ECLI:NL:PHR:2021:221
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest diefstal wegens niet-beslissen op voorwaardelijke verzoeken GPS-onderzoek en overschrijding redelijke termijn
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden, waarin de verdachte is veroordeeld voor diefstal van twee fietsen bij een bushalte in Nijemirdum. De verdachte werd in hoger beroep veroordeeld tot een taakstraf van 40 uur, subsidiair 20 dagen hechtenis. De verdediging stelde drie middelen van cassatie voor, waarvan het tweede middel het meest verstrekkend was.
Het tweede middel klaagde dat het hof niet had beslist op voorwaardelijke verzoeken van de verdediging om een plaatsopneming en nader onderzoek naar GPS-gegevens die de verdachte ontlasten. De Hoge Raad oordeelde dat deze verzoeken wel degelijk ter terechtzitting waren gedaan en dat het hof daarom een uitdrukkelijke beslissing had moeten nemen. Het verzuim om daarop te beslissen leidt tot nietigheid van het arrest.
Daarnaast werd geklaagd over overschrijding van de inzendtermijn en daarmee de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro. De Hoge Raad constateerde dat de termijn met circa acht maanden was overschreden en dat de uitspraak pas na meer dan zestien maanden volgde. Omdat het tweede middel slaagde, werd dit niet verder behandeld.
De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug naar het hof Arnhem-Leeuwarden voor hernieuwde behandeling en beslissing op het bestaande hoger beroep, waarbij ook de overschrijding van de redelijke termijn aan de orde kan komen.
Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen naar het hof voor hernieuwde behandeling wegens niet-beslissen op voorwaardelijke verzoeken en overschrijding van de redelijke termijn.