Conclusie
eerste middelklaagt over de motivering van het onder 1 bewezenverklaarde medeplegen.
11.Het eerste middelfaalt.
tweede middelklaagt over de door het hof toepasselijk geachte samenloopbepaling(en) met betrekking tot het onder 1 bewezenverklaarde. Het hof heeft blijkens de toepasselijke wettelijke voorschriften het onder 1 bewezenverklaarde gezien als meerdaadse samenloop (art. 57 Sr Pro), terwijl dit volgens de stellers van het middel eendaadse samenloop moet zijn (art. 55 Sr Pro) of een voortgezette handeling (art. 56 Sr Pro), hetgeen volgens de stellers van het middel van belang is voor het concrete strafmaximum.
Het toepassingsbereik van deze regelingen is ruimer dan wellicht kon worden afgeleid uit eerdere rechtspraak waarin vooral de verschillen in de strekking van de betrokken strafbepalingen centraal stonden. Die ruimte voor eendaadse samenloop en voortgezette handeling vindt mede steun in het vooral met art. 55, eerste lid, Sr verwante art. 68 Sr Pro dat ook dubbele bestraffing wil voorkomen. Ook in dat verband is immers bij de beantwoording van de vraag of sprake is van “hetzelfde feit” - naast de aan de orde zijnde gedraging van de verdachte - de juridische aard van de aan de orde zijnde feiten relevant, waarbij geen identieke strekking van de desbetreffende strafbepalingen is vereist, maar waarbij vooral van belang is of hun strekking niet wezenlijk uiteenloopt.