Conclusie
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht”, 2. “
belaging” en 3. “
eenvoudige belediging” veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 120 uren subsidiair zestig dagen hechtenis, met aftrek als bedoeld in art. 27(a) Sr, waarvan veertig uren subsidiair twintig dagen hechtenis voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en met de bijzondere voorwaarden als in het arrest omschreven. Voorts heeft het hof aan de verdachte een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd en die maatregel dadelijk uitvoerbaar verklaard, bovendien de vordering van de benadeelde partij gedeeltelijk toegewezen en aan de verdachte een schadevergoedingsmaatregel opgelegd.
middelklaagt dat de strafoplegging in strijd is met het doel en de ratio van de wet. Onbegrijpelijk achten de stellers van het middel dat het hof in twee wettelijke kaders een contactverbod ten aanzien van [benadeelde 1] en een locatieverbod heeft opgelegd, namelijk zowel in het kader van bijzondere voorwaarden als in het kader van een vrijheidsbeperkende maatregel.
“BESLISSING
Het hof:
Stb.2011, 546, in werking getreden op 1 april 2012, houdt, voor zover voor de beoordeling van het middel van belang, het volgende in: