Conclusie
1.Feiten
2.Procesverloop
(…)
3.De beoordeling van het cassatiemiddel
nietmede tot doel heeft dat partijen in de gelegenheid worden gesteld om hun stellingen toe te lichten. Als het doel van de mondelinge behandeling ertoe beperkt is dat partijen inlichtingen geven en een schikking wordt beproefd, kan de mondelinge behandeling plaatsvinden ten overstaan van één rechter (raadsheer-commissaris). [8] Maar als een dergelijke mondelinge behandeling in werkelijkheid (ook) wordt benut om partijen in de gelegenheid te stellen hun stellingen toe te lichten, gelden wel de hiervoor onder 3.9 vermelde regels. [9] In dat geval zal aan partijen alsnog gelegenheid moeten worden gegeven om een nadere mondelinge behandeling te verzoeken ten overstaan van de meervoudige kamer die de beslissing zal nemen. De rechter-commissaris kan partijen die gelegenheid al bij de behandeling geven. Partijen kunnen dan desgewenst tijdens de behandeling afstand doen van de mogelijkheid om een nadere mondelinge behandeling ten overstaan van de meervoudige kamer te verzoeken. [10]
3.3.2 De comparitie na aanbrengen (of comparitie vóór grieven) in hoger beroep heeft een eigen doel en karakter. Deze comparitie strekt met name ertoe om, nog voordat een schriftelijke uitwisseling van partijstandpunten plaatsvindt, de mogelijkheid van een schikking te beproeven of afspraken over het procesverloop in hoger beroep te maken. De rechtsstrijd in hoger beroep is op dat moment nog niet omlijnd, en de comparitie is niet bedoeld om op de grondslag van hetgeen aldaar wordt besproken tot een inhoudelijke beslissing van de zaak te komen. Indien partijen op deze zitting een toelichting geven op hun standpunten, kan dat niet worden aangemerkt als een toelichting van hun stellingen in de zin bedoeld hiervoor in 3.2.1 en 3.2.2[A-G: zie hiervoor onder 3.9 en 3.10]
. Partijen krijgen, indien zij geen schikking hebben bereikt of geen andersluidende procesafspraken hebben gemaakt, na de comparitie de gelegenheid om bij memorie van grieven respectievelijk memorie van antwoord hun standpunten in hoger beroep kenbaar te maken en toe te lichten. Ook wordt hun daarna nog de gelegenheid gegeven om een mondelinge behandeling te verzoeken[noot: Art. 2.23 van het Landelijk procesreglement voor civiel dagvaardingszaken van de gerechtshoven (tiende versie, oktober 2019)]
, op welke mondelinge behandeling dan de regels van toepassing zijn zoals hiervoor in 3.2.1[A-G: zie hiervoor onder 3.9]
weergegeven.
bedoelde regels niet zien op de comparitie na aanbrengen in hoger beroep, ook niet indien partijen die zitting mede hebben benut om hun stellingen toe te lichten.”