Voetnoten
1.Rechtbank Noord-Nederland.
3.Hof Arnhem-Leeuwarden.
5.De staatssecretaris van Financiën.
6.Voetnoot A-G: ik hanteer de afkorting SKNL ook in deze conclusie.
7.Zie r.o. 6 van de uitspraak van de Rechtbank.
8.Zie r.o. 4 van de uitspraak van de Rechtbank.
9.Zie r.o. 2.2 van de uitspraak van de Rechtbank. Merk op dat de eerste zin van deze overweging van de Rechtbank een kennelijke schrijffout bevat; het woord “niet” is weggevallen. Dit is ook onderkend door de Inspecteur in zijn beroepschrift aan het Hof.
10.Tweede pagina van het beroepschrift in cassatie.
11.Merk op dat niet in geschil is dat goed koopmansgebruik zich niet ertegen verzet dat de gronden worden gewaardeerd op lagere bedrijfswaarde. Vgl. HR 16 december 1998, nr. 33179, ECLI:NL:HR:1998:AA2586, 12.Zie onderdeel 4.5 van de uitspraak van het Hof, zoals weergegeven in onderdeel 2.5 van deze conclusie.
13.Voetnoot A-G: de subsidie functieverandering is een vorm van de SKNL-subsidie. Zie r.o. 2.3 van de uitspraak van het Hof, zoals weergegeven in onderdeel 2.1 van deze conclusie.
14.Zie onderdeel 4.5 van de uitspraak van het Hof, zoals weergegeven in onderdeel 2.5 van deze conclusie.
15.Zie onderdeel 4.7 van de uitspraak van het Hof, zoals weergegeven in onderdeel 2.5 van deze conclusie.
16.Zie onderdeel 4.6 van de uitspraak van het Hof, zoals weergegeven in onderdeel 2.5 van deze conclusie.
17.Beroepschrift in hoger beroep van de Inspecteur, p. 2 en 3.
18.Voetnoot A-G: in zijn pleitnota neemt de Inspecteur een ander standpunt in over de toepassing van de vrijstelling. In de pleitnota in hoger beroep schrijft hij dat zijn primaire standpunt is dat de vrijstelling niet van toepassing is omdat “[g]esteld kan worden dat feitelijk helemaal geen sprake is van een subsidie, maar van een reële vergoeding voor een tegenprestatie. […] Nu sprake is van een reële tegenprestatie is geen sprake van een onbelaste subsidie als bedoeld in artikel 3.13 lid 1, aanhef, letter g Wet IB 2001.”
19.A.W. de Beer,
20.Tweede pagina van het verweerschrift in cassatie.
23.Zie onderdeel 4.5 van deze conclusie: “de waardevermindering van de grond wordt
24.Zie onderdeel 4.6 van deze conclusie: “Het voorgaande betekent dat
25.Art. 3.2 Wet IB 2001.
26.Art. 3.8 Wet IB 2001.
28.Wet van 18 december 1997, houdende wijziging van enkele belastingwetten c.a. 1998 (fiscale milieuversterking),
29.Wet van 18 december 1997, houdende wijziging van enkele belastingwetten c.a. 1998 (fiscale milieuversterking),
33.Derde pagina van het verweerschrift in cassatie.
35.Besluit van de Staatssecretaris van Financiën van 30 december 2011,
36.Besluit van de Staatssecretaris van Financiën van 30 december 2011,
38.Uitvoeringsregeling Inkomstenbelasting 1964.
39.Uitvoeringsregeling Inkomstenbelasting 1990.
40.Uitvoeringsregeling Inkomstenbelasting 2001.
41.Besluit van de Staatssecretaris van 3 mei 1999, WDB99-96M,
42.90% van de subsidie was vrijgesteld, zie onderdeel 4.29.
45.Voetnoot A-G:
46.Voetnoot A-G:
47.Zie ook onderdeel 4.16 van deze conclusie.
48.En daarmee voor een derde aan hun medemaat/zoon.
49.Zie r.o. 4.6 van de uitspraak van het Hof, zoals weergegeven in onderdeel 2.1 van deze conclusie.
50.Zie r.o. 4.5 van de uitspraak van het Hof, zoals weergegeven in onderdeel 2.1 van deze conclusie.
51.Zie r.o. 4.5 van de uitspraak van het Hof, zoals weergegeven in onderdeel 2.1 van deze conclusie.
52.Zie r.o. 4.8 van de uitspraak van het Hof, zoals weergegeven in onderdeel 2.1 van deze conclusie.