Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
Ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie
een weigering daartoe blijkt m.i. niet (ondubbelzinnig) uit het politie proces-verbaal”. Naar de mening van de verdediging betreft dit een aanwijzing dat het Openbaar Ministerie de zaak had willen seponeren.
Helaas kunnen wij deze zaak nog niet in behandeling nemen daar beide pv ’s van bevindingen niet zijn ondertekend door de verbalisant. Tevens staan er op- en aanmerkingen op beide pv 's van bevindingen. Graag ontvangen wij originele pv ’s zonder op- en aanmerkingen en met handtekeningen. (...) Ik verzoek u vriendelijk voor bovenstaande aanvullingen zorg te dragen en de stukken opnieuw te mailen, zodat wij de zaak in behandeling kunnen nemen.”
“Ik hoorde dat mijn collega [verbalisant 3] van de verdachte medewerking aan de ademanalyse vorderde. Ik hoorde dat de verdachte [verdachte] (het hof begrijpt in het licht van het procesdossier: de verdachte [verdachte] ) zei “ik heb niet gereden, ik ga niet blazen. ”. Ik hoorde dat mijn collega [verbalisant 3] tegen de verdachte zei dat haar collega’s hem hadden zien rijden en dat wij vermoeden dat hij alcohol had gedronken. Ik hoorde dat de verdachte wederom zei “ik heb niet in de auto gereden. Ik ga niet blazen, ik heb niet gedronken. ”.
zijnde degene die verdachte heeft verhoord en ten overstaan van wie verdachte heeft bekend dat hij een agent heeft horen zeggen: “ik vorder een blaastest”) tegen de verdachte heeft gezegd dat hij niet zou worden vervolgd, vindt geen steun in het procesdossier.
hoofdagent [verbalisant 1] mijn cliënt heeft toegezegd dat er geen vervolging plaats zal vinden. Mijn cliënt heeft hierop mogen vertrouwen. Dit staat nergens op papier maar dat zullen we horen wij als we de agent horen. Cliënt heeft mij verteld dat de agent later naar zijn cel toe is komen en heeft gezegd dat zij een fout hebben gemaakt en niet verder zullen vervolgen.” [4]
“omtrent het door de verdediging opgeworpen vraagpunt”niet zonder meer begrijpelijk. Daarover biedt het procesdossier – mede gezien ’s hofs overwegingen ten aanzien van het ontvankelijkheidsverweer – immers geen uitsluitsel, althans maakt het hof niet duidelijk waarom dat wel het geval zou zijn. Ook ’s hofs overweging dat het in het namens de verdachte gestelde geen aanknopingspunten heeft gevonden voor verdachtes stelling acht ik niet zonder meer begrijpelijk. Ik zie niet in wat namens de verdachte – gezien de aard van het namens hem gevoerde verweer – op dit punt méér had kunnen worden aangevoerd dan is gedaan.