Conclusie
H&M) inbreuk maakt op beeldmerken met drie strepen waarvan eiseres tot cassatie (hierna:
adidas) houdster is. H&M bood in 1997 fitness-kleding aan met twee strepen die, net als de merken van adidas, zijn gepositioneerd op de mouwen en de broekspijpen van sportkleding. Adidas is daartegen in kort geding opgekomen. Die procedure heeft alles bij elkaar 18 jaar geduurd. Eind 2015 oordeelde het hof Arnhem-Leeuwarden, na verwijzing door de Hoge Raad, dat H&M inbreukmakend heeft gehandeld. Adidas heeft vervolgens tegen H&M de onderhavige bodemprocedure aangespannen bij de rechtbank Den Haag. In lijn met hof Arnhem-Leeuwarden oordeelde die rechtbank dat sprake is van verwarringsgevaar tussen het teken van H&M en de beeldmerken van adidas. Het hof Den Haag heeft de vorderingen van adidas afgewezen op de grond dat de door H&M gebruikte twee strepen niet onder het door adidas geformuleerde petitum vallen. De tussenruimte tussen de twee strepen is kleiner dan de tussenruimte tussen de drie strepen op de kleding van adidas, die even breed is als een streep. Het hof heeft (ten overvloede) geoordeeld dat H&M geen merkinbreuk heeft gemaakt.
1.Feiten
het driestrepenmerk”.
de Work Out-kleding”) en ziet er zo uit:
het tweestrepenteken”) te zullen staken.
KG-arrest 2015) heeft het hof Arnhem-Leeuwarden geoordeeld dat de Work Out-kleding van H&M inbreuk maakt op het driestrepenmerk van adidas en H&M bevolen dit gebruik te staken.
2.Procesverloop
de rechtbank). Adidas heeft (geen verklaring voor recht maar) een verbod gevorderd. Na eiswijziging heeft zij gevorderd H&M te bevelen in de Benelux op straffe van verbeurte van een dwangsom (mijn onderstreping): [10]
en waarbij de tussenruimte tussen de strepen visueel min of meer gelijk is aan de breedte van de strepen, die zijn aangebracht over de gehele lengte van de zijkant van de schouders, mouwen en/of broekspijpen van een kledingstuk, en die zijn uitgevoerd in een met de basiskleur van het kledingstuk contrasterende kleur, waaronder (maar niet beperkt tot) het twee-strepenteken waarvan de gewraakte inbreukmakende kleding van H&M is voorzien en H&M meer in het bijzonder te verbieden dergelijke inbreukmakende (sport)kleding in de Benelux aan te bieden, in de handel te brengen, in- of uit te voeren en/of voor één van deze doeleinden in voorraad te hebben …”.
het hof). H&M heeft vijftien grieven aangevoerd en – samengevat – gevorderd dat het bestreden vonnis zal worden vernietigd en het hof de vorderingen zal afwijzen en adidas zal veroordelen tot terugbetaling van al hetgeen door H&M uit hoofde van het bestreden vonnis is betaald.
sub b-inbreukheeft gemaakt, heeft het hof de beoordelingsmaatstaf vooropgesteld:
visueel min of meer" in kenmerk V en tegen de samenvatting van de merken.
hetdrie-strepenmerk’, maar vooral over de vraag wanneer sprake is van inbreuk door een ‘twee-strepenteken’ en over omvang en omschrijving van het inbreukverbod. Daar het hof, zoals blijkt uit hetgeen hierna in rechtsoverweging 25 e.v. wordt overwogen, van oordeel is dat de Work Out-kleding niet aangemerkt kan worden als een hiervoor omschreven twee-strepenteken dat volgens adidas inbreuk maakt en niet valt onder het verbod, zoals door adidas beperkt, is niet relevant of de rechtbank de merken mocht samenvatten en zo, ja of zij dat op juiste wijze heeft gedaan.
visueel min of meergelijk is aan de breedte van de strepen. Dit verdraagt zich naar het oordeel van het hof slecht met de stelling dat de merken tezamen kunnen worden aangeduid als ‘het drie-strepenmerk’. Dat lijkt alleen mogelijk als de merken gelijk en niet min of meer gelijk zijn. Het hof merkt op dat uit het arrest van het Gerecht in de zaak adidas c.s./EUIPO van 19 juni 2019 (T-307/17, ECLI:EU:T:2019:427) valt af te leiden dat adidas zelf meent dat haar (gebruikte) merken gelijk zijn aan het in die zaak aan de orde zijnde (inmiddels nietig verklaarde) beeldmerk
”
3.Juridisch kader
BVIE), dat op 1 september 2006 in werking is getreden. Voordien gold de Benelux Merkenwet. Bij protocol van 11 december 2017, [17] dat per 1 maart 2019 in werking is getreden, is het BVIE gewijzigd om de met Merkenrichtlijn 2015/2436 ingevoerde wijzigingen te implementeren.
inhoudende het gevaar van associatie met het merk.”
post sale confusion’). [21]
Sabel / Pumauit 1997 heeft het HvJ overwogen dat verwarringsgevaar globaal dient te worden beoordeeld, met inachtneming van alle relevante omstandigheden van het concrete geval. [22] Deze globale beoordeling dient wat de visuele, auditieve of begripsmatige gelijkenis betreft te berusten op de totaalindruk die door de conflicterende tekens wordt opgeroepen, daarbij onder meer rekening houdend met hun onderscheidende en dominerende bestanddelen. De indruk die bij de gemiddelde consument van de betrokken soort waren of diensten achterblijft, speelt een beslissende rol in de globale beoordeling van het verwarringsgevaar. De gemiddelde consument neemt een merk gewoonlijk als een geheel waar en let niet op de verschillende details ervan.
Sabel / Puma, dat nog steeds richtinggevend is voor de uitleg van de sub b-grond, blijkt dat de uit te voeren toetsing uit drie stappen bestaat: i) overeenstemming tussen merk en teken, ii) gelijke of gelijksoortige waren, en iii) omstandigheden die verwarringsgevaar meebrengen. Op basis van enkel i) en ii) kan dus niet worden geconcludeerd dat er verwarringsgevaar bestaat. En aan iii) wordt niet toegekomen indien niet aan zowel i) als ii) is voldaan.
geringemate van overeenstemming op een van de drie gebieden is in beginsel voldoende. [23] Bij visuele gelijkenis komt het vooral aan op het beeld van het merk en wat daarvan in het geheugen van de leden van het relevante publiek blijft hangen. Uit het arrest
Bigott-Batco / Doucalvan de Hoge Raad volgt dat de rechter bij de vergelijking meer gewicht dient te hechten aan de punten van overeenstemming dan aan die van verschil en dat de rechter ook de andere relevante omstandigheden van het geval in zijn oordeel dient te betrekken. [24]
Levi Strauss / Casuccivolgt dat de rechter rekening moet houden met de perceptie van het publiek op het moment dat het gebruik van het inbreukmakende teken startte. [25] De te maken vergelijking tussen merk en teken dient te berusten op de totaalindruk (vgl. 3.8 hiervoor). Bij de beoordeling dient de perceptie van de
gemiddelde consumentvan de waren en diensten in kwestie een beslissende rol in te nemen. Het Hof van Justitie overwoog in de zaak
Lloyd / Loints: [26]
Canon / Cannon: [27]
grotebekendheid geniet, kan het risico van verwarringsgevaar echter ook juist minder zijn. Voor de houder van een bekend merk biedt de sub c-grond aanvullende bescherming, in het bijzonder tegen aanhaken en verwatering.
verbandte leggen tussen merk en teken. De houder van het merk hoeft dus niet aan te tonen dat het relevante publiek zich kan vergissen in de herkomst van de waren, maar wel dat het een verband legt of samenhang ziet tussen het oudere merk en het vermeend inbreukmakend teken. [32]
L’Oréal / Bellureheeft het Hof van Justitie uiteengezet wat moet worden begrepen onder ongerechtvaardigd voordeel trekken, dan wel afbreuk doen aan onderscheidend vermogen of reputatie:
Wolf, dat betrekking heeft op de registratie van een Uniemerk, ging het Hof van Justitie in op het bewijs van verwatering: [36]
Adidas / Marca Mode I
Marca Mode, voorafgaande aan het kort geding dat parallel liep met het de hiervoor genoemde kort gedingprocedure tegen H&M. Marca Mode bood onder meer sportkleding aan, die aan de zijkanten was voorzien van twee in de lengterichting parallel lopende strepen.
Sabel / Pumaen
Canon / Cannon [38] overwoog het onder meer: [39]
Adidas / Fitnessworld
Sabel / Pumadat hoe bekender een merk is, hoe eerder verwarringsgevaarte duchten is. [41] Zoals ik evenwel heb opgemerkt in 3.14, vind ik de gedachte dat juist bij (zeer) sterke merken het publiek zich niet zo snel zal vergissen zeker niet onverdedigbaar. Een ander kritiekpunt op deze Arnhemse uitspraak werd door Gielen geuit: voor beoordeling van verwarringsgevaar is niet alleen het moment van aankoop van (in dit geval) de kleding relevant is maar ook de verwarring die daarna in het hoofd van de consument kan spelen.de hiervoor in 3.7 reeds genoemde
post sale confusion. [42]
Adidas / Marca Mode II (en H&M)
Freihaltebedürfnis) alleen in aanmerking moet worden genomen bij de beoordeling van het onderscheidend vermogen van een teken. Daarentegen mag bij de bepaling van de beschermingsomvang van het uitsluitend recht met de vrijhoudingsbehoefte [47] geen rekening worden gehouden, ook niet om het begrip ‘verwarringsgevaar’ in te vullen. [48] Evenmin speelt de vrijhoudingsbehoefte een rol bij de uitleg van de beschermingsomvang van een bekend merk ingevolge de c-grond. [49]
Het aantal strepen is één van deze kenmerken en niet het enige onderscheidende element van het drie-strepenbeeldmerk, zoals H&M ten onrechte stelt.
Aan de stelling van H&M dat de afstand tussen de twee strepen, anders dan de afstand tussen de strepen bij het driestrepenbeeldmerk, niet gelijk is aan de breedte van de strepen gaat het hof voorbij, nu dat verschil zo minimaal is dat dit niet door het relevante publiek niet zal worden opgemerkt. Temeer niet nu van de gemiddelde geïnformeerde, omzichtige en oplettende gewone consument van dergelijke alledaagse consumentengoederen als sport- en vrijetijdskleding geen bijzondere oplettendheid kan worden verwacht.
Adidas / Scapa
Adidas / Shoe Branding (oppositie tegen tweestrepenmerk)
Shoe Branding / adidas (nietigverklaring driestrepenmerk)
uiterst eenvoudig”. [61]
4.Bespreking van het cassatiemiddel
.Dat adidas ter zitting in eerste aanleg heeft aangegeven dat zij haar eis wilde wijzigen door toevoeging van de woorden “
waarbij de tussenruimte tussen de strepen visueel min of meer gelijk is aan de breedte van de strepen” zou er niet aan af doen dat adidas een verbod vorderde op “
iedere verdere inbreuk, waaronder maar niet beperkt tot […]” Het oordeel van het hof is onbegrijpelijk voor zover het uitgaat van een andere lezing, aldus de klacht.
ieder gebruik van twee in kleur contrasterende parallelle verticale strepen, aangebracht over de zijkant van schouders, mouwen en broekspijpen”. Naar aanleiding van het verweer van H&M dat deze vordering te ruim was geformuleerd, heeft mr. Vos in zijn pleitnota in eerste aanleg namens adidas onder het kopje 2.1 (‘
adidas heeft belang bij een algemeen verbod’) het volgende opgemerkt:
in dezen te wijzen vonnis in de Benelux te staken en gestaakt te houden iedere verdere inbreuk op het drie-strepenbeeldmerk van adidas, waaronder (maar niet beperkt tot) ieder gebruik van een motief van twee verticaal en parallel lopende strepen, die op gelijke afstand van elkaar lopen en een gelijke breedte hebben, die zijn aangebracht over de gehele lengte van de zijkant van de schouders, mouwen en/of broekspijpen van een kledingstuk, en die zijn uitgevoerd in een met de basiskleur van het kledingstuk contrasterende kleur, waaronder (maar niet beperkt tot) het 2-strepen teken waarvan de gewraakte inbreukmakende kleding van H&M is voorzien.
beperking‘dat de tussenruimte tussen de strepen visueel min of meer gelijk is aan de breedte van de strepen’ wordt toegevoegd aan het gewijzigde petitum zoals geformuleerd in 24 van de pleitnota en dat het gevorderde onder 1 in de dagvaarding aldus wordt gewijzigd.”
de beperking‘dat de tussenruimte tussen de strepen visueel min of meer gelijk is aan de breedte van de strepen’ werd toegevoegd aan het gewijzigde petitum.
gelijke breedte, waarbij de tussenruimte tussen de strepen visueel (min of meer gelijk is) aan de breedte van de strepen”. Aangezien er twee elementen aan het verbod worden toegevoegd (‘gelijke breedte’ en ‘tussenruimte van min of meer gelijke breedte’), kan niet worden gesproken over een verruiming van het verbod.”
iedere verdere inbreuk op het drie-strepenbeeldmerk van adidas, waaronder (maar niet beperkt tot)’. Adidas zou haar vordering blijkens laatstgenoemde zinsnede niet hebben ingeperkt, maar slechts hebben aangegeven wat
onder meeronder het verbod zou vallen. Een letterlijke lezing geeft mogelijk steun aan die uitleg, maar mijns inziens verhoudt die uitleg zich niet goed met de strekking van de hiervoor weergegeven passages. Daaruit lijkt wel degelijk te volgen dat adidas de verbodsomschrijving wenste in te perken (zie het citaat uit het p-v van de comparitie in 4.6). Adidas reageerde met die passages immers op het verwijt van H&M dat het door haar gevorderde verbod te ruim was. Zo bezien paste de eiswijziging ook in haar stelling dat zij niet de intentie heeft twee-strepentekens als zodanig te monopoliseren (rov. 25, onder verwijzing naar punten 61-63 memorie van antwoord). In het zojuist geciteerde nr. 135 van haar memorie van antwoord duidt adidas de herformulering zelf ook aan als een ‘beperking’. Gelet op de zojuist geschetste gang van zaken en de door adidas gekozen formulering kon het hof meer gewicht toekennen aan de elementen die, in lijn met het partijdebat en de toelichting daarop in de memorie van antwoord, wijzen op een inperking van de verbodsvordering dan aan de – enigszins pleonastische – standaardfrase “
waaronder (maar niet beperkt tot)” waar adidas zich nu op beroept. De door het hof van die vordering gegeven uitleg is daarom niet onbegrijpelijk.
relevant kleiner” is. Er volgt uit dat de Work Out-kleding buiten de reikwijdte van de verbodsvordering valt. Dat oordeel getuigt van een enigszins strikte lezing van de vordering, maar onbegrijpelijk acht ik die lezing niet. Nu voorts niet is gesteld of gebleken dat H&M anderszins een (concrete) inbreuk maakt of dreigt te gaan maken (zie rov. 27 en 28) was niet relevant of met het tweestrepenteken inbreuk werd gemaakt op het strepenmerk
buitende reikwijdte van het gevorderde verbod. De vordering van adidas ziet daar immers niet op.
visueel min of meer gelijk aan de breedte van de strepen’ de van het tweestrepenteken voorziene Work Out-kleding nog steeds binnen de reikwijdte van haar verbodsverordening viel. De feitelijke grondslag van die vordering is immers de verkoop (in 1997) van deze kleding door H&M. Ik sluit niet uit dat adidas met de gekozen formulering de afstand tussen haar driestrepenmerk en het door H&M gebruikte tweestrepenteken heeft willen minimaliseren. In haar driestrepenmerk zijn de (i) drie strepen (ii) even breed en (iii) ‘equidistant’, [63] terwijl in de Work Out-kleding de ruimte tussen de twee strepen zichtbaar minder breed is dan de breedte van elk van de twee strepen. De wat vage formulering
visueel min of meer gelijk aan de breedte van de strepenmoest dit verschil kennelijk overbruggen [64] om te kunnen volhouden dat het beeldmerk van adidas en het teken van H&M conflicteren.
subonderdeel 1.3heeft het hof miskend dat, indien het van mening was dat het gevorderde verbod om enige reden niet voor toewijzing in aanmerking kwam, het niettemin diende te beoordelen of een meer beperkt verbod, op het gebruik van het teken zoals aangebracht op de Work Out-kleding, voor toewijzing in aanmerking kwam.
Overigens”.
nietidentiek is.
Subonderdeel 2.3richt een klacht tegen de overweging dat adidas’ stelling dat de ruimte tussen de strepen ‘visueel min of meer gelijk is’ aan de breedte van de strepen, zich slecht verhoudt met de stelling dat de merken tezamen kunnen worden aangeduid als ‘het drie-strepenmerk’. Deze klachten lenen zich voor een gezamenlijke bespreking.
een aantalregistraties niet gelijk zijn. Die stelling kon het hof verwerpen nu uitgegaan moest worden van één driestrepenmerk.
subonderdeel 3.1heeft het hof miskend dat het verwarringsgevaar
globaaldient te worden beoordeeld met inachtneming van
alle omstandigheden van het geval, welke beoordeling wat de visuele, auditieve of begripsmatige gelijkenis betreft dient te berusten op de totaalindruk die door de merken wordt opgeroepen. Daarbij moet rekening worden gehouden met de
totaalindrukdie door de merken wordt opgeroepen, rekening houdend met de
onderscheidende en dominerende bestanddelen. Het hof had meer gewicht dienen toe te kennen aan de
punten van overeenstemmingdan aan die van verschil en de wijze waarop
de gemiddelde consumentde betrokken waren waarneemt zou een beslissende rol moeten spelen, aldus nog steeds het subonderdeel.
overeenstemmende kenmerkenin zijn oordeel heeft betrokken, noch is ingegaan op de
mate van bekendheidvan het driestrepenmerk, niet heeft vastgesteld met
welk publiekrekening moet worden gehouden en evenmin de grote
soortgelijkheidvan de waren in zijn oordeel heeft betrokken.
regelmatige eenheid” vormen. Het hof heeft aldus overwogen wat naar zijn oordeel de dominerende bestanddelen zijn – de specifieke combinatie van strepen en tussenruimtes (‘het patroon’) – en gemotiveerd waarom het in dit geval meer gewicht heeft toegekend aan de verschillen (in het patroon) dan aan de overeenstemmende punten (omdat het hof deze slechts in geringe mate bepalend acht). Het hof is aldus tot het oordeel gekomen dat zich slechts een
zeer geringe matevan overeenstemming tussen de merken en het teken voordoet (rov. 30, slot), terwijl volgens de rechtspraak van het Hof van Justitie op zijn minst een
geringe matevan overeenstemming is vereist (vgl. 3.10 hiervoor).
Subonderdeel 4.2betoogt dat het hof eveneens zou hebben miskend dat voor de vraag of sprake is van een sub c-inbreuk een globale beoordeling moet worden verricht waar rekening moet worden gehouden met alle relevante omstandigheden van het geval, waaronder de mate van bekendheid en onderscheidend vermogen van het merk, de mate van overeenstemming tussen merk en teken en de aard van en de mate waarin de betrokken waren of diensten zijn gerelateerd.
Er van uitgaande”) en dus niet vastgesteld, dat het hier gaat om een bekend merk en dat het relevante publiek een verband zal leggen tussen merk en teken. Vervolgens is het, vanuit het perspectief van adidas gezien, mis gegaan op het punt van het – eveneens vereiste – ongerechtvaardigd voordeel c.q. afbreuk aan onderscheidend vermogen of reputatie. Het hof heeft aldus het juiste toetsingskader gehanteerd en niet geoordeeld dat verwarringwekkende overeenstemming is vereist.
subonderdeel 4.3is het bestreden oordeel onbegrijpelijk omdat het hof in rov. 45 (slot) overweegt dat adidas slechts heeft gesteld dat sprake is van verwarringsgevaar (welke stelling door het hof is verworpen), en aldus niet kenbaar de overige relevante omstandigheden bij zijn oordeel heeft betrokken.
Subonderdeel 4.4veronderstelt dat het oordeel van het hof aldus moet worden begrepen dat adidas aan haar sub c-vordering slechts dezelfde feiten ten grondslag heeft gelegd als aan haar sub b-vordering. Dat oordeel zou onbegrijpelijk zijn in het licht van de gemotiveerde stellingen van adidas dat ook als zich géén verwarringsgevaar voordoet, er wel sprake is van afbreuk aan onderscheidend vermogen en/of ongerechtvaardigd profiteren van het driestrepenmerk.