In cassatie kan van de volgende feiten worden uitgegaan:
(i) Partijen zijn buren van elkaar en wonen in het buitengebied van [woonplaats]. Ze houden allen van paarden.
(ii) [Voorkeursgerechtigden] hebben in overleg met [eigenaresse] in 2013 op het perceel van [eigenaresse] een paarden- c.q. buitenbak aangelegd. De aanleg van deze buitenbak is volledig gefinancierd door [Voorkeursgerechtigden]
(iii) Partijen zijn mondeling overeengekomen dat de (op het perceel van [eigenaresse] gelegen) buitenbak zowel door [Voorkeursgerechtigden] als door [eigenaresse] mag worden gebruikt. Verder zijn partijen overeengekomen dat indien [eigenaresse] voornemens zou zijn om het aan haar perceel grenzende onroerend goed te verkopen, [Voorkeursgerechtigden] een voorkeursrecht hebben voor wat betreft de koop van de buitenbak met ondergrond.
(iv) [Voorkeursgerechtigden] hebben in 2013 een perceel grasland, kadastraal bekend gemeente [woonplaats] sectie [A] nummer [001], van [eigenaresse] gekocht. Dat perceel is bij akte van 13 september 2013 door [eigenaresse] aan [Voorkeursgerechtigden] geleverd.
(v) In de akte van 13 september 2013 is – voor zover hier relevant – het volgende vastgelegd:
‘(…)
RECHT VAN EERSTE KOOP
a. Indien de comparante onder 1 genoemd [[eigenaresse]] voornemens is over te gaan tot vervreemding in welke zin dan ook van een gedeelte van het perceel kadastraal bekend gemeente [woonplaats] sektie [A] nummer [001], zoals aangegeven op een aan deze akte gehechte kaart, zijnde de buitenbak, zoals deze bij koper reeds in gebruik is (of een gedeelte daarvan), waaronder ten deze mede begrepen overdracht in economische zin, verhuur, verpachting en vestiging van (zakelijke) genotsrechten, is hij verplicht koper danwel de comparanten onder 2. genoemd [[Voorkeursgerechtigden]] handelend voor zich in privé, hierna (tezamen) te noemen: gerechtigden, bij aangetekend schrijven hiervan in kennis te stellen.
Laatstgenoemden (of één van hen) hebben alsdan het recht van voorkeur om deze onroerende zaak te kopen voor een prijs, vast te stellen in onderling overleg of bij gebreke van overeenstemming door drie taxateurs, waarvan één te benoemen door de gerechtigden en één door de comparante onder 1. genoemd, terwijl de derde zal worden benoemd door de twee door partijen benoemde taxateurs ofwel, ingeval van weigering om tot de benoeming over te gaan, te benoemen op verzoek van de meest gerede partij door de Kantonrechter binnen wiens ambtsgebied de onroerende zaak gelegen is.
Bij het bepalen van de prijs zullen partijen er rekening mee houden dat de complete aanleg van de buitenbak door en voor rekening van de comparanten onder 2. genoemd is verricht.(...)
Het voorkeursrecht vervalt in de hierna gemelde gevallen:
(...)
f ingeval van vervreemding of overgang aan de kinderen van de comparante onder I. genoemd of één of meer hunner (...).
(...), bij gebreke waarvan een zonder rechterlijke tussenkomst direct opeisbare boete van vijftig duizend euro (€ 50.000,00) wordt verbeurd ten behoeve van die gerechtigden (...).’
(vi) [Voorkeursgerechtigden] hebben, na daartoe op 10 september 2015 verkregen verlof van de voorzieningenrechter van de rechtbank Overijssel, op 10 september 2015 ten laste van [eigenaresse] conservatoir beslag laten leggen op de aan [eigenaresse] in eigendom toebehorende woning en het bijbehorende perceel te [woonplaats].