ECLI:NL:PHR:2020:801
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid rechtbank bij klaagschrift inzake verbeurdverklaring inbeslaggenomen auto
In deze zaak gaat het om een klaagschrift van de klager tegen de inbeslagname van een auto die onder zijn zus was genomen wegens rijden zonder rijbewijs. De rechtbank verklaarde het klaagschrift ongegrond. Later werd de auto bij vonnis verbeurd verklaard in de strafzaak tegen de zus, zonder dat hoger beroep werd ingesteld, waardoor het vonnis uitvoerbaar werd.
De Hoge Raad stelt vast dat sinds de indiening van het klaagschrift de auto bij een uitvoerbare beslissing is verbeurd verklaard. Daarom moet het klaagschrift worden opgevat als een klaagschrift op grond van art. 552b Sv. Omdat de Hoge Raad op grond van art. 552b, tweede lid, Sv niet bevoegd is dit klaagschrift te behandelen, moet de griffier de stukken doorzenden naar het gerecht dat wel bevoegd is.
De Hoge Raad vernietigt de bestreden beschikking van de rechtbank en bepaalt dat de stukken worden gezonden naar de rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Assen, voor verdere behandeling en afdoening. Tevens blijkt uit de stukken dat de auto inmiddels is vervreemd met machtiging ex art. 117 Sv Pro, waardoor het beslag rust op de opbrengst.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en verwijst de zaak naar de bevoegde rechtbank voor verdere behandeling.