Conclusie
Nummer20/01047
Nadere bewijsoverweging:
Anders dan het cassatiemiddel aanvoert is de in het onder 2.3 weergegeven arrest bedoelde bijzondere situatie niet aan de orde.”
Parket bij de Hoge Raad
Op 2 juli 2017 pleegden twee verdachten samen een diefstal met geweld op de Magere Brug te Amsterdam, waarbij de passagier van een scooter met kracht een tas van het slachtoffer trok, waarna de bestuurder met hoge snelheid wegreed. De verdachte werd door het hof veroordeeld tot een taakstraf en een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf.
De verdachte stelde in cassatie dat het bewijs van medeplegen onvoldoende was, omdat niet was vastgesteld dat hij vooraf bewust had samengewerkt. De Hoge Raad oordeelde dat voor medeplegen geen voorafgaande afspraak vereist is; een stilzwijgende en bewuste samenwerking op het moment van het feit volstaat.
Het hof had geoordeeld dat de verdachte als bestuurder van de scooter de ruk aan de tas goed moest hebben gevoeld en dat zijn gedrag na het feit (wegrijden met de medeverdachte en de buit) duidt op bewuste samenwerking. Dit oordeel is niet onbegrijpelijk en sluit aan bij de jurisprudentie over medeplegen.
De Hoge Raad verwierp het middel en bevestigde de veroordeling, waarbij ook de literatuur en eerdere arresten werden aangehaald ter ondersteuning van het oordeel dat medeplegen ook kan bestaan zonder voorafgaande planning, mits sprake is van nauwe en bewuste samenwerking tijdens het strafbare feit.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; verdachte is medepleger van diefstal met geweld en veroordeeld tot taakstraf en voorwaardelijke gevangenisstraf.