Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
middelkomt op tegen het onder 1 primair bewezen verklaarde ‘medeplegen’ van de gekwalificeerde diefstal.
De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting in eerste aanleg van 15 februari 2018.
(het hof begrijpt: met kenteken [kenteken 1] )op 30 oktober 2009 omstreeks 10.00 uur geleend van [betrokkene 1] . Ik heb deze auto diezelfde middag naar de garage gebracht.
Een niet ambtsedig proces-verbaal van aangifte (…) van 30 oktober 2009, door de bevoegde opsporingsambtenaar (…), (…).
[slachtoffer 1]:
Een proces-verbaal van verhoor getuige (…) van 30 oktober 2009, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar (…), (…).
[betrokkene 6]:
Een proces-verbaal van verhoor getuige (…) van 6 november 2009, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar (…), (…).
[betrokkene 6]:
et hof begrijpt: foto ’s van de inbeslaggenomen rode Peugeot met kenteken [kenteken 1]). Ik kan u vertellen dat het inderdaad zo’n soort auto was. De auto was in ieder geval een Peugeot.
Een proces-verbaal van verhoor getuige (…) van 9 november 2009, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar (…), (…).
[betrokkene 7]:
Een proces-verbaal van verhoor getuige (…) van 4 november 2009, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar (…), (…).
Pieter [betrokkene 8]:
Een proces-verbaal van verhoor van getuige (…) van 3 november 2009, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren(…), (…).
[betrokkene 10]:
Een proces-verbaal van verhoor getuige (…) van 3 november 2009, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren (…), (…).
[betrokkene 1]:
Een proces-verbaal verhoor getuige (…) van 3 november 2009, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren (…), (…).
[betrokkene 11]:
Een proces-verbaal van verhoor getuige (…) van 7 november 2009, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren (…), (…).
[betrokkene 11]:
Een proces-verbaal van bevindingen (…) van 7 november 2009, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren (…), (…).
Een proces-verbaal van bevindingen (…) van 3 december 2009, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar (…), (…).
Een proces-verbaal van inbeslagneming (…) van 3 december 2009, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar (…), (…).
het hof begrijpt: Dominicaanse peso)
- Envelop van D-reizen met reisgegevens van [betrokkene 2] en [betrokkene 2] 6-12-2009 t/m 20-12-2009 naar Puerto Plata en terug naar Amsterdam
- Vertrek G = grote slaapkamer ( [betrokkene 2] ) (..)
- briefje met adressen [betrokkene 12] en [betrokkene 13]
het hof begrijpt: Dominicaanse peso)
Een proces-verbaal van verhoor aangever met nummer 2009116571-40 van 5 november 2009, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar (…), (…).
[slachtoffer 2]:
Een proces-verbaal van verhoor aangever (…) van 4 december 2009, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren (…).
[slachtoffer 2]:
Een deskundigenrapport betreffende forensisch schriftonderzoek van 29 januari 2018, opgesteld door [betrokkene 15] , (…).
Bewijsoverweging feit 1
NJ2020/140 m.nt. Vellinga waarin de Hoge Raad het volgende overwoog:
NJ2010/194 m.nt Mevis op dat het feit dat de verdachte gelijkelijk in de buit deelt een aanwijzing kan opleveren dat zijn rol bij de totstandkoming van het strafbare feit gelijkwaardig is geweest aan die van de anderen. [7] Door de verdeling van de buit waardeert de dadergroep als het ware zelf het aandeel van de individuele deelnemers. [8] Het hof heeft voorts in aanmerking kunnen nemen dat door de verdachte geen contra-indicaties ten aanzien van het medeplegen zijn aangevoerd. Indien de verdachte voor een omstandigheid die op zichzelf of in samenhang met de verdere inhoud van de bewijsmiddelen beschouwd redengevend kan worden geacht voor het bewijs van het aan hem ten laste gelegde feit, geen aannemelijke, die redengevendheid ontzenuwende, verklaring heeft gegeven, mag de rechter dat in zijn overwegingen over het gebezigde bewijsmateriaal betrekken. [9] De kennelijk aan het middel ten grondslag liggende veronderstelling dat zulks slechts toepassing vindt indien de verdachte kort na het begaan van het feit wordt aangetroffen in omstandigheden die wijzen op betrokkenheid bij het strafbare feit, is onjuist.