Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
middelklaagt dat het hof de strafoplegging niet naar behoren met redenen heeft omkleed, nu het hof ten bezware van de verdachte heeft geoordeeld dat eerdere veroordelingen verdachte er niet van hebben weerhouden het bewezenverklaarde te plegen, zulks terwijl uit het hem betreffende uittreksel Justitiële Documentatie niet kan volgen dat de verdachte eerder ter zake van een strafbaar feit onherroepelijk is veroordeeld.
- die [verbalisant 1] met een sleutel, in het gezicht te slaan en
- meerdere malen met kracht te rukken en te trekken in een andere richting dan waarin voornoemde opsporingsambtenaren hem trachtten te brengen en
- een slaande beweging in de richting van die [verbalisant 2] te maken en
- om zich heen te slaan en te trappen,
terwijl dit misdrijf of de daarmede gepaard gaande feitelijkheden enig lichamelijk letsel, te weten een wond onder het oog, bij die [verbalisant 1] ten gevolge heeft gehad.”
StrafmotiveringHet hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.
Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan wederspannigheid, ten gevolge waarvan één van de betrokken opsporingsambtenaren letsel onder het oog heeft opgelopen. Door zo te handelen heeft de verdachte de politieambtenaren gehinderd in de rechtmatige uitoefening van hun taak en één van hen bovendien aangetast in diens lichamelijke integriteit. Daarmee heeft hij blijk gegeven van gebrek aan respect voor het openbaar gezag.
Het hof heeft in het nadeel van de verdachte acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 5 augustus 2020, waaruit blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten. Dat heeft hem er kennelijk niet van weerhouden het onderhavige feit te plegen.
Het hof is - alles afwegende - van oordeel dat een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur alsmede een geheel onvoorwaardelijke taakstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormen.”