Conclusie
1.Feiten en procesverloop
onder aRv). Volgens het hof was het door de man gestelde bedrog van de vrouw niet aangetoond. Tegen die beslissing is geen beroep in cassatie ingesteld.
form of nikah nama”, prod. 12), voor eensluidend afschrift afgestempeld door een Nederlandse notaris. De man vorderde tevens, voorwaardelijk, dat zo nodig een deskundige wordt aangewezen om de valsheid vast te stellen en een verklaring voor recht dat de vrouw onrechtmatig jegens hem heeft gehandeld door deze valse documenten aan de rechtbank over te leggen, althans daarvan gebruik te maken, alsmede vergoeding van schade, op te maken bij staat.
onder bRv [4] . De vrouw heeft tegen deze vordering verweer gevoerd, stellende dat de vordering een nodeloze herhaling van zetten was. Zij bleef bij haar standpunt dat partijen bijna veertig jaar met elkaar gehuwd zijn geweest en dat zij tijdens de echtscheidingsprocedure alle papieren heeft overgelegd waarover zij beschikte.
2.Bespreking van het cassatiemiddel
form of nikah nama”). Volgens de man zou het in Pakistan gesloten huwelijk nietig zijn omdat het ingevolge de Sharia niet mogelijk is te huwen wanneer de bruid nog minderjarig is. De rechtbank heeft dat verweer in de echtscheidingsprocedure verworpen. De rechtbank overwoog dat bij het ministerie van Buitenlandse Zaken ingewonnen informatie leert dat het naar Pakistaans recht voor een vrouw vanaf de leeftijd van zestien jaar mogelijk is te huwen. De man heeft verder niet aannemelijk gemaakt dat de vrouw niet huwelijksbevoegd was. Ook wees de rechtbank in de echtscheidingsbeschikking op het feit dat de man en de vrouw, sinds enige tijd in Nederland woonachtig, in de gemeentelijke basisadministratie zijn geregistreerd als met elkaar gehuwd. Gelet op art. 36 lid 2 van Pro de Wet gemeentelijke basisadministratie, moet een ambtenaar van de burgerlijke stand aan de hand van een (huwelijks)akte hebben geconstateerd dat sprake is geweest van een huwelijk tussen de man en de vrouw.
niethet oordeel dat de bewijslast van zijn stelling over de valsheid van het document op de man rust.
aangetoonddat zijn broer degene is die in het handgeschreven document als getuige wordt genoemd, te hoge eisen stelt aan de stelplicht van de man.
Nikah Registrar’ de identiteit van de echtgenoten moet verifiëren aan de hand van hun identiteitskaarten. Niettemin is het hof van oordeel dat deze misslagen in de weergave van de persoonsgegevens onvoldoende zijn om tot de slotsom te komen dat in Pakistan geen rechtsgeldige huwelijkssluiting tussen partijen heeft plaatsgevonden. Dat oordeel berust op een waardering van de feiten die in cassatie niet op juistheid kan worden getoetst. Het is, gelet op het voorgaande, niet onbegrijpelijk: ondanks die gestelde tekortkomingen hebben partijen zich steeds, ook jegens overheidsinstanties, gepresenteerd als met elkaar gehuwd.