Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
valsheid in geschrift, meermalen gepleegd, begaan door een rechtspersoon, terwijl hij feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedragingen” en (in de zaak met parketnummer 10-993032-12 onder 3 primair) “
medeplegen van gewoontewitwassen” veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 120 uren, subsidiair 60 dagen hechtenis, zulks met aftrek van voorarrest als bedoeld in artikel 27(a) Sr.
eerste middelklaagt over de bewezenverklaring van het in de zaak met parketnummer 10-993032-12 onder 1 primair tenlastegelegde. Het middel valt uiteen in twee deelklachten.
“geen bal klopt”alsmede dat
“er is gekloot met de urenregistraties” (bewijsmiddel 13). Kortom, het middel faalt voor zover het klaagt dat uit de bewijsvoering niet kan volgen dat de uren die werden besteed aan andere activiteiten dan persoonlijke ondersteuning van Wajongerechtigden afzonderlijk werden geregistreerd.
Ik schat nu in dat dit in het verleden wel eens niet goed is gegaan. Ik denk ook wel dat daardoor in het verleden ook voor verschillende cliënten dubbel uren geboekt kunnen zijn.”
tweede middelklaagt over de bewezenverklaring van het in de zaak met parketnummer 10-993032-11 primair tenlastegelegde. In het bijzonder klaagt het middel over de ontoereikend gemotiveerde verwerping van het verweer dat de verdachte verrast was dat [A] zelf, in plaats van de aanvrager, handtekeningen op de aanvraagformulieren plaatsten alsmede dat de verdachte direct maatregelen heeft genomen nadat hij van deze gang van zaken kennis had genomen.
NJ2016/375 m.nt. Wolswijk. [3]
derde middelklaagt over de bewezenverklaring van het in de zaak met parketnummer 10-993032-12 onder 3 primair tenlastegelegde.
vierde middelbehelst de klacht dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro in de cassatiefase is overschreden, omdat de stukken te laat door het hof zijn ingezonden.