenomen op basis van feiten en omstandigheden waaruit niet anders kan worden geconcludeerd. Het hof had vastgesteld dat het geld op een ongebruikelijke wijze werd vervoerd, zonder aannemelijke verklaring, en dat de verdediging de criminele herkomst niet had betwist.
Hoewel het hof geen expliciete bewijsoverweging had gegeven over de herkomst van het geld, achtte de Hoge Raad de bewezenverklaring toereikend gemotiveerd. De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel en bevestigde het arrest van het hof. Daarmee blijft de veroordeling tot twaalf maanden gevangenisstraf, waarvan vier voorwaardelijk, in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling voor witwassen van €665.050 ondanks het ontbreken van een directe koppeling met een specifiek misdrijf.