“De verdachte, die hoger beroep heeft ingesteld, wordt onmiddellijk na de voordracht van de advocaat-generaal in de gelegenheid gesteld mondeling de bezwaren tegen het vonnis op te geven. Verdachte geeft op de straf te zwaar te achten.
De voorzitter deelt het navolgende mede.
De verdachte verzet zich blijkbaar niet tegen de bewezenverklaring. Het hof heeft kennis genomen van de eis van de officier van justitie en van hetgeen de rechtbank uiteindelijk als straf heeft opgelegd.
De raadsman reageert hierop als volg.
In het licht van de eis tegen de medeverdachte in deze kwestie, een taakstraf voor minder dan de maximaal mogelijke taakstraf van 240 uren, wordt de door de rechtbank aan mijn cliënt opgelegde straf niet als rechtvaardig gevoeld, vanwege de cumulatie van de schadevergoeding met de geldboete.
Ter zake van zijn persoonlijke omstandigheden verklaart de verdachte desgevraagd als volgt.
Het gaat redelijk. Ik heb mijn zaak nog. Qua inkomen lukt het wel, maar er is veel schade aangericht door de toestanden die ik heb meegemaakt. Ik had een hele goede naam en zit er al veertig jaar. Nu word ik met de nek aangekeken. Ik heb vijftig jaar gewerkt en nooit een strafbaar feit gepleegd. U, voorzitter, houdt mij voor dat het onderzoek eigenlijk gericht was op mijn zoon, dat ik op die manier ben meegenomen in het strafrechtelijk onderzoek en dat daarbij deze verzekeringskwestie aan het licht is gekomen. Dat is een stommiteit geweest. Ik kan het zelf niet bevatten. Het is gebeurd en ik wil mijn straf daarvoor graag aanvaarden. Antiek is niet meer zo in trek. Klandizie is weggebleven die anders waarschijnlijk wel zou zijn gekomen, maar de zaak ligt niet helemaal plat. De AOW is van harte welkom. Mijn gezondheid is redelijk goed. Ik heb geen drugs-, drank- of gokproblemen. U, voorzitter, houdt mij het mij betreffende uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 28 september 2018 voor. Ik heb geen contact meer met mijn zoon. Ik ben wel geschrokken van hoe ik behandeld ben.
De advocaat-generaal voert het woord overeenkomstig de inhoud van het door haar aan het hof overgelegde op schrift gestelde requisitoir, dat als hier herhaald en ingelast wordt beschouwd en voegt daaraan het navolgende toe.
In aanvulling op pagina 4: in deze zaak ziet het door verdachte ingestelde hoger beroep op de straf en de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
De advocaat-generaal vordert dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen onder aanvulling van de bewijsmiddelen.
De voorzitter onderbreekt het onderzoek ter terechtzitting voor het nemen van rust.
De voorzitter hervat het onderbroken onderzoek ter terechtzitting en geeft mr. Zuketto het woord.
Mr. Zuketto voert het woord tot pleidooi.
Over de feiten zal ik niet uitweiden. Mijns inziens is er sprake van een voortgezette handeling. Voor wat betreft de straf zit het hem niet zozeer in de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel: daar vindt de verdediging niet zoveel van. Als die club schade heeft geleden, dan moeten we dat betalen.
Mijn cliënt heeft een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden opgelegd gekregen, alsmede een geldboete ten bedrage van € 10.000,-. Dat zijn omgerekend 200 dagen gevangenisstraf. Afgezet tegen de LOVS-oriëntatiepunten met betrekking tot fraude, zou de eerste stap 1 week tot 2 maanden gevangenisstraf zijn en de tweede stap een gevangenisstraf van minimaal 2 maanden. Mijn cliënt is dag en nacht in de antiekzaak. Als hij er niet is, wordt er niets verkocht. Een taakstraf zal hij dus niet kunnen uitvoeren. Wat dat betreft heeft de rechtbank het dus goed gedaan. Twee maanden gevangenisstraf is omgerekend € 3.000,-. Dan moet daar niet nog eens een voorwaardelijke straf bij.
Mijn cliënt heeft zojuist een en ander verklaard over zijn persoonlijke omstandigheden. Daarover is echter meer te zeggen. Mijn cliënt is niet helemaal gezond, hij heeft inmiddels een bepaalde leeftijd bereikt en is nooit eerder veroordeeld. Ik verzoek uw hof om daarmee rekening te houden.
Aan de verdachte wordt het recht gelaten het laatst te spreken.
Ik houd het hierbij. Ik vind het al verschrikkelijk genoeg.”