Conclusie
1.Inleiding
2.Het eerste middel
Dat is [medeverdachte 2] ?
Dat is dus [medeverdachte 2] , dus foto 2 is [medeverdachte 2] . Dat schrijf ik even hier op. Vandaag 20/02/2013 om 14.58 uur. [medeverdachte 2] , (p. 3819)
En je weet ook niet, van wie heb je het referentienummer gekregen?
Van [betrokkene 5] ? (hof: [betrokkene 5] ) (...)
Waar intern?
Jij verklaarde gisteren dat er tijdens het lossen bij [D] in Loosdrecht ook nog andere mensen aanwezig waren die bij [A] te Tiel werkt. Hoe weet jij dat?
Wie is de persoon op foto 2?
Waar herken jij hem aan?
Hoe zeker weet je dat [medeverdachte 2] ook daadwerkelijk [medeverdachte 2] is?
De laders. Weten die wat een referentienummer is?
Hoe moeten ze dat weten?
Bel je veel?
Overwegingen met betrekking tot het bewijs
AG TS) weten wat een referentienummer is en dat ze werden gebeld met dat T-nummer, zodat het niet zo kan zijn dat ze dat niet weten, houd ik het ervoor dat het hof de verklaring van de verdachte als een kennelijk leugenachtige heeft willen aanmerken. Dit heeft het hof echter niet met zoveel woorden overwogen. Desalniettemin kan deze klacht niet tot cassatie leiden, wat er ook zij van het gebruik door het hof van deze verklaring, omdat de bewezenverklaring ook met weglating van deze verklaring toereikend is gemotiveerd.
wederrechtelijkheeft verkregen en, voor zover dat wel kan, de overwegingen van het hof innerlijk tegenstrijdig zijn, omdat het hof ook heeft vastgesteld dat de verdachte als één van de weinigen toegang had tot die referentienummers.