Verzoekster B.V. heeft bij brief van 3 november 2021 een cassatieberoep beoogd in te stellen tegen een wrakingsbeslissing van het gerechtshof Amsterdam. De procesinleiding was echter niet ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad, wat een vereiste is volgens art. 426a lid 1 Rv.
De griffie van de Hoge Raad heeft verzoekster B.V. hierop gewezen en de procesinleiding geretourneerd. Verzoekster heeft vervolgens betoogd dat voor een cassatieberoep tegen een wrakingsbeslissing geen advocaat nodig zou zijn, maar dit standpunt wordt niet ondersteund door rechtspraak.
Volgens vaste rechtspraak kan het verzuim worden hersteld door binnen twee weken een correcte procesinleiding in te dienen, maar verzoekster heeft hiervan geen gebruik gemaakt. Daarom wordt het cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard en komt het incidenteel verzoek niet meer aan de orde.