ECLI:NL:PHR:2020:33
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep tegen wrakingsbeslissing raadsheer-commissaris
De verzoeker was opgeroepen als getuige bij de raadsheer-commissaris van het gerechtshof Den Haag en diende een wrakingsverzoek in tegen deze raadsheer-commissaris. De wrakingskamer verklaarde het verzoek niet-ontvankelijk omdat art. 512 Sv Pro alleen wraking door verdachte of openbaar ministerie toestaat. De verzoeker voerde aan dat de identiteit bij het verhoor verborgen moest blijven, maar dit werd niet toegewezen.
Tegen deze beslissing werd cassatieberoep ingesteld. De Procureur-Generaal adviseert echter het beroep niet-ontvankelijk te verklaren omdat art. 515 lid 5 Sv Pro geen rechtsmiddel tegen wrakingsbeslissingen toestaat. De doorbrekingsleer die in civiele wrakingszaken soms een uitzondering maakt, wordt in strafzaken niet toegepast.
De Hoge Raad volgt dit advies en verklaart het cassatieberoep niet-ontvankelijk. Hiermee wordt bevestigd dat wrakingsbeslissingen van raadsheren-commissarissen in strafzaken niet vatbaar zijn voor cassatie, behoudens cassatie in belang der wet. De zaak benadrukt de beperkte ontvankelijkheid van derden in wrakingsprocedures en de strikte toepassing van het rechtsmiddelenverbod.
Uitkomst: Het cassatieberoep tegen de wrakingsbeslissing wordt niet-ontvankelijk verklaard.