ECLI:NL:PHR:2020:953
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bewijspositie belanghebbende geschaad door uitspraak Hof zonder terugkoppeling originele stukken Belastingdienst
Belanghebbende, een ondernemer die scenario's voor film en toneel schreef, had in haar aangiften omzetbelasting (OB) telkens voorbelasting teruggevraagd. De Inspecteur legde een naheffingsaanslag OB op wegens niet geaccepteerde voorbelasting en bijtelling privégebruik auto. Belanghebbende maakte bezwaar en stelde beroep in bij de Rechtbank en het Hof, die haar bewijspositie onvoldoende achtte vanwege ontbrekende originele facturen en administratie.
Tijdens de procedure stelde belanghebbende dat zij de relevante originele stukken aan de Inspecteur had overlegd, maar geen kopieën had behouden. Het Hof gaf de Inspecteur opdracht te onderzoeken of deze stukken nog aanwezig waren bij de Belastingdienst en hierover terug te koppelen, maar deed uitspraak zonder op deze terugkoppeling te wachten. De Hoge Raad concludeert dat hierdoor de procespositie van belanghebbende is geschaad.
De Hoge Raad benadrukt dat de rechter het bewijs vrij mag waarderen, maar niet zomaar voorbij kan gaan aan een bewijsaanbod als het vermoeden bestaat dat relevante stukken nog bij de wederpartij berusten. Het ontbreken van terugkoppeling over het onderzoek naar de originele stukken maakt dat het oordeel van het Hof onvoldoende gemotiveerd is.
Daarom verklaart de Hoge Raad het cassatieberoep gegrond en verwijst de zaak naar een ander gerechtshof voor verdere behandeling, waarbij de bewijspositie van belanghebbende adequaat moet worden gewaarborgd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt gegrond verklaard en de zaak wordt verwezen naar een ander gerechtshof.