Conclusie
[eiseres 4]) onder meer een trustbedrijf uitoefende.
OK) onder meer overwogen dat de verkoop en overdracht van de aandelen in een aantal dochtervennootschappen van [eiseres 4] aan een door een van die middellijke aandeelhouders gecontroleerde vennootschap (waarbij betaling van de koopprijs is uitgebleven) als wanbeleid kwalificeert, en heeft de OK de bestuursbesluiten van [eiseres 4] tot die verkoop en levering van de aandelen vernietigd (ECLI:NL:GHAMS:2007:BG8702). De OK heeft in die beschikking tevens bij wijze van voorziening de bestuurders van [eiseres 4] ontslagen en een tijdelijke bestuurder van [eiseres 4] benoemd. In een andere civielrechtelijke zaak is die middellijke aandeelhouder aan wiens vennootschap de aandelen in de desbetreffende dochtervennootschappen van [eiseres 4] zijn verkocht en geleverd, door het gerechtshof Amsterdam (hierna: het
hof) onherroepelijk veroordeeld tot schadevergoeding aan [eiseres 4] wegens onrechtmatig handelen (ECLI:NL:GHAMS:2016:3061).
rechtbank) (ECLI:NL:RBAMS:2017:7995) als het hof (ECLI:NL:GHAMS:2019:3457) heeft de vorderingen integraal afgewezen. Dat oordeel houdt m.i. stand in cassatie.
1.De feiten
ING) onderhoudt sinds 1998 een bankrelatie met [A] B.V. (hierna:
[A]). De aandelen in [A] werden medio 2005 voor 25% gehouden door International Fiscal Services Antilles N.V. De overige 75% van de aandelen werd gehouden door [B] B.V. (hierna:
[B]), waarvan de aandelen (indirect) werden gehouden door [betrokkene 1] (hierna:
[betrokkene 1]) en [eiser 1] (hierna:
[eiser 1]) gezamenlijk, ieder voor 50%. [eiser 1] hield zijn aandelenpakket via [eiseres 2] B.V. (hierna:
[eiseres 2]).
-vennootschappen). Een van die dochtervennootschappen is [C] B.V. die destijds [C] (The Netherlands) B.V. heette en hierna ook
[C]wordt genoemd. De bedrijfsactiviteiten van [C] bestonden uit het voeren van de directie over andere vennootschappen, die worden aangeduid als “cliëntvennootschappen”. Een andere dochtervennootschap van [eiseres 4] was Fipardo Holding B.V. (hierna:
Fipardo). Fipardo was een houdstermaatschappij en was op haar beurt 100%-aandeelhouder van vier dochtervennootschappen (hierna: de
Fipardo-vennootschappen).
[betrokkene 2]) en [betrokkene 3] (hierna:
[betrokkene 3]). Het bestuur van Fipardo werd gevormd door [C] en daarmee indirect door [betrokkene 2] en [betrokkene 3] .
kredietnemers) een rekening-courantkrediet van € 630.000,-- verstrekt, waarbij de rekening-courant op naam van [eiseres 4] was gesteld. Tot zekerheid van terugbetaling van dit krediet aan ING heeft [eiseres 2] zich als borg gesteld tot een maximumbedrag van € 681.000,--.
Wilhelmina), een door [eiser 1] gecontroleerde vennootschap. [eiseres 4] heeft op 11 augustus 2005 ten gunste van Wilhelmina een pandrecht gevestigd op alle door haar gehouden aandelen in Fipardo.
Caute Ltd.), een door [betrokkene 1] gecontroleerde vennootschap, voor een bedrag van € 2.080.000,--, onder de (door [eiser 1] gestelde) voorwaarde dat deze verkoopopbrengst zou worden aangewend om de lening van Wilhelmina af te lossen en het restant om de lening van ING af te lossen. Deze afspraken zijn in de conceptnotulen van de vergadering opgenomen, welke conceptnotulen door [eiser 1] zijn geaccordeerd.
[betrokkene 4]), hem meegedeeld dat “zijn vennootschappen door zijn compagnon [betrokkene 1] waren leeggehaald”, en hem verzocht om alle rekeningen van zijn vennootschappen te blokkeren.
[betrokkene 5]). Dit bericht luidt, voor zover hier van belang, als volgt:
EB) op 8 september 2005 een bedrag van € 237.500,-- op te nemen en dit bedrag elektronisch over te boeken op een rekening van Stichting [eiseres 8] , een stichting waarvan het bestuur op dat moment door [betrokkene 3] , [betrokkene 1] en [betrokkene 2] werd gevormd.
Aandelenbeheer Caute), voor € 180.000,--. Aandelenbeheer Caute heeft de koopprijs niet voldaan, maar deze schuldig erkend. Daarbij zijn door Fipardo geen zekerheden bedongen en door Aandelenbeheer Caute evenmin gesteld. [betrokkene 3] en [betrokkene 2] waren ten tijde van de overdracht ook beiden bestuurders van Aandelenbeheer Caute.
[betrokkene 7]) aangewezen als de tot bestuurder van [eiseres 4] benoemde persoon. [betrokkene 7] heeft zich op 26 november 2007 in die hoedanigheid gemeld bij de trustdesk van ING.
Global). [betrokkene 3] was op dat moment tevens bestuurder van Global. ING heeft dit verzoek ingewilligd en het EB-pakket van Fipardo omgezet naar Global.
ICM), een trustkantoor met [betrokkene 1] als uiteindelijke belanghebbende, is de nieuwe bestuurder van deze vennootschappen geworden. ING is van deze bestuurswisseling door ICM op de hoogte gesteld toen ICM ING op 4 december 2007 schriftelijk verzocht de rekeningen van de door ICM overgenomen cliëntvennootschappen toe te voegen aan het EB-pakket van ICM, bij welk verzoek ICM de uittreksels uit de Kamer van Koophandel van de bewuste cliëntvennootschappen als bijlagen had gevoegd. ING heeft dit verzoek van ICM uitgevoerd. In de daarop volgende maanden is opnieuw een groot aantal cliëntvennootschappen van [C] overgegaan naar ICM en heeft ING de verschillende verzoeken van ICM om ook de rekeningen van die vennootschappen toe te voegen aan haar EB-pakket telkens ingewilligd.
[betrokkene 8]) verleende volmacht om [C] (mede) te vertegenwoordigen in haar betrekkingen met ING, zowel voor de rekeningen van [C] als die van haar cliëntvennootschappen niet door [eiseres 4] kon worden gewijzigd zolang niet door de OK in de zaak een nadere beslissing is gegeven.
[eisers]), [8] ING bij brief van 5 oktober 2010 aansprakelijk gesteld voor de schade die [eisers] stellen te hebben geleden doordat ING [betrokkene 1] actief heeft geholpen bij het uit de macht van [eiser 1] brengen en vervolgens leeghalen van de [eiseres 4] -vennootschappen en de Fipardo-vennootschappen.
2.Het procesverloop
vonnis) [14] wijst de rechtbank de vorderingen af en zijn [eisers] , uitvoerbaar bij voorraad, veroordeeld in de proceskosten en de na het vonnis ontstane kosten. (rov. 5) Aan die beslissing van de rechtbank liggen, samengevat weergegeven, de volgende overwegingen ten grondslag.
bijzonderezorgplicht op ING (jegens Fipardo) rustte. De enkele omstandigheid dat ING een bank is, is daarvoor onvoldoende. Op ING rust(te) wel - zoals zij zelf ook heeft erkend - een reguliere zorgplicht. In dit geval kan evenwel niet worden geconcludeerd dat ING daarmee in strijd heeft gehandeld.
arrest) [17] bekrachtigt het hof het vonnis, wordt het in hoger beroep meer of anders gevorderde afgewezen en worden [eisers] , uitvoerbaar bij voorraad, veroordeeld in de kosten van het geding in hoger beroep. (rov. 4) Aan die beslissing [betrokkene 5] liggen, samengevat weergegeven, de volgende overwegingen ten grondslag.
Omzetten EB-pakket Fipardo
terwijl Fipardo ten tijde van zijn aantreden geen dochtervennootschap van [eiseres 4] meer was. De aandelen in Fipardo waren immers op 15 augustus 2005 geleverd aan Caute Ltd. en Caute Ltd. heeft die aandelen eerst op 4 oktober 2007 aan [eiseres 4] teruggeleverd. Gesteld al dat van ING verlangd kan worden dat zij, gelet op hetgeen zij wist of behoorde te weten omtrent het vennootschappelijk gevecht tussen [eiser 1] en [betrokkene 1] , een bevoegdelijk namens Fipardo gedaan verzoek tot omzetting van het EB-pakket van Fipardo gedurende twee maanden aanhoudt met het oog op de belangen van [eisers] ,
vooruitlopend op een mogelijke (maar onzekere) teruglevering van de aandelen in Fipardo aan [eiseres 4], en dat de Fipardo-vennootschappen en hun klanten in de tussentijd het beheer over hun bankrekeningen niet reeds zelf anders geregeld zouden hebben, dan dient nog steeds de vraag beantwoord te worden of [betrokkene 7] op of na 4 oktober 2007 aanleiding had gezien het omzetten van het EB-pakket te blokkeren. Zonder een toelichting, die ontbreekt, kan die vraag niet bevestigend worden beantwoord. [eisers] hebben onvoldoende toegelicht welk doel daarmee zou zijn gediend.
customer due diligencebetracht en ten onrechte geen verifieerbare opdracht van de
ultimate beneficial ownervan de cliëntvennootschappen geëist. Gelet op de handelwijze van ING bij het omzetten van het EB-pakket van Fipardo moet voorts worden aangenomen dat ING op grond van de EB-contracten verplicht was voor omzetting (ook) de instemming van [C] als voormalig bestuurder te vragen. ING had volgens [eiser 1] de verzoeken niet mogen inwilligen, althans op 4 december 2007 contact moeten opnemen met [betrokkene 7] (die weliswaar geen bestuurder van [C] meer was, maar wel nog beschikte over een door de OK verstrekte tijdelijke volmacht om [C] te vertegenwoordigen in haar betrekkingen met ING, zie 2.34 [onder 1.34 hiervoor, A-G]) dan wel [betrokkene 8] (die over eenzelfde volmacht beschikte, zie 2.34 [onder 1.34 hiervoor, A-G]), of [eiser 1] moeten waarschuwen, zodat zij maatregelen hadden kunnen nemen om de uittocht tegen te gaan. Desgevraagd heeft [eiser 1] ter zitting aan het hof nog toegelicht dat hij dan cliëntvennootschappen had kunnen benaderen met het doel hun overstap naar een ander trustkantoor te voorkomen of dat hij dan een kort geding tegen ICM had kunnen voeren met het doel een verbod te krijgen om de uittocht te voorkomen. De wijze waarop ING het omzetten van de bankrekeningen van de cliëntvennootschappen heeft begeleid is volgens [eisers] (mede)oorzaak van hun schade als hiervoor in 3.2 [onder 2.8 hiervoor, A-G] omschreven.
3.De bespreking van het cassatiemiddel
In rov. 4.7 van het vonnis overweegt de rechtbank onder meer dat het niet is uitgesloten dat [eiseres 4] als aandeelhouder schadevergoeding (de gestelde schade die blijkens rov. 4.4 van het vonnis bestaat uit vermindering van de waarde van de door [eiseres 4] gehouden aandelen in Fipardo en [C] B.V. ( [C] )) van ING kan vorderen, in geval deze schade is geleden als gevolg van een schending door ING van een jegens haar geldende specifieke zorgvuldigheidsverplichting. In rov. 4.8 van het vonnis wordt de vraag of ING jegens [eiseres 4] enige zorgvuldigheidsverplichting heeft geschonden door de rechtbank ontkennend beantwoord. Volgens de rechtbank hebben [eisers] onvoldoende concreet gesteld welke specifiek jegens [eiseres 4] geldende zorgvuldigheidsverplichting door ING zou zijn geschonden en komt de gevorderde schadevergoeding die bestaat uit aan [eiseres 4] te vergoeden waardevermindering van haar aandelen in Fipardo en [C] B.V. ( [C] ) niet voor toewijzing in aanmerking. In de daaropvolgende rov. 4.9 e.v. voegt de rechtbank daaraan nog toe dat ook in het geval de schadevergoeding niet door [eiseres 4] maar door Fipardo en [C] B.V. ( [C] ) zou zijn gevorderd en deze vordering nader geconcretiseerd zou zijn als bedoeld in rov. 4.3 van het vonnis, de vordering op inhoudelijke gronden niet voor toewijzing in aanmerking zou komen. In rov. 4.16 concludeert de rechtbank dan ook dat “ING niet kan worden verweten dat zij, toen zij op verzoek van [betrokkene 3] en [betrokkene 2] het EB-pakket van Fipardo omzette naar Global dan wel toen zij op verzoek van ICM de rekeningen van cliëntvennootschappen van Caute Management toevoegde aan het EB-pakket van ICM, jegens Caute Management/ [C] of Fipardo (dan wel jegens een van de andere eisers) een op haar rustende zorgplicht heeft geschonden.” [28]
Rechtsinbreuk
b) meewerken aan “het overdragen van de activiteiten van Fipardo naar Global”, oftewel, feitelijk: omzetting van het EB pakket van Fipardo naar Gobal;
Omzetting van het EB pakket van Fipardo naar Global