Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
16 juni 2020.
Hoge Raad
In deze strafzaak heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie van de verdachte behandeld tegen een bij verstek gewezen arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De klacht betrof het niet naleven van artikel 48 van Pro het Wetboek van Strafvordering, omdat geen afschrift van de appeldagvaarding aan de raadsman van de verdachte was verzonden.
De Hoge Raad constateerde dat noch de verdachte noch diens raadsvrouw in hoger beroep waren verschenen, en dat er een ernstig vermoeden bestond dat het voorschrift van artikel 48 Sv Pro niet was nageleefd. Dit voorschrift vereist dat de raadsman een afschrift van de dagvaarding ontvangt om de belangen van de verdachte adequaat te kunnen behartigen.
Op grond van deze tekortkoming vernietigde de Hoge Raad het arrest van het hof en verwees de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor een nieuwe berechting en afdoening. De conclusie van de advocaat-generaal ondersteunde deze beslissing. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren tijdens een openbare terechtzitting.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting wegens niet naleving van artikel 48 Sv.