Conclusie
alleomstandigheden van het geval. Door geen acht te slaan op het door de verdediging overgelegde beeldmateriaal en (vervolgens) het ‘uitdrukkelijk onderbouwde standpunt’ van de verdediging op dit onderdeel verder onbesproken te laten, heeft het hof het beoordelingskader van art. 5 WVW Pro 1994 niet juist toegepast en/of heeft het een onjuiste en/of onbegrijpelijke uitleg gegeven aan het toepasselijk geachte art. 5 WVW Pro 1994, aldus de steller van het middel.
Proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 21 januari 2019:
Proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 14 maart 2019:
Proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 8 juli 2019:
Proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 31 augustus 2020:
NJ2021/339. Indien de rechter het verzoek toewijst, zal hij de overgelegde stukken bij zijn beraadslaging dienen te betrekken. [9]
alleomstandigheden van het geval zou hebben gekeken. Met dit ‘uitdrukkelijk onderbouwde standpunt’ doelt de steller van het middel op het tot vrijspraak strekkende betoog van de verdediging, dat de verdachte genoodzaakt was om plotseling en krachtig te remmen om een aanrijding met het politievoertuig te voorkomen. Het hof had dit standpunt van de verdediging niet mogen verwerpen door de videobeelden te negeren en vervolgens te oordelen dat er geen enkele reden was om te twijfelen aan de juistheid en de betrouwbaarheid van de verklaringen van de verbalisant.