Conclusie
eerste middel, gelezen in samenhang met de toelichting daarop, behelst de klacht dat de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel, in het bijzonder ten aanzien van de in het arrest genoemde schijnrelaties onder de nummers 1, 15, 18, 28 en 29, niet uit de gebezigde bewijsmiddelen kan worden afgeleid. [1]
Bij arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van dit gerechtshof van 10 juli 2015 is de veroordeelde ter zake van het in haar strafzaak onder 1, 2, 3, 4, en 5 bewezen verklaarde, gekwalificeerd als:
1.[betrokkene 1] en [betrokkene 2]
Van de bankrekening op naam van [betrokkene 3] is een betaling gedaan van € 830,- voor de aanvraag van een MVV op naam van [betrokkene 1] .(16) Aldus valt dit koppel onder de hiervoor omschreven modus operandi. De betrokkenheid van de veroordeelde is voldoende aannemelijk.
15.[betrokkene 4] en [betrokkene 5]
Vanaf de bankrekening op naam van [betrokkene 6] is een bedrag van € 3.000,- betaald aan [betrokkene 5] .(43) [betrokkene 5] heeft regelmatig contact met de veroordeelde waarbij men de procedure voor aanmelding en aanvraag vergunning tot verblijf bespreekt en de veroordeelde aangeeft wat [betrokkene 5] moet doen. Ook wordt besproken dat de veroordeelde haar haar geld niet in één keer uitbetaalt maar dat zij dit in delen doet waarbij zij [betrokkene 5] ook rente zal betalen.(44) Dit koppel valt onder de hiervoor omschreven modus operandi en de betrokkenheid van de veroordeelde is voldoende aannemelijk geworden.
18.[betrokkene 7] en [betrokkene 8]
In de woning van de veroordeelde is een kwitantie aangetroffen met daarop '2009/00345 mvv aanvraag tbv [betrokkene 7] '.(53) Daarmee valt dit koppel onder de hiervoor beschreven modus operandi en de betrokkenheid van de veroordeelde is voldoende aannemelijk geworden.
28.[betrokkene 9] en [betrokkene 10]
29.[betrokkene 11] en [betrokkene 10]
De veroordeelde heeft meermalen telefonisch contact met en/of over de vreemdeling. Inhoudelijk kunnen deze gesprekken in verband worden gebracht met de schijnrelatie. Zo wordt besproken dat de vreemdeling bij de ambassade is geweest voor zijn aanvraag (67) en gesproken over het ontvangen van bericht van de IND, het alles uit het hoofd moeten leren (68) en het betalen van geld.(69)
in de woningvan de betrokkene een kwitantie is aangetroffen met daarop ‘2009/00345
mww aanvraag tbv [betrokkene 7], zodat naar het oordeel van het hof de betrokkenheid van de betrokkene bij deze schijnrelatie voldoende aannemelijk is geworden. Dat oordeel acht ik geenszins onbegrijpelijk. Dat het hof deze omstandigheid niet expliciet in de (voorafgaande) overwegingen heeft aangemerkt als een omstandigheid die duidt op de betrokkenheid van de betrokkene bij de schijnrelatie, doet daaraan mijns inziens niet af. In zoverre faalt het middel.
tweede middelklaagt over de verwerping van het verweer dat het wederrechtelijk verkregen voordeel niet geheel aan de betrokkene kan worden toegerekend.
NJ2006/63, heeft de Hoge Raad het volgende overwogen:
derde middelklaagt dat het hof het zogenaamde draagkrachtverweer op ontoereikende gronden, althans onbegrijpelijk gemotiveerd, heeft verworpen.
Cliënte wordt dit jaar 75. Ik zal ook nog wat stukken aangaande haar huidige inkomsten overleggen. Ze ontvangt netto € 727,- aan pensioen en € 356,- aan huurtoeslag. Ze betaalt € 710,- aan huur en € 121,59 aan premie voor haar zorgverzekering. Daarvan krijgt ze € 95,- terug.