ECLI:NL:PHR:2019:874
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verlenging machtiging uithuisplaatsing en vervangende toestemming medische behandeling kind
In deze zaak staat de verlenging van een machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige centraal, alsmede de vervangende toestemming voor medische behandeling. De moeder van het kind betwistte deze verlenging in cassatie met klachten gebaseerd op artikel 8 EVRM Pro, waaronder onvoldoende motivering en het ontbreken van onderzoek naar minder ingrijpende alternatieven.
Het hof Amsterdam had de verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing bekrachtigd, waarbij het oordeelde dat het kind ernstige gedragsproblemen heeft en een intensieve therapeutische gezinssetting nodig heeft die de moeder niet kan bieden. Het hof stelde dat het leefgezinshuis van Intermetzo de noodzakelijke specialistische zorg biedt en dat de voorgestelde alternatieven onvoldoende zijn.
De Hoge Raad overweegt dat het hof voldoende concrete feiten en bewijs heeft aangevoerd om de noodzaak van de uithuisplaatsing aan te tonen. Ook is volgens de Hoge Raad voldaan aan de vereisten van artikel 8 EVRM Pro, waaronder proportionaliteit en subsidiariteit. Klachten over onvoldoende hulpverlening aan de moeder en gebrek aan onderzoek naar alternatieven slagen niet, mede omdat deze niet in hoger beroep zijn aangevoerd of het hof deze aspecten wel degelijk heeft betrokken.
De Hoge Raad concludeert dat het middel niet tot cassatie kan leiden en wijst het beroep af. Hiermee blijft de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing en de vervangende toestemming voor medische behandeling in stand, waarbij het belang en de gezondheid van het kind voorop staan.
Uitkomst: Het cassatieberoep tegen de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing en vervangende toestemming voor medische behandeling wordt verworpen.