Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
middelklaagt dat het onder 1 bewezenverklaarde niet uit de gebezigde bewijsmiddelen kan volgen, dan wel dat de desbetreffende oordelen van het hof onjuist en/of onbegrijpelijk dan wel niet voldoende gemotiveerd zijn, nu mede gelet op hetgeen ter terechtzitting is aangevoerd (i) niet blijkt dat de in de tenlastelegging opgenomen mappen/bestanden op 23 maart 2016 zijn gewist, (ii) evenmin kan worden gezegd dat de verdachte op 23 maart 2016 was ingelogd op de N-schijf omdat hij op die dag op het werk was en daar e-mails heeft verstuurd en (iii) de verklaring van de verdachte is aangemerkt als kennelijk leugenachtig én als niet geloofwaardig.
- Rapportages en/of
- E-portfolio en/of
- Stage en/of
Beoordeling door de militaire kamer
- Verdachte is op 23 maart 2016 op het werk geweest en heeft daar e-mails verstuurd, hetgeen naar het oordeel van de militaire kamer betekent dat hij toen was ingelogd op de N-schijf.
- Rapportages en/of
- E-portfolio en/of
- Stage en/of
- Nota’s
Getuige [betrokkene 5] van […] heeft verklaard dat zij om iets te branden een gerichte opdracht nodig heeft. Verdachte kon geen kopie laten maken van zijn persoonlijke omgeving omdat zij niet in zijn account kan komen.
Getuige [betrokkene 6] van […] heeft verklaard dat hij altijd zelf controleerde of wat gebrand moest worden op de schijf stond. Het is niet te verklaren dat verdachte zou hebben gevraagd om een kopie van zijn persoonlijke omgeving en daarna mappen van de N-schijf zouden zijn gekopieerd. [betrokkene 6] had geen toegang tot die mappen.
Gelet op de verklaringen van de IT-medewerkers van defensie is het niet mogelijk dat de DVD+R is gebrand door een afdeling van de IT. De militaire kamer beschouwt de verklaring van verdachte over het branden van de gegevens van de N-schijf op de bij hem aangetroffen DVD+R dan ook als kennelijk leugenachtig.
De militaire kamer merkte ten overvloede op dat in het procesdossier de termen ‘CD-Rom’ en ‘DVD+R’ door elkaar worden gebruikt. De militaire kamer gaat ervan uit dat met beide woorden eenzelfde gegevensdrager wordt bedoeld.”
[betrokkene 7], zakelijk weergegeven:
Wat kunt u vertellen over het moment dat [verdachte] bij u kwam met de CD-disk?
Wat vertelde hij daar bij?
Welke bestanden zouden er volgens [verdachte] op de CD-disk staan?
Feit 1
11.
Cliënt had dus een geautoriseerde functionaris van ICT nodig om voor hem data van de N-schijf naar DVD (externe media) weg te schrijven. Dat de door de rechtbank in haar vonnis aangehaalde ICT-functionarissen zich niet kunnen herinneren voor cliënt een DVD te hebben gebrand, doet daaraan niet af. Het door een ICT-functionaris laten wegschrijven van data op de N-schijf naar een DVD, wil overigens helemaal niet zeggen dat cliënt dan verantwoordelijk moet worden gehouden voor het vermeende wissen van defensiegegevens. De rechtbank is in haar vonnis hieraan ten onrechte voorbijgegaan.”