ECLI:NL:PHR:2020:873
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Procesbekwaamheid ondercuratele gestelde voor sluiten overeenkomst met advocaat
In deze zaak stond centraal of een ondercuratele gestelde (curandus) zelfstandig een overeenkomst van opdracht met een advocaat kan aangaan zonder toestemming van de curator. De vader, onder curatele gesteld wegens een geestelijke stoornis, had advocaatkosten gemaakt waarvoor de advocaat betaling vorderde van de erfgenamen na het overlijden van de vader.
De rechtbank wees de vordering van de advocaat toe, de erfgenamen gingen in hoger beroep maar het hof bekrachtigde het vonnis. De Hoge Raad bevestigt dat de procesbekwaamheid van de curandus om in zaken van curatele op te treden ook strekt tot het zelfstandig aangaan van een opdracht met een advocaat. Dit is in lijn met het recht op effectieve toegang tot de rechter en eerdere jurisprudentie.
De Hoge Raad oordeelt dat het niet nodig was dat de advocaat vooraf overleg voerde met de curator over het uurtarief en dat de erfgenamen niet tijdig tegen de hoogte van de declaraties zijn opgekomen. Verder faalt het beroep op consumentenrechtelijke herroepingsrechten omdat de overeenkomst vóór de inwerkingtreding van die regels is gesloten. Ook het bewijsaanbod van de erfgenamen wordt gepasseerd omdat hun betwisting onvoldoende is onderbouwd.
De conclusie is dat de vordering van de advocaat tot betaling van de declaraties terecht is toegewezen en het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de ondercuratele gestelde zelfstandig een overeenkomst met een advocaat kan sluiten en dat de erfgenamen de advocaatkosten moeten betalen.