ECLI:NL:PHR:2021:162
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren beslag gegevensdragers in Europees onderzoeksbevel
In deze zaak klaagt de klager tegen het besluit van de rechtbank Zeeland-West-Brabant dat het beslag op horloges en gegevensdragers voortduurt vanwege het belang van de strafvordering. De klager stelt dat het beslag onnodig is omdat relevante gegevens al zijn gekopieerd en verzoekt om teruggave van de goederen, met name de gegevensdragers. De rechtbank oordeelde dat het beslag gerechtvaardigd is omdat het dient ter uitvoering van een Europees onderzoeksbevel (EOB) in een Belgisch strafrechtelijk onderzoek.
De Hoge Raad bevestigt dat de rechtbank niet bevoegd is om de proportionaliteit van de inbeslagneming en de keuze van opsporingsbevoegdheden door het Openbaar Ministerie te toetsen, aangezien dit volgens de Richtlijn 2014/41/EU en de Nederlandse wetgeving aan de officier van justitie en de uitvaardigende autoriteit toekomt. Het verzoek om alleen kopieën van de gegevens te maken en de gegevensdragers terug te geven, kan niet door de Nederlandse rechtbank worden afgedwongen.
De Hoge Raad benadrukt dat het belang van de strafvordering het voortduren van het beslag vordert zolang niet is uitgesloten dat de gegevensdragers zelf voor het onderzoek nodig zijn. De beslissing van de rechtbank is voldoende gemotiveerd en berust niet op een onjuiste rechtsopvatting. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het beslag op de gegevensdragers blijft gehandhaafd wegens het belang van de strafvordering.