“1.
De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting in eerste aanleg van 15 februari 2018.
Deze verklaring houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:
Ik word ook wel [verdachte] genoemd.
Ik heb die rode Peugeot
(het hof begrijpt: met kenteken [kenteken 1] )op 30 oktober 2009 omstreeks 10.00 uur geleend van [betrokkene 1] . Ik heb deze auto diezelfde middag naar de garage gebracht.
De € 63.500,- die bij [betrokkene 2] is aangetroffen, komt van mij. Zij bewaarde dit geld voor mij. Het klopt dat ik op 3 november 2009 naar de Dominicaanse Republiek ben gevlogen. Ik heb de boeking cash betaald voor mijzelf, mijn broertje [betrokkene 3] en mijn vriendin [betrokkene 4] . In de Dominicaanse Republiek heb ik ook het appartement waar we verbleven betaald. Ik heb voor de terugreis de tickets van [betrokkene 4] en [betrokkene 5] tegen betaling vernieuwd omdat zij te laat waren voor hun vliegtuig. [betrokkene 2] heeft zelf en via andere mensen met Western Union geld naar mij gestuurd toen ik in de Dominicaanse Republiek verbleef. Ik heb mensen die dichtbij Western Union in de buurt waren het geld vervolgens laten ophalen.
2.
Een niet ambtsedig proces-verbaal van aangifte (…) van 30 oktober 2009, door de bevoegde opsporingsambtenaar (…), (…).
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 30 oktober 2009 tegenover verbalisant afgelegde verklaring van
[slachtoffer 1]:
Tussen vrijdag 30 oktober 2009 te 10.36 uur en vrijdag 30 oktober 2009 te 10.40 uur werd op de [a-straat 1] , [postcode] [plaats] , het feit gepleegd. Vrijdag 30 oktober tussen 10.33 uur en 10.35 uur moest ik heel even in mijn woning zijn aan de [a-straat 1] in [plaats] . (..) Ik zag in mijn ooghoek dat er iets of iemand aan kwam in mijn richting vanaf buiten. Ik keek toen in de richting en zag en voelde direct dat er iets over mijn hoofd werd gedaan. Op het moment dat ik naar buiten keek zag ik drie personen aan komen lopen. Ik zag dat het donkere personen waren, allen donker gekleed. Direct hierna, toen ik de zak over mijn hoofd had gekregen, werd ik de woonkamer in geduwd en ik hoorde dat een manspersoon zei dat ik rustig moest doen. Ik werd eerst omgedraaid, en werd toen de woonkamer in geduwd. (..) Ik voelde dat iemand mijn enkels aan elkaar vast bond. Achteraf bleek dat dit was door middel van duck-tape. Ik zag nog wel, voordat de zak over mijn hoofd werd gedaan, in een flits, dat een persoon een zwart pistool in een van zijn handen hield.
Op het moment dat ik in de woonkamer kwam, moest ik op de grond gaan liggen. Ik voelde dat een van de personen mij vast hield aan mijn linkerarm. Op die manier werd ook druk uitgeoefend op mij en werd ik in de richting van de grond bewogen. Ik hoorde die persoon ondertussen zeggen dat ik moest gaan liggen wat ik ook deed. (..) Ik hoorde een persoon vroeg aan mij: “je weet wat ik, je weet waarvoor we komen...Waar ligt het geld?” Ik voelde dat er een hard voorwerp tegen mijn hoofd gedrukt werd. Ik voelde ook dat iemand de muts van mijn hoofd iets omhoog deed, waarna er door iemand een mes onder mijn gezicht werd geschoven. Vervolgens zag ik dat dit mes weer uit mijn zicht werd gehaald en voelde direct dat hij, kennelijk met dit mes, in mijn rug prikte. (..) Ik voelde dat iemand, vlak hierna, nadat ik hoorde dat de voordeur werd dichtgedaan, hard het vuurwapen op mijn achterhoofd zette. Ik hoorde de man zeggen dat het menens was en dat hij mij dood zou schieten. (..)
Ik heb twee mannen horen praten en overleggen met elkaar. Ondertussen had ik nog steeds het vuurwapen op mijn hoofd. Een persoon bleef dus steeds bij mij en hield, denk ik, een knie in mijn rug. Ik hoorde dat een man zei dat ik het moest zeggen, anders zou hij mijn man doodschieten op het werk. (..)
Ik hoorde dat diegene die op mijn rug zat tegen mij zei: “Zit het geld in de die roze tas met die balletjes? Ik heb toen maar gezegd dat dat zo was. (..) Ik hoorde dat de mannen naar beneden kwamen lopen/rennen. Ik werd vervolgens door een van de mannen vastgebonden aan mijn handen, naar later bleek, ook middels duck-tape. Er zat een bedrag van 400.000 euro in die roze tas. In deze roze tas zat een vuilniszak waarin het geld zat. De mannen hebben de vuilniszak uit deze roze tas gehaald, waarna ze zijn weggegaan. (..)
Ik hoorde, voordat ze vertrokken, een van de mannen zeggen tegen mij dat ik niet moest schreeuwen en dat ik moest wachten met losmaken. (..)
3.
Een proces-verbaal van verhoor getuige (…) van 30 oktober 2009, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar (…), (…).
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 30 oktober 2009 tegenover verbalisant afgelegde verklaring van
[betrokkene 6]:
Op vrijdag 30 oktober 2009, omstreeks 10.20 uur, keek ik uit het raam van de [school] op de [b-straat] en zag dat een klein rood oud autootje stopte achter de auto van mijn begeleidster. Ik zag dat er 5 negers in deze auto zaten. Ik zag dat zij eerst even in gesprek waren en daarna zag ik dat er drie mannen achter uit de auto stapten. (..) Ik zag dat twee hun capuchon op deden en daarna zag ik ze niet meer. De derde man deed zijn capuchon op en ging een spieroefening doen. Vervolgens zag ik dat hij weg rende in de richting van de [c-straat] . (..) Ik zag vervolgens dat de auto weg reed in de richting van de [d-straat] . Het moet een oud vierkantig klein rood autootje zijn.
4.
Een proces-verbaal van verhoor getuige (…) van 6 november 2009, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar (…), (…).
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 6 november tegenover verbalisanten afgelegde verklaring van
[betrokkene 6]:
U toont mij foto’s van een rode auto (h
et hof begrijpt: foto ’s van de inbeslaggenomen rode Peugeot met kenteken [kenteken 1]). Ik kan u vertellen dat het inderdaad zo’n soort auto was. De auto was in ieder geval een Peugeot.
5.
Een proces-verbaal van verhoor getuige (…) van 9 november 2009, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar (…), (…).
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 9 november 2009 tegenover verbalisant afgelegde verklaring van
[betrokkene 7]:
Op vrijdag 30 oktober 2009, even voor 10.30 uur, fietste ik over de [c-straat] in [plaats] . Ik fietste richting de [e-straat] . De [c-straat] gaat over in de [f-straat] en toen ik net voorbij de [g-straat] fietste zag ik drie (3) personen. Twee (2) liepen er naast elkaar en de derde kwam achter hun aangerend. Hij rende op ongeveer een (1) meter achter die twee. De drie liepen over de [f-straat] , ter hoogte van de ingang naar het [h-straat] . Die eerste twee praatten met elkaar. Ze liepen versneld. Een (1) van die twee had een halfvolle vuilniszak in zijn handen geklemd. Ik zag dat er iets rechtshoekigs in de zak zat, iets stevigs.
6.
Een proces-verbaal van verhoor getuige (…) van 4 november 2009, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar (…), (…).
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 3 november 2009 tegenover verbalisant afgelegde verklaring van
Pieter [betrokkene 8]:
Op vrijdag 30 oktober 2009 omstreeks 10.30 uur fietste ik vanaf de [i-straat] linksaf de [c-straat] op. Nadat ik net de [c-straat] was opgereden zag ik vanuit de [a-straat 1] jongens komen rennen. Zij renden linksaf de [c-straat] op. Ik zag dat een van beiden een vuilniszak bij zich droeg. Ik zag dat zij renden en daarbij heel zenuwachtig om zich heen keken. Ik zag dat zij een heel klein stukje het [h-straat] in renden, maar ook direct weer terugkwamen naar de [c-straat] . Ik zag dat zij daar bleven rondhangen. Al heel snel zag ik een klein rood autootje aan komen rijden. Deze reed over de [c-straat] en kwam vanuit de richting van het hertenkamp. Ik zag dat deze auto hard reed en dat de auto stopte bij de bestelbus van [betrokkene 9] . Die stond op het hoekje van de [i-straat] met de [c-straat] . Ik zag dat er een (1) persoon in die auto zat en dat was de bestuurder. Ik zag dat het een 4-deurs auto was. Ik zag de jongen die de vuilniszak vasthield links achter instapte, dus achter de bestuurder, en ging zitten. Ik zag dat de tweede jongen achter de auto om liep en rechts naast de bestuurder instapte en ging zitten. Ik zag toen dat de auto hard doorreed over de [c-straat] richting [e-straat] . (..) Ik zag toen een postbode lopen op het [h-straat] . Ik heb hem gevraagd om een briefje en een pen. Ik heb het kenteken gezegd en dat heeft de postbode voor mij opgeschreven. (..)
Verder zag ik dat op het moment dat die jongens bij het busje van [betrokkene 9] liepen, dat er vanuit de [a-straat] nog een jongen kwam lopen. Ik zag dat hij eerst liep en toen hij mij zag staan ging joggen. Op datzelfde moment zag ik dat er ook een jongen vanaf de [i-straat] richting de [c-straat] kwam lopen en ging joggen toen hij mij zag. Ik zag beide joggers de [i-straat] inlopen.
(…)
10.
Een proces-verbaal van verhoor van getuige (…) van 3 november 2009, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren(…), (…).
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 3 november 2009 tegenover verbalisanten afgelegde verklaring van
[betrokkene 10]:
[verdachte] wordt door mij [verdachte] genoemd. Ik heb een rode Peugeot 306 op mijn naam staan. Die auto is in gebruik bij mijn zus [betrokkene 1] . (..) [verdachte] gebruikt de rode Peugeot vaak van [betrokkene 1] . Afgelopen donderdag of vrijdag heeft [verdachte] de auto naar autobedrijf in Alkmaar gebracht.
11.
Een proces-verbaal van verhoor getuige (…) van 3 november 2009, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren (…), (…).
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 3 november 2009 tegenover verbalisanten afgelegde verklaring van
[betrokkene 1]:
Ik woon op het adres [j-straat 1] te [plaats] . De auto merk Peugeot, type 306, kleur rood, is eigendom van mijn tweelingzus [betrokkene 10] . Ik heb deze auto enige tijd van haar in bruikleen.
(..) Ongeveer 1 tot 1,5 maand geleden kwam [verdachte] bij mij aan de deur. Ik ken hem sinds hij een relatie had met mijn zus [betrokkene 10] . (..) Vanaf die tijd verblijft [verdachte] veelal bij mij in huis. (..) Op vrijdag 30 oktober 2009 was [verdachte] in de ochtend bij mij thuis. Hij vroeg aan mij of hij de rode Peugeot 306 mocht lenen. Hij kreeg van mij de autosleutels. Die ochtend omstreeks 10.00 uur ging hij met de auto weg. (..) In de tijd dat hij bij mij verbleef had hij geen werk en ook geen uitkering. Dezelfde ochtend, vrijdag 30 oktober 2009, tussen 12.00 uur en 13.00 uur was [verdachte] weer terug bij mij in de woning. Toen hij binnen was in de woning vertelde hij mij dat hij de auto van mij naar de garage had gebracht. (..) Wel was het voor mij vreemd dat ik toen hij binnenkwam en vertelde dat de auto bij de garage stond meteen van hem 1000 (duizend) euro kreeg. Ik zag dat hij dat geld al in zijn handen voor mij had. (..) [verdachte] beschikte eigenlijk niet vaker over geld, want hij heeft diverse malen bedragen van 5 of 10 euro geleend.
12.
Een proces-verbaal verhoor getuige (…) van 3 november 2009, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren (…), (…).
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 3 november 2009 tegenover verbalisanten afgelegde verklaring van
[betrokkene 11]:
Afgelopen week, zaterdag 31 oktober 2009 kwam de eigenaar van de Peugeot 306, voorzien van het kenteken [kenteken 1] naar het garagebedrijf aan de [k-straat] om de auto te verkopen of om te ruilen voor een andere. Diezelfde week, ik denk dat het vrijdag was, maar kan ook donderdag zijn geweest (opm. verbalisant 29 of 30 oktober 2009) omstreeks 14.00 uur kwam de (ex) vriend van de eigenaar van de auto met deze auto bij het garagebedrijf. Hij wilde de auto verkopen voor de sloop.