ECLI:NL:HR:2019:1185
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht in parkeerbelastingzaak
Belanghebbende kreeg op 19 augustus 2016 een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd door de Belastingsamenwerking Utrecht. Hij maakte bezwaar via een webformulier van de gemeente Utrecht, waarna hij werd verwezen naar de Belastingsamenwerking. Uiteindelijk diende hij op 19 oktober 2016 een bezwaarschrift in bij de juiste instantie.
De heffingsambtenaar verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de termijn en het ontbreken van gronden. In hoger beroep oordeelde het Hof dat het bezwaar tijdig had moeten worden ingediend bij de juiste instantie en dat het gebruik van het webformulier van de gemeente Utrecht kennelijk onredelijk was, waardoor het bezwaar niet-ontvankelijk was.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en stelt dat belanghebbende en zijn gemachtigde wisten dat het bezwaar niet bij het juiste bestuursorgaan werd ingediend. Er was geen aanvaardbare verklaring voor het niet gebruiken van het juiste adres uit de rechtsmiddelverwijzing. Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat het bezwaar niet-ontvankelijk is wegens kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht.