ECLI:NL:PHR:2020:418
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens niet-naleving van afgifteplicht appeldagvaarding
In deze zaak heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden de verdachte bij verstek veroordeeld wegens een verkeersovertreding, met een geldboete en een voorwaardelijke rijontzegging. De verdachte stelde cassatieberoep in tegen dit arrest. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad concludeerde dat het voorschrift van artikel 48 van Pro het Wetboek van Strafvordering niet was nageleefd, omdat niet is gebleken dat een afschrift van de appeldagvaarding aan de raadsman van de verdachte was verzonden.
De stukken van het geding bevatten een stelbrief van de advocaat die optrad als raadsman, maar geen bewijs dat de dagvaarding aan haar was gezonden. Tijdens de terechtzitting in hoger beroep was noch de verdachte noch zijn raadsman aanwezig, wat het vermoeden versterkt dat het voorschrift niet is nageleefd. Dit voorschrift is van groot belang voor een geldige behandeling van de zaak.
De Hoge Raad oordeelt dat het middel slaagt en vernietigt het arrest van het gerechtshof. De zaak wordt terugverwezen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor een nieuwe berechting op het bestaande hoger beroep. Er zijn geen gronden gevonden om ambtshalve te vernietigen. Hiermee wordt het recht op een eerlijk proces en het naleven van procedurele voorschriften gewaarborgd.
Uitkomst: Het arrest van het gerechtshof wordt vernietigd wegens niet-naleving van artikel 48 Sv en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.