Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft door middel van braak en inklimming” en het onder 3 bewezenverklaarde “
witwassen, meermalen gepleegd”, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van negen maanden, met aftrek van het voorarrest. Daarnaast heeft het hof beslissingen genomen ten aanzien van in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, een en ander zoals in het bestreden arrest vermeld.
middelklaagt dat uit de bewijsvoering van het hof niet kan volgen dat de in de bewezenverklaring genoemde diverse geldbedragen uit enig misdrijf afkomstig waren.
hij op tijdstippen in de periode van 1 januari 2014 tot en met 3 februari 2015 in Nederland diverse geldbedragen heeft omgezet, terwijl hij wist dat dat voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf”
Standpunt van het openbaar ministerie
uit enig misdrijf afkomstig is, kan, indien op grond van de beschikbare bewijsmiddelen geen rechtstreeks verband valt te leggen met een bepaald misdrijf, niettemin bewezen worden geacht indien het op grond van de vastgestelde feiten en omstandigheden niet anders kan zijn dan dat het geld uit enig misdrijf afkomstig is. Het is aan het openbaar ministerie bewijs bij te brengen waaruit zodanige feiten en omstandigheden kunnen worden afgeleid. [2] Indien de door de rechter vastgestelde feiten en omstandigheden het vermoeden van witwassen rechtvaardigen, mag van de verdachte worden verlangd dat hij een verklaring geeft voor de herkomst van het geld. Daarmee is niet gezegd dat het aan de verdachte is om aannemelijk te maken dat het geld niet van misdrijf afkomstig is. Het openbaar ministerie zal daarvoor nader onderzoek moeten verrichten. Vereist is wel dat de verklaring van de verdachte concreet en verifieerbaar is. Een hoogst onwaarschijnlijke verklaring kan de rechter terzijde stellen. [3]