Belanghebbende exploiteert een melkveehouderij en waardeerde zijn landbouwgrond per 30 april 2010 op de waarde in het economische verkeer bij voortzetting van de aanwending (WEVAB), anticiperend op mogelijke afschaffing van de landbouwvrijstelling. Hierdoor werd een boekwinst verantwoord en een toevoeging aan de oudedagsreserve gedaan.
De Inspecteur stelde dat deze waardering niet was toegestaan en corrigeerde de oudedagsreserve. Het hof verwierp dit standpunt en oordeelde dat goed koopmansgebruik het gekozen waarderingsstelsel niet verbiedt en dat er geen oogmerk was om incidenteel fiscaal voordeel te behalen.
De Hoge Raad oordeelt echter dat de WEVAB-waardering leidt tot strijd met artikel 3.12 Wet IB 2001, omdat waardeveranderingen die onder de landbouwvrijstelling vallen al jaarlijks worden meegenomen, waardoor latere waardedalingen en verkoopkosten niet kunnen worden gesaldeerd. Dit strookt niet met goed koopmansgebruik. De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof, verklaart het beroep van de Staatssecretaris gegrond, het incidentele beroep van belanghebbende ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank.