Conclusie
op verstek
1.Procesverloop in cassatie
2.Verstekbeoordeling
[…] / […]van 13 oktober 2017. [3] De kwestie in de onderhavige zaak is dat, zoals blijkt uit het voorgaande, het oproepingsbericht en de procesinleiding drie weken na de in laatstgenoemde stuk vermelde uiterste verschijningsdatum bij exploot aan verweerster is betekend, circa acht weken na indiening van de procesinleiding bij de Hoge Raad.
[…] / […]heeft uw Raad de gevolgen voor verstekverlening na overschrijding van de tweewekentermijn van art 112 lid 1 Rv Pro in samenhang met de minimale termijn voor de uiterste verschijningsdatum verduidelijkt onder verwijzing naar de parlementaire geschiedenis. [5] De tweewekentermijn is een terugrekentermijn, die moet waarborgen dat de verweerder ten minste twee weken de gelegenheid heeft om te beslissen of hij in de procedure wil verschijnen. Als er ten minste twee weken tussen betekening en uiterste verschijningsdatum zitten, is overschrijding van de tweewekentermijn van art 112 lid 1 Rv Pro geen beletsel voor verstekverlening, maar wanneer minder dan twee weken resteren tussen betekening en aangezegde verschijningsdatum, kan nog geen verstek worden verleend en zal de rechter de eiser moeten gelasten bij exploot een nieuwe uiterste verschijningsdatum aan te zeggen. [6] Ik citeer voor de volledigheid vrij ruim uit het arrest:
[…] / […]heeft tot gevolg dat de periode van onzekerheid behoorlijk kan oplopen. De eiser kan (in ‘gewone’ zaken) een uiterste verschijningsdatum tussen vier weken en zes maanden kiezen. Het is dus mogelijk dat verweerder pas vijf en een halve maand na het verstrijken van de cassatietermijn via betekening op de hoogte komt van een ingesteld cassatieberoep. In zaken waar bijvoorbeeld internationale betekening conform art. 55 Rv Pro dient plaats te vinden, kan de verschijningstermijn zelfs oplopen tot bijna twaalf maanden. Diverse auteurs [8] wijzen erop dat een partij, om uitsluitsel te krijgen of een rechtsmiddel is ingesteld, navraag zou kunnen doen bij (de civiele griffie van) het betreffende gerecht (lees: de Hoge Raad). Dat lijkt me daarvoor inderdaad de aangewezen weg en vormt een minimale waarborg voor het op de hoogte (kunnen) geraken van het ingestelde rechtsmiddel door verweerder.
[…] / […]gaan er van uit dat er wel is betekend voor de uiterste verschijningsdatum. Het arrest gaat niet in op de situatie dat op die datum niet (maar eventueel wel later, zoals in het onderhavige geval) is betekend. In lijn met de praktische benadering die uw Raad lijkt te hanteren, meen ik dat dit niet fataal hoeft te zijn. Immers ingevolge art 30a lid 3 onder c Rv ligt de uiterste verschijndatum tussen de vier weken en zes maanden na de dag van indiening van de procesinleiding. Het zou in het licht van die lijn moeilijk uit te leggen zijn dat voor een eiser die zoals in casu (ruim) binnen de voornoemde vijf en een halve maand het exploot betekent, het doek valt op de enkele grond dat hij in de procesinleiding een kortere verschijningsdatum heeft vermeld. Het is weliswaar zijn eigen keuze geweest, maar die redenering past meer in een benadering waarin (ook de andere regels) strikter worden toegepast.
[…] / […].
[…] / […]volgt mijns inziens dat die bepalingen niet van toepassing zijn op een geval dat de tweewekentermijn van art. 112 lid 1 Rv Pro is overschreden. De centrale gedachte lijkt te zijn dat het gebrek, overschrijding van een termijn, zich niet leent voor herstel als bedoeld in die bepalingen, maar dat een oplossing wordt gezocht waarmee wordt voorkomen dat sprake is van een niet te repareren nietigheid. Het lijkt erop dat de in
/ […]geboden herstelmogelijkheid een sui generis mogelijkheid is. Juist de overweging dat de nietigheidssanctie van art. 120 lid 1 Rv Pro-KEI zich niet uitstrekt tot de overschrijding van de tweewekentermijn, is mijns inziens een argument voor de door mij voorgestelde benadering.
[…] / […], waarin het herstel in het exploot plaatsvindt, zonder dat eerst een gewijzigde procesinleiding moet worden ingediend, een nieuw oproepingbericht verschaft, etc. Nadeel is dat de wijziging niet in de procesinleiding zelf zichtbaar is geworden, maar voor het overige is deze aanpak wel zo praktisch.