Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
middelvalt in drie onderdelen uiteen. De eerste sub-klacht van het middel houdt in dat in het door het hof bevestigde vonnis van de politierechter de tenlastegelegde feiten niet zijn opgenomen.
Het gaat om de strafmaat. De feiten hoeven we vandaag niet te behandelen.
(…)
De voorzitter deelt mondeling mede de korte inhoud van de stukken van de zaak. Desgevraagd geven de raadsman en de advocaat-generaal aan verder geen prijs te stellen nadere voorhouding van stukken.
(…)
De raadsman voert het woord tot verdediging.
Hij voert aan:
Ik refereer mij ten aanzien van de bewezenverklaring (…)’
(…)
Ten aanzien van feit 2
De aantekening van het mondeling vonnis als bedoeld in artikel 378, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering dient de navolgende gegevens te bevatten:
(…)
in geval van bewezenverklaring:
a. alle gebezigde bewijsmiddelen en andere gronden voor de bewezenverklaring, alsmede vermelding van de redengevende feiten en omstandigheden voor de beslissing dat het (de) feit(en) door de verdachte(n) is zijn begaan (voor de inhoud van de bewijsmiddelen kan worden verwezen naar het proces-verbaal van de terechtzitting en andere processtukken. Indien niet de gehele inhoud voor het bewijs is gebezigd, dan aangeven welk deel wel is gebruikt); (…)’
bij de Hoge Raad der Nederlanden