ECLI:NL:PHR:2019:701
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht bij bezwaar parkeerbelasting
Belanghebbende stelde bezwaar in tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting, maar diende dit bezwaar via een ongeschikt webformulier in, bedoeld voor algemene vragen en niet voor fiscale bezwaren. Het Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelde dat dit een kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht was en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de bezwaartermijn en het ontbreken van de gronden van het bezwaar.
Belanghebbende voerde in cassatie onder meer aan dat de rechtsmiddelverwijzing op het duplicaat aanslagbiljet onvoldoende was, dat het oordeel over kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht onjuist was en dat de hoorplicht was geschonden. De Advocaat-Generaal concludeerde dat de rechtsmiddelverwijzing voldoende was, het oordeel over misbruik van procesrecht terecht en goed gemotiveerd, en dat de hoorplicht niet was geschonden omdat het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk was.
De Hoge Raad bevestigt dat het Hof terecht oordeelde dat het bezwaarschrift niet tijdig was ingediend bij het bevoegde bestuursorgaan en dat sprake was van kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht. Ook is geen schending van de hoorplicht vastgesteld. Het beroep in cassatie wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het bezwaar is terecht niet-ontvankelijk wegens kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht.