Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.Het middel
- de borsten van die [benadeelde] betast, en
- met die [benadeelde] getongzoend.”
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door het hof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld voor ontuchtige handelingen met een minderjarige tussen 12 en 16 jaar, waarbij het hof het betasten van borsten en het geven van een tongzoen kwalificeerde als seksueel binnendringen in de zin van art. 245 Sr Pro.
De verdachte stelde cassatie in tegen deze kwalificatie. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad concludeerde dat het hof ten onrechte het geven van een tongzoen en het betasten van borsten als seksueel binnendringen had gekwalificeerd. De Hoge Raad heeft in eerdere jurisprudentie (tongzoen II-arrest) geoordeeld dat een tongzoen niet gelijkgesteld kan worden aan geslachtsgemeenschap of een daarmee vergelijkbare ernstige inbreuk op de seksuele integriteit.
De conclusie van de AG was dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het betasten van de borsten en het tongzoenen als seksueel binnendringen moesten worden gekwalificeerd. De zaak werd daarom vernietigd en terugverwezen naar het hof Arnhem-Leeuwarden voor een nieuwe beoordeling op het bestaande hoger beroep.
Deze uitspraak benadrukt de noodzaak van een zorgvuldige en gemotiveerde kwalificatie van seksuele gedragingen binnen het strafrecht, waarbij de ernst van de inbreuk op de seksuele integriteit expliciet moet worden betrokken.
Uitkomst: Arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting wegens onjuiste kwalificatie van de gedragingen als seksueel binnendringen.