Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.Het eerste middel
NJ2020/410 m.nt. Jörg, borduurt op voorgaande uitspraak voort. Het hof in deze zaak had de verdachte wegens het verspreiden, verwerven, in bezit hebben en zich met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe verschaffen van – kort gezegd – kinderporno, meermalen gepleegd, veroordeeld tot een gedeeltelijk voorwaardelijke gevangenisstraf, met een proeftijd van vijf jaren. Uit het arrest van de Hoge Raad blijkt dat het hof daarbij de volgende bijzondere voorwaarden heeft gesteld: