ECLI:NL:PHR:2021:296
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens ontbreken weerwoord verdachte
De verdachte werd bij verstek veroordeeld door de politierechter wegens diefstal met valse sleutels en stelde hoger beroep in via een advocaat die daartoe bepaaldelijk gemachtigd was. Het hof verklaarde de verdachte niet-ontvankelijk in hoger beroep omdat zij geen schriftuur met grieven had ingediend noch mondeling bezwaar maakte, terwijl zij ook niet aanwezig was bij de zitting.
De verdachte voerde in cassatie aan dat zij niet op de hoogte was van het vonnis en het hoger beroep, dat zij niet in eigen tegenwoordigheid was berecht en dat dit een schending van haar aanwezigheidsrecht en recht op inhoudelijke behandeling opleverde. De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht uitging van de juistheid van de volmacht van de advocaat en dat van de verdachte verwacht mocht worden dat zij weerwoord gaf. Het ontbreken daarvan rechtvaardigt niet-ontvankelijkverklaring.
Verder werd geoordeeld dat het aanwezigheidsrecht niet absoluut is en dat bij verstekbehandeling voldoende inspanningen moeten zijn gedaan om de verdachte te informeren. In deze zaak was de dagvaarding rechtsgeldig betekend en was de verdachte niet ingeschreven in de BRP, waardoor het hof het algemeen belang bij spoedige berechting zwaarder mocht laten wegen. Ook het recht op inhoudelijke behandeling in hoger beroep wordt niet geschonden door niet-ontvankelijkverklaring wegens ontbreken grieven.
De middelen van cassatie werden verworpen en het beroep werd afgewezen. De Hoge Raad bevestigde daarmee de rechtspraak over het grievenstelsel, het aanwezigheidsrecht en de ontvankelijkheid in hoger beroep.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; het hof heeft de verdachte terecht niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens het ontbreken van weerwoord.