Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
eerstemiddel klaagt dat het onder 3 bewezenverklaarde, meer in het bijzonder ‘een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 11 vijfde Pro lid van de Opiumwet' niet uit de gebezigde bewijsmiddelen kan volgen, althans dat de bewezenverklaring onder 3 onvoldoende is gemotiveerd.
zijnde hennep (telkens) een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II.’
(BFK: [medeverdachte])werd door [verdachte] op de hoogte gehouden van het transport naar Duitsland en de terugkeer van de vervoerders. Daarnaast leverde [medeverdachte] de spullen voor de opbouw van de hennepkwekerij.
tweedemiddel klaagt over schending van het vereiste van berechting binnen een redelijke termijn in de cassatiefase.