“
Het standpunt van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het primair tenlastegelegde.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het hem primair en subsidiair tenlastegelegde. Hij heeft daartoe – kort gezegd – aangevoerd dat de bewijsmiddelen zowel afzonderlijk als in samenhang bezien onvoldoende zijn om tot een bewezenverklaring te kunnen komen. De raadsman stelt dat de kenmerken van het toetsenbord onvoldoende onderscheidend zijn om te kunnen aannemen dat het toetsenbord toebehoort aan aangever. Voorts stelt de raadsman dat verdachte niet weet hoe zijn handschoen in de woning van aangever terecht is gekomen.
Het oordeel van het hof
Het hof is van oordeel dat het door verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het tenlastegelegde wordt weerlegd door de hieronder genoemde bewijsmiddelen.
Aangever [aangever] , wonende aan de [a-straat 1] te [plaats] , heeft op 26 december 2013 aangifte gedaan. Hij verklaart dat hij op 22 december 2013 met zijn echtgenote en twee kinderen op vakantie is gegaan. Op 25 december 2013 werd aangever door de politie gebeld dat er in zijn woning was ingebroken. Aangever is naar huis gegaan en eenmaal thuis aangekomen zag hij dat een ruit van de tuindeur was ingeslagen met een grote betonnen bloempot. Toen aangever vervolgens door zijn woning liep, zag hij dat in elke ruimte van de woning lades en kasten geopend waren. Aangever zag in het verwarmingshok waar de kluis stond, dat de achterkant van de kluis opengeslepen was. Uit de kluis zijn de autosleutels en reservesleutels gestolen van de twee auto’s die zijn weggenomen: een grijze BMW, type 520d, voorzien van kenteken [kenteken 1] en een grijze Porsche 911 Carrera, voorzien van kenteken [kenteken 2] . Tevens zijn uit de kluis acht laptops van diverse merken, drie mappen met daarin statuten van B.V.’s, een kist wijn met zes flessen Barolo, de overschrijvingsbewijzen van een BM X5 (kenteken [kenteken 3] ), en van een Lambretta scooter (kenteken [kenteken 4] ) weggenomen. Uit de kelder zijn meerdere gereedschappen en een tv-scherm gestolen. Aangever mist onder meer twee gereedschapskisten met handgereedschappen, twee boormachines, een decoupeerzaag, een vlakschuurmachine. Uit het kantoorgedeelte zijn een vaste computer met beeldscherm en een witte aktetas weggenomen. Uit de keuken is onder meer een magnetron van het merk Siemens ontvreemd en uit de woonkamer een toetsenbord van een iPad. Uit de speelkamer is voorts een WII-apparaat met zes spellen ontvreemd en uit de slaapkamer van een van de kinderen een leren voetbal van De Graafschap. Tevens zijn uit de woning acht horloges ontvreemd.
Verbalisant [verbalisant] heeft op 25 december 2013 een sporenonderzoek in de woning verricht. Verbalisant relateert dat men via een gat in de linker terrasdeur de woning heeft betreden. Op de natuurstenen keukenvloer bleven schoensporen, in de vorm van een gangspoor, achter van tenminste drie verschillende hoofdprofielen. De gehele woning is door de daders doorzocht. Op de begane grond bleef in de keuken van de kantoorafdeling een daderhandschoen achter. Deze handschoen werd veiliggesteld en door het NFI onderzocht. Bemonstering aan de binnenzijde van de handschoen levert een match op met het DNA-profiel van verdachte [verdachte] . De matchkans van het DNA-profiel is kleiner dan één op één miljard.
Hierop is de woning van verdachte [verdachte] aan de [b-straat 1] te [plaats] doorzocht. Door de rechter-commissaris is daarbij onder meer een wit toetsenbord van het merk Apple in beslag genomen. Dit toetsenbord werd aan aangever [aangever] getoond en hij herkende het toetsenbord, behorend bij een iPad als zijn eigendom. Hij herkende het toetsenbord aan het feit dat aan de rechterkant van het toetsenbord de toetsen ‘zwaarder’ gingen dan de rest van de toetsen, omdat daar ranja overheen was gevallen, waardoor deze enigszins bleven ‘kleven’. Dat was proefondervindelijk bij het inbeslaggenomen toetsenbord ook het geval en maakte het toetsenbord voorde aangever ‘uniek’.
Op 28 december 2013 werden – na melding van een onbekend gebleven persoon – diverse goederen, afkomstig van de woninginbraak verregend aangetroffen langs een fietspad nabij hectometerpaal 25.0.van de Rijksweg A-12 in de richting van Den Haag. Bij deze aangetroffen goederen bleek een opzegging van een huurovereenkomst te zitten betreffende de huur van een box bij de firma [C] te [plaats], welke niet van aangever [aangever] was. Op deze opzegging van de huurovereenkomst, stond als naam vermeld ‘ [medeverdachte] ’ en de huurovereenkomst betrof de huur van een box met nummer [001] . De huur zou met ingang van 30 december 2013 worden beëindigd. Hierop werden de identiteitsgegevens van de huurder van de betreffende box met het nummer [001] van de periode tot 30 december 2013 gevorderd. Door de firma [C] werden de gegevens verstrekt. Uit deze verstrekte gegevens bleek dat de betreffende box met het nummer [001] gedurende de periode van 5 oktober 2013 tot 2 januari 2014 was verhuurd aan [medeverdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982. Tevens bleek uit de verstrekte gegevens dat [medeverdachte] bereikbaar was op het telefoonnummer [telefoonnummer] .
Hierop werden de historische verkeersgegevens van nummer [telefoonnummer] over de periode 1 december 2013, 0:00 uur tot en met 1 januari 2015, 23:59 uur gevorderd. Uit het systeem bleek dat het telefoonnummer [telefoonnummer] op 23 december om 22.57.47 uur, werd gebeld. De verbinding van het gesprek door het toestel met nummer [telefoonnummer] vond plaats via een zendmast met als locatiegegevens [c-straat] te [plaats] . Het laatste gesprek voor dit gesprek vond plaats op 23 december om 20:30:44 uur. Het gesprek na dit gesprek vond plaats op 24 december 2013 om 01:45:46 uur. Tijdens die gesprekken is er verbinding met een zendmast op een paallocatie in ’s-Gravenhage.
Verdachte heeft ter zitting van de rechtbank verklaard dat hij [medeverdachte] kent uit de buurt waar verdachte woont en dat het klopt dat hij een keer met [medeverdachte] in een auto is aangetroffen.
Uit een mutatie van 15 januari 2014 blijkt dat verdachte zich samen met [medeverdachte] en een derde persoon in een auto bevond.
Gelet op het voorgaande, in onderling(e) verband en samenhang bezien, acht het hof het boven redelijke twijfel verheven dat verdachte samen met medeverdachte [medeverdachte] betrokken is geweest bij de ten laste gelegde woninginbraak. Gelet op de plek waar de papieren zijn aangetroffen (langs de A12 richting Den Haag) en de verplaatsing van het telefoonnummer van [medeverdachte] van [plaats] naar Den Haag, zijn er aanwijzingen dat de daders zich na de woninginbraak hebben verplaatst naar Den Haag. Verdachte woont in [plaats] en is een kennis van [medeverdachte] . Voorts is op de plaats delict een handschoen aangetroffen met daarin DNA-materiaal dat overeenkomt met dat van verdachte, tenslotte is in de woning van verdachte een toetsenbord aangetroffen dat door aangever is herkend als een toetsenbord dat tijdens de inbraak is weggenomen. Ter zitting van het hof heeft verdachte verklaard dat het toetsenbord niet van aangever, maar van hem is en dat hij dat ooit heeft gekocht. Verdachte die van het begin af aan is geconfronteerd met het gegeven dat het toetsenbord door aangever is herkend, heeft echter nooit pogingen gedaan om te onderbouwen (bijvoorbeeld door het overleggen van een aankoopbon) dat het bij hem aangetroffen toetsenbord een ander is dan het gestolen toetsenbord. Gelet op de specifieke details van het toetsenbord aan de hand waarvan dit door aangever is herkend, acht het hof de verklaring van verdachte (ook) op dit punt niet geloofwaardig.
Het hof acht aldus wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het hem primair tenlastegelegde heeft begaan.”