Conclusie
eerste middelklaagt dat het hof “ten onrechte het Openbaar Ministerie ontvankelijk heeft verklaard in de vervolging van verzoeker, althans is de motivering van het hof dienaangaande ontoereikend en niet zonder meer begrijpelijk in het licht van hetgeen is aangevoerd door en/of namens verzoeker.” Het middel moet worden gelezen binnen het systeem van de art. 348, 349, 358 en 359 Sv: in het rechterlijk vonnis of arrest wordt geen beslissing inzake de ontvankelijkheid van de officier van justitie opgenomen tenzij ter zake verweer is gevoerd. In dat licht begrijp ik het middel zo dat wordt geklaagd over de (motivering van de) beslissing op het verweer.
10.Het eerste middeltreft geen doel.
tweede middelklaagt dat het hof “heeft verzuimd te beoordelen of er van nieuwe bezwaren als bedoeld in artikel 255 Sv Pro is gebleken op grond waarvan verzoeker opnieuw kon worden gevolgd, althans, dat het gerechtshof dat oordeel ontoereikend heeft gemotiveerd, dan wel is die motivering niet zonder meer begrijpelijk.”
14.Het tweede middelfaalt.
derde middelklaagt over het bewezenverklaarde “tezamen en in vereniging” plegen.