Conclusie
Nummer19/02496
Bewezenverklaring, bewijsmiddelen en overwegingen (feit 4)
Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van voornoemde verbalisant, zakelijk weergegeven, (…):
Historie [A]is in 1980 gebouwd bij [C] in [plaats] brandmerknummer [...] en afgebouwd bij [D] in [plaats] .Op 10 februari 2000 werd deze geregistreerd als [...] met de rompnaam [F] op naam van [E] uit [plaats] ( [D] ). Op 25 oktober 2010 wordt [F] verkocht en komt als " [A] " in de vaart.in [plaats]Uit diverse bronnen blijkt dat [A] ten tijde van de aankoop, september/oktober 2010 vlak voor het eerdergenoemde transport in de haven van [plaats] heeft gelegen.Levering in [plaats]Volgens opgevraagde informatie uit de openbare registers van het kadaster blijkt dat levering na verkoop van het schip door [E] BV aan de nieuwe eigenaar op 18 oktober 2010 in de haven van [plaats] heeft plaatsgevonden[E] B.V.[A] is voor de verkoop eigendom van:Bedrijfsnaam : [E] B.v.Adres: [a-straat 1]Pcd. / Plaats: [...] [plaats](...)Informatie Kadaster verkoop [A]Op 20 augustus 2010 is er een voorlopige verkoopovereenkomst gesloten tussen [E] BV, als verkoper, en V.O.F. [medeverdachte 5] , als de koper, over de verkoop van stalen motorkotter, voorheen genaamd " [F] " en ten tijde van de verkoop genaamd " [A] .(…)Namens [medeverdachte 5] als de koper trad bij de levering op, één van haar vennoten, te weten [medeverdachte 8] , geboren op [geboortedatum] 1952 te [geboorteplaats] . Hij was schriftelijk gevolmachtigde van [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1974 te [geboorteplaats] , en [medeverdachte 6] , geboren op [geboortedatum] 1976 te [geboorteplaats] , die de volmacht hadden verstrekt in hun hoedanigheid als zijnde vennoten van voornoemde vennootschap [medeverdachte 5] ;(…)Bankrekening [medeverdachte 8]In het onderzoek Higgins is onder andere de ABN Amro bank bankrekening opgevraagd van [medeverdachte 8] . Uit het bankafschrift nummer 9 de dato 27 september 2010 en afschriftnummer 10 de dato 25 oktober 2010 van het bankrekeningnummer [0001] blijkt onder andere dat er op 19 september 2010 een bedrag van € 25.000,-- wordt overgemaakt op de bankrekening [0002] op naam van [D] onder vermelding van:"Aankoop voorheen [F] Aanbetaling".Op 26 september 2010 wordt € 3000,-- overgemaakt op de bankrekening [0002] op naam van [D] onder vermelding van: "Aanbetaling [F] "Opvallend is dat de dagen voorafgaande aan deze overboekingen en daarna contante stortingen hebben plaatsgevonden op de rekening van [medeverdachte 8] ter grootte van € 38.000,- Onderstaande stortingen namelijk gedaan:- 13 september 2010 te 13.19 uur te [plaats] € 4000,-- pasnummer [0003]- 13 september 2010 te 13.22 uur te [plaats] € 4000,-- pasnummer [0003]- 13 september 2010 te 13.24 uur te [plaats] € 2000,-- pasnummer [0003]- 14 september 2010 te 10.22 uur te [plaats] € 4000,-- pasnummer [0003]- 14 september 2010 te 11.24 uur te [plaats] € 4000,-- pasnummer [0003]- 14 september 2010 te 11.27 uur te [plaats] € 2000,-- pasnummer [0003]- 15 september 2010 tijdstip onbekend € 3900,- (correctie geldautomaat)- 16 september 2010 te 10.04 uur te [plaats] € 2100,-- pasnummer [0003]- 16 september 2010 te 10.07 uur te [plaats] € 4000,-- pasnummer [0003]- 20 september 2010 te 13.09 uur te [plaats] € 4000,-- pasnummer [0003]- 20 september 2010 tijdstip onbekend € 4000,- (correctie geldautomaat)
De overeengekomen koopprijs van de stalen motorkotter bedroeg € 150.000,-. (..) Op basis van de voorlopige koopovereenkomst en een verklaring omtrent koopsom is vastgesteld dat bij het sluiten van de voorlopige koopovereenkomst een aanbetaling van € 15.000,- is gedaan (...)
Op 28 september 2010 is met betrekking tot [A] een nationaliteitsverklaring afgegeven namens de Minister van Verkeer en Waterstaat waarin wordt vermeld dat [medeverdachte 8] , [verdachte] en [medeverdachte 6] , de eigenaar zijn dan wel zullen gaan worden.
Op 18 oktober 2010, twee weken na de levering van [A] aan [medeverdachte 5] , wordt het schip op basis van een verkoopovereenkomst door [medeverdachte 5] al weer doorgeleverd aan een nieuwe koper van het schip. De nieuwe koper van het schip is: [betrokkene 2] , geboren op 30 april 1968 en wonende aan de [b-straat 1] , [...] te [plaats] .
• De overeengekomen koopprijs van de stalen motorkotter bedroeg € 162.500,-. Uit de akte van levering blijkt dat de verkopende partij, [medeverdachte 5] , en de kopende partij, [betrokkene 2] , zijn overeengekomen dat de koopprijs niet hoeft te worden voldaan onder de voorwaarde dat de koper erkent aan de verkoper de aankoopprijs ad € 162.500,- schuldig te zijn. Er zullen over deze lening door de koper en verkoper nadere afspraken worden gemaakt:
• De levering van het schip zou op 18 oktober 2010 in de haven van [plaats] hebben . plaatsgevonden;
• Op 13 oktober 2010 is met betrekking tot [A] een nationaliteitsverklaring afgegeven namens de Minister van Verkeer en Waterstaat waarin wordt vermeld dat [betrokkene 2] de eigenaar is dan wel zal gaan worden.
MOT-meldingDoor het notariskantoor dat betrokken is geweest bij de levering van het schip aan koper [betrokkene 2] is een MOT-melding gedaan. Uit de melding blijkt dat het notariskantoor de transactie heeft aangemerkt als een verdachte transactie. Uit de situatiebeschrijving van de transactie door het notariskantoor blijkt het navolgende:
• Ten tijde van de levering van het schip op 4 oktober 2010 was al duidelijk dat de VOF [medeverdachte 5] , het schip had doorverkocht aan [betrokkene 2] ;
• Bij navraag door het notariskantoor is als reden van doorverkoop opgegeven dat het schip door VOF [medeverdachte 5] zou worden gebruikt in de 'Offshore' onder Nederlandse vlag maar dat dit niet mogelijk bleek vanwege de ouderdom van het schip. De nieuwe eigenaar heeft echter opgegeven het schip toch voor de 'offshore' te gaan gebruiken;
• Over de snelheid van doorverkoop is verklaard dat [betrokkene 2] al bij aankoop van het schip door VOF [medeverdachte 5] belangstellende was. Nadat bleek dat het schip niet bruikbaar was in de 'offshore' heeft VOF [medeverdachte 5] het schip aan [betrokkene 2] te koop aangeboden. Het verschil in koopsom is gedeeltelijk winst en gedeeltelijk een vergoeding voor gemaakte kosten;
• Volgens het notariskantoor zijn er onduidelijkheden over de betaling van het schip. In eerste instantie werd door de verkoper, VOF [medeverdachte 5] , verklaard dat de koopsom al zou zijn voldaan. Later is door de verkoper gemeld dat de koopsom niet was voldaan en er een schuld zou resteren in de vorm van een lening. In onderling overleg en in samenspraak met de boekhouder zou de lening worden vastgelegd. Op basis van deze situatiebeschrijving is door het notariskantoor een melding gedaan van een ongebruikelijke transactie.
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 22 januari 2014 tegenover verbalisanten afgelegde verklaring van [betrokkene 3] :
A: Dat is gedeeltelijk cash. Op een gegeven moment (het hof begrijpt: op 3 september 2010) is zijn zoon verschenen met een bedrag van € 30.000,- (zegge: dertigduizendeuro). [medeverdachte 8] zelf was op vakantie. Ik kijk naar de paspoort kopieën en volgens mij was het [verdachte] . Hij was in ieder geval dik. Het was de eerste termijn en hij kwam betalen want zijn vader was op vakantie.
V: Hoe is de betaling verder gegaan?
A: Op 13 september kwam [medeverdachte 8] zelf. Ik toon u nu een overzichtje dat ik gemaakt heb van alle betalingen die hebben plaatsgevonden. Op een gegeven moment kwam hij (het hof begrijpt: het geld) brengen en toen was er 20 euro te weinig en die heeft hij uit zijn portemonnee betaald. Op 27 oktober heeft de laatste betaling plaatsgevonden.
V: Wie is de persoon op foto 1:
A: Dit is die dikke en dat moet [verdachte] zijn. En die heeft de eerste aanbetaling gedaan omdat zijn vader op vakantie was.
• Overzicht met betalingen die zijn verricht zoals genoemd in het verhoor.
Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:
3 september € 30.000,00
13 september € 20.000,00
15 september € 10.000,00
17 september € 10.000,00
20 september € 20.000,00
20 september € 25.000,00 (per bank)
22 september € 12.000,00
27 september € 3.000,00 (per bank)
29 september € 10.000,00
2 oktober € 10.000,00 +
Koopsom totaal € 150.000,00
Tweede opgave € 33.042,00
Derde opgave € 8.517,55 +
Totaal € 62.818,55
extra € 20,00
21 oktober € 15.000,00
25 oktober € 16.000,00
26 oktober € 4.000,00
27 oktober € 7.818,55.
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 22 september 2015 tegenover de rechter-commissaris afgelegde verklaring van [betrokkene 4] :
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 17 februari 2014 tegenover verbalisanten afgelegde verklaring van [betrokkene 2] :
A: 1 vaartuig
V: Welke was dat?
A: [A]
A: Ik heb hem nooit gezien
V: Kan jij vertellen hoe het gebeurd is dat dat ding op jouw naam is gekomen?
A: Het was overdag, ik was basecoke aan het roken en ik werd wakker. Ik had even gedoucht en was op weg naar de winkel. Ik had de fiets aan de hand en liep richting de McDonalds. Toen stopte er echt een dikke Mercedes. Het raampje ging open en er werd gezegd: wil je geld verdienen? Dat wilde ik wel.
(…)
V: Ze spreken je aan en toen?
A: Ik vroeg hoe ik dan geld kon verdienen. Ja, ik moest een boot op mijn naam zetten. Ik vroeg wat het zou verdienen. Zou ongeveer 2000 Euro zijn. Ze zijn met me meegegaan en ik heb 100 euro op voorhand gevraagd, Dat betaalde hij dus dat was lekker. Toen hebben we telefoonnummers gewisseld en hij zou mij bellen als ie in de buurt was. Ik wilde ook wat van hem en ik heb hem af en toe gebeld dat ik geld nodig had. Hij kwam toen meteen langs met 50 of 100 euro.
V: Hoe zag hij er uit?
A: Het was een dikke vent met een dikke buik. Hij was niet zo groot.
(…)
V: Op dit moment is het goed als we je wat foto's laten zien. We laten je 3 foto's zien en we vragen je of je die mensen kent.
V: Foto 6? (het hof begrijpt uit, de toelichting op de fotobijlage Higgins, Andromeda bijgevoegd in persoonsdossier [medeverdachte 6] , pagina 62 dat op foto 6 verdachte [verdachte] is afgebeeld).
A: Volgens mij is dat hem, hij lijkt er heel veel op, dus het zal hem ongetwijfeld wezen.
V: Op wie lijkt hij?
A: Op die dikke die mij had aangesproken voor die boot.
(…)
V: Jullie zijn naar de notaris geweest?
A: ja maar ik had geen legitimatiebewijs. Die heeft hij toen opgehaald bij de supermarkt. Hij heeft betaald daarvoor want ik had het als onderpand gegeven.
V: Hij (de man van foto 6) was meegegaan?
A: Ja.
V: Wat voor auto had hij?
A: Een witte Porsche Cayenne.
V: Wie waren er mee naar de notaris?
A: Die bolle en die andere. In [plaats] was nog een man
V: Hoe zag die man in [plaats] er uit?
A: Een nette man, Een oudere man van 50.
Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van voornoemde verbalisanten, zakelijk weergegeven:
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 24 november 2013 tegenover verbalisant afgelegde verklaring van [verdachte] :
Bespreking van de middelen
eerstemiddel betreft de bewezenverklaring van feit 4. De motivering van het bewezenverklaarde zou innerlijk tegenstrijdig en/of onbegrijpelijk zijn en de bewezenverklaring zou in zoverre niet naar de eis der wet met redenen omkleed zijn. In de toelichting op het middel wordt deze klacht aldus uitgewerkt dat het hof enerzijds de getuigenverklaring van [betrokkene 2] , inhoudende dat hij voor zijn diensten € 2.000,-- zou krijgen, maar die nooit heeft gekregen, redengevend heeft geacht, terwijl het hof anderzijds heeft overwogen dat reeds uit het feit dat de verdachte [betrokkene 2] heeft betaald voor zijn medewerking kan worden afgeleid dat de verdachte niet te goeder trouw was.
tweedemiddel klaagt dat het bewezenverklaarde witwassen door het verwerven en voorhanden hebben van het zeilschip [A] niet uit de gebezigde bewijsmiddelen kan worden afgeleid en/of dat het hof ten onrechte met betrekking tot het verwerven en voorhanden hebben van dit zeilschip de kwalificatie-uitsluitingsgrond buiten toepassing heeft gelaten. Volgens de steller van het middel is sprake van witwassen van een uit eigen misdrijf afkomstig voorwerp, nu het hof heeft vastgesteld dat de verdachte in verband met de aankoop van [A] op 3 september 2013 een contante betaling van € 30.000,- heeft gedaan, en in zijn strafmotivering heeft overwogen dat [A] is gefinancierd met geld dat een criminele herkomst had. In dat verband zou van belang zijn dat de verdachte door het hof tevens is veroordeeld voor het voorbereiden of bevorderen van de invoer van cocaïne en het overtreden van de Wet op de accijns. Daar zou nog bijkomen dat het hof tevens heeft vastgesteld dat de verdachte een katvanger, [betrokkene 2] , heeft benaderd om de boot in strijd met de werkelijke eigendomsverhoudingen op zijn naam te zetten. Dat zou in wezen gekwalificeerde valsheid als bedoeld in de artikelen 226 en 227 Sr opleveren.
NJ2017/218 m.nt. Mevis heeft Uw Raad het volgende overwogen: [1]