Conclusie
1.Procesverloop
om 10.00 uur.
2.Bespreking van het cassatiemiddel
toelichting onder 1bevat de klacht dat de overwegingen innerlijk tegenstrijdig zijn. De rechtbank overweegt eerst dat betrokkene door diverse hulpverleners en haar advocaat is geïnformeerd over de zitting. Zij overweegt vervolgens dat de advocaat heeft geprobeerd om met betrokkene in contact te komen en dat het hulpverleningsinstanties
ook niet is geluktis om met haar in contact te komen. Nu het de advocaat en de hulpverleners niet is gelukt om met betrokkene contact te krijgen, is volgens de klacht niet duidelijk hoe zij haar hebben kunnen informeren over het tijdstip van de zitting en de wijze van behandeling van het verzoek. Ook maakt de rechtbank volgens de klacht niet duidelijk waarop zij haar oordeel dat betrokkene niet bereid was zich te doen horen, baseert. Volgens de
toelichting onder 2blijkt uit het proces-verbaal evenmin dat de advocaat of hulpverleners met betrokkene contact hebben gehad en haar op de hoogte hebben gesteld van de zitting.
toelichting onder 3vindt het oordeel dat betrokkene een schriftelijke oproep voor de behandeling heeft ontvangen, geen steun in de gedingstukken. Daarbij wordt opgemerkt dat de oproepingsbrief niet aangetekend is verzonden. Zelfs als betrokkene de oproep heeft ontvangen, dan is het volgens de toelichting nog maar de vraag of zij ook had moeten begrijpen wat er aan de hand is en wat er gaat gebeuren. De toelichting wijst er daarbij op dat de mondelinge behandeling in verband met het coronavirus niet bij betrokkene – op dat moment 67 jaar oud – thuis zou plaatsvinden maar via telehoren. Niet blijkt dat de rechtbank betrokkene heeft uitgenodigd om naar de rechtbank te komen, waar, zo wordt betoogd, de mogelijkheid bestaat een zitting te houden in een tegen corona beschermde situatie.
toelichting onder 4wordt ingegaan op de hoorplicht. De toelichting herhaalt dat voor het oordeel dat betrokkene niet bereid was zich te doen horen, geen steun kan worden gevonden in de gedingstukken. Betoogd wordt dat de rechtbank de behandeling had moeten aanhouden teneinde betrokkene alsnog behoorlijk op te roepen en in staat te stellen te worden gehoord. Daarbij wordt opgemerkt dat er geen crisissituatie was. Als dat het geval was geweest, dan was ten aanzien van betrokkene wel een crisismaatregel genomen, aldus de toelichting.
toelichting onder 5wordt een passage geciteerd uit de memorie van toelichting op de Tijdelijke wet Covid-19 Justitie en Veiligheid. Deze passage wordt hieronder in alinea 2.9 weergegeven.
toelichting onder 6wordt een klacht gericht tegen de opmerking in rov. 1.2 dat namens betrokkene geen bezwaar is gemaakt tegen het behandelen van de zaak via telehoren. Geklaagd wordt dat deze overweging onjuist is, nu betrokkene niet is gehoord; zij kon derhalve zelf geen bezwaar maken. In de toelichting wordt de vraag gesteld of er redenen waren om betrokkene door middel van telehoren te horen. Gesuggereerd wordt dat de mondelinge behandeling ook op de rechtbank had kunnen plaatsvinden, “waar zittingszalen
coronaproofzijn gemaakt”.
tevensop andere wijze geschiedt dan door plaatsing in de Staatscourant. De oproeping van overige (nog) niet in de procedure verschenen belanghebbenden geschiedt door de griffier bij aangetekende brief, tenzij de rechter anders bepaalt. Als de betrokken belanghebbende moeilijk per post te bereiken is, kan er voor de rechter reden zijn om van deze bevoegdheid gebruik te maken en (ook) een andere wijze van uitreiking te bepalen. [8] Dat een betrokkene geen bekende verblijfplaats heeft, moeilijk te achterhalen is, dat het aan hemzelf te wijten is dat hij niet kon worden bereikt, dat hem rechtsmiddelen ten dienste stonden om tegen de beslissing op te komen, zijn omstandigheden die in de jurisprudentie niet zijn geaccepteerd als reden om een oproeping achterwege te laten. [9] In één geval is geoordeeld dat het sturen van een oproep achterwege kon blijven. In dat specifieke geval waren de bescherming tegen ernstig gevaar en de korte beslistermijn van drie dagen (in samenhang met het gegeven dat de verblijfplaats van de betrokkene onbekend was) doorslaggevend voor het in stand laten van het oordeel van de eerste rechter dat uitreiking van de oproeping achterwege kon blijven. [10]
nietin fysieke aanwezigheid zal plaatsvinden, niet kan worden volstaan met een oproeping per gewone post. In dat geval zal de oproeping naar mijn mening in elk geval per aangetekende brief moeten plaatsvinden, om zoveel als mogelijk is te waarborgen dat de betrokkene de oproeping ook ontvangt. Dat is in deze zaak niet gebeurd.
Cisco Meeting Server. In de oproepingsbrief was dit niet uitdrukkelijk vermeld. Evenmin stond in de brief op welke wijze toegang kon worden gekregen tot de (online) zitting, bijvoorbeeld via een e-mailadres en/of een inlogcode. De passage in de brief “Ik verzoek u dan ook op voornoemde datum en tijdstip aanwezig te zijn” had zonder plaatsaanduiding niet veel betekenis. Dat in de oproepingsbrief de telefoonnummers van de toegewezen advocaat en de rechtbank waren vermeld gaf een aanwijzing, maar is naar mijn mening niet voldoende. In het algemeen is al veel gevraagd dat een alleenwonende (oudere) psychiatrische patiënt zelf het initiatief zou moeten nemen om contact te leggen met een advocaat of met de rechtbank teneinde te vernemen hoe zij op de genoemde datum daadwerkelijk zou kunnen worden gehoord. In dit geval klemt dit bezwaar temeer, omdat de rechtbank uit de overgelegde stukken kon weten in welke hulpbehoevende toestand betrokkene zich bevond; over de bij betrokkene aanwezig veronderstelde digitale vaardigheden en internettoegang heb ik het dan nog niet eens.
Cisco Meeting Server– komt de rechtbank niet meer toe aan de vraag of de betrokkene rechtsgeldig is opgeroepen. Indien de betrokkene niet ter zitting verschijnt, kan de rechter wel constateren dat de oproeping rechtsgeldig is geschied, maar daarmee is nog niet voldaan aan het in art. 6:1 Wvggz Pro neergelegde vereiste dat de betrokkene wordt gehoord tenzij deze niet bereid is zich te laten horen.
track & tracekan worden achterhaald wat daarmee is gedaan, en in die brief had, in verband met het voorgenomen telehoren, concretere informatie moeten staan. Het oordeel dat betrokkene de verzonden oproep voor de mondelinge behandeling heeft ontvangen, behoefde nadere motivering, omdat uit de overgelegde gedingstukken daaromtrent niets blijkt.
online) ter zitting verschenen. Met de steller van het middel ben ik van mening dat uit de gedingstukken niet blijkt waarop de vaststelling van de rechtbank is gebaseerd dat betrokkene door de advocaat en hulpverleners is geïnformeerd over (de wijze waarop zij kon deelnemen aan) de zitting en dat zij niet bereid was zich te doen horen. De identiteit van die hulpverleners is niet bekend en evenmin de tijd en de wijze waarop betrokkene zou zijn geïnformeerd. Bovendien klaagt het middel terecht dat hetgeen de rechtbank heeft overwogen in rov. 1.5 innerlijk tegenstrijdig is. Uit de woorden “is het ook niet gelukt” kan worden afgeleid dat daadwerkelijk contact met betrokkene is uitgebleven. Uit het proces-verbaal blijkt ook niet wat de (verondersteld) ondernomen pogingen precies inhielden. De vermelding in het proces-verbaal dat de rechtbank heeft geprobeerd om telefonisch contact te leggen met betrokkene maar dat dit niet is gelukt, acht ik onvoldoende om dit tekort op te heffen.
behoorlijk(aangetekend en met de juiste informatievoorziening) te laten oproepen teneinde haar in staat te stellen te worden gehoord. Daarbij speelt mee, zoals het middel met juistheid opmerkt, dat van een (echte) crisissituatie op dat moment geen sprake was.