Conclusie
Nummer 19/04507
eerstemiddel klaagt dat de bewezenverklaring niet uit de gebezigde bewijsmiddelen kan volgen, althans in strijd is met (hetgeen het hof heeft vastgesteld in) een aantal gebezigde bewijsmiddelen. Derhalve zou de bewezenverklaring onvoldoende met redenen zijn omkleed.
Bewezenverklaring, bewijsmiddelen, bewijsoverweging en onderdelen pleitnota
1. Een proces-verbaal informatief gesprek mensenhandel met [slachtoffer] , (…) van 19 oktober 2015, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , (…).
[e-mailadres], Prullenbak 2015
Inleiding
Sub 1
[betrokkene 2]zijn woning; cliente had haar eigen woning. Ze verbleef echter wel vaak in Ridderkerk. Op dat moment was cliente
geenszinsop de hoogte van de situatie rondom [slachtoffer] . Het bieden van onderdak, daarbij wetende dat een betrokkene in de prostitutie werkt, is niet strafbaar.
geholpenmet het (laten) maken van seksueel getinte foto's (ook vierde gedachtestreepje). [slachtoffer] vroeg dit aan cliente, omdat zij hiermee bekend was. Op de vraag waar bepaalde foto's van [slachtoffer] zijn gemaakt, heeft cliente het volgende geantwoord
: "In de [c-straat] . Een fotograaf, dat vroeg [slachtoffer] aan mij speciaal. (...) ze had mijn foto 's gezien en had gevraagd of ze ook zulke foto 's kon krijgen. Ik heb toen een fotograaf gebeld."
haarverzoek en niet, zoals [slachtoffer] heeft verklaard op verzoek van [medeverdachte 4] . "(v)
De advertentie in Ridderkerk, wie heeft die gemaakt?(a)
Dat was [verdachte] omdat [medeverdachte 4] dat aan haar gevraagd had."Het eerste contactmoment tussen cliente en [medeverdachte 4] was pas op 29 oktober 2016
(BFK: ik begrijp 2015). [slachtoffer] had toen al een paar dagen gewerkt (met andere woorden: de advertentie was toen al in de lucht). Haar verklaring is (op dit punt) dan ook ongeloofwaardig. [slachtoffer] heeft dit aan cliente gevraagd, omdat zij op dat moment (al jaren) in de prostitutie-wereld zat en wist van de hoed en de rand. Cliente heeft over het opwaarderen verklaard dat zij een telefoonabonnement had en [slachtoffer] niet (en derhalve niet zelf kon bellen om de advertentie op te laten waarderen). Overigens heeft [slachtoffer] ook op andere gebieden hulp gevraagd bij cliente, zoals op het gebied van afvallen.
haarverzoek - af en toe geholpen met het bijhouden van de administratie (tiende gedachtestreepje).
alsmedevan misbruik van een kwetsbare positie. "
Verdachte wist dat [slachtoffer] verstandelijk beperkt was, dat zij psychische problemen had en dat zij tot over haar oren verliefd was op [medeverdachte 4] . Verdachte moet onder deze omstandigheden op zijn minst hebben begrepen dat [slachtoffer] niet haar eigen keuzes maakte en dat zij door [medeverdachte 4] werd misleid." Cliente wist dat [slachtoffer] , net als zij zelf, met psychische problemen kampte. Ze wist echter niet dat [slachtoffer] verstandelijk beperkt was. Dit blijkt ook niet uit het dossier. Wel volgt uit het dossier dat er stukken zijn aangetroffen in de tas van een
medeverdachtemet daarin een indicatiebesluit van [slachtoffer] waarin staat dat zij geen sociale zelfredzaamheid heeft en geheel afhankelijk is van begeleiding. Met die stukken was cliente niet bekend (dit volgt uit de verklaringen, noch uit de uitgewerkte WhatsApp-berichten). [slachtoffer] zelf heeft verklaard dat ze enkele medeverdachten stukken over haarzelf, haar IQ en haar psychische stoornissen heeft laten lezen; daarbij spreekt zij
nietover cliente.
in de gaten gehouden" (twaalfde gedachtestreepje). Zo heeft [slachtoffer] ten overstaan van de politie verklaard dat zij "
kon gaan en staan waar zij wilde". Ten overstaan van de rechter-commissaris heeft zij aangegeven dat zij zelf kon bepalen wanneer zij naar buiten ging en waar naartoe. Met deze verklaringen in het achterhoofd kan ik de opmerking van de advocaat-generaal dat cliente "
[slachtoffer]controleerde" geenszins plaatsen. Voorts heeft [slachtoffer] in het verhoor bij de rechter-commissaris het volgende verklaard: "(v)
Als je niet met klanten was in het huis bij [betrokkene 2] en [verdachte] , wat deed je dan?(a)
Ik zat op de computer, of was beneden of ging naar buiten". "
Ridderkerk was gewoon relaxed."
binnen welke tijden zij haar werkzaamheden in de prostitutie moest verdienen" (zevende gedachtestreepje). Cliente stelde een woning ter beschikking, maar na 20:00 uur wilden zij geen vreemden meer in huis. Een niet meer dan redelijk verzoek. Dit was een afspraak die cliente met [slachtoffer]
zelfheeft gemaakt en niet via anderen. Dit volgt ook niet uit het dossier.
"(...) zij vertelde dat ik niet hoefde te werken als ik dat niet wilde." Dit heeft cliente ook verklaard ten overstaan van de politie: "
Als ze niet wilde werken hoefde ze niet te werken." (…)
geenberichtje ontvangen waaruit bepaalde prijsafspraken volgen.
moestwerken in de prostitutie (derde gedachtestreepje). Ook heeft cliente [slachtoffer] nooit bewogen seksuele handelingen met klanten te ondergaan (elfde gedachtestreepje). Sterker nog; cliente heeft [slachtoffer] op haar hart gedrukt dat zij "
baas over haar eigen lichaam" is.
Het eerste middel
BFK: verdachte) en dat zij niet wist ‘welk telefoonnummer daar in stond’ (bewijsmiddel 4). In de verklaring die aangeefster op 1 februari 2016 heeft afgelegd, verklaart zij vervolgens dat de verdachte die advertentie gemaakt had ‘omdat [medeverdachte 4] (
BFK: medeverdachte [medeverdachte 4]) dat aan haar gevraagd had’ (bewijsmiddel 5). In de verklaring die aangeefster op 9 november 2016 bij de rechter-commissaris heeft afgelegd heeft zij verklaard dat de verdachte de telefoon deed als zij zich niet goed voelde. Zij sprak dan niet af met klanten maar voelde zich ‘wel goed genoeg om betaalde seks te hebben’. De vraag of er foto’s van haar zijn gemaakt in uitdagende posities beantwoordt aangeefster bevestigend, de vraag of zij daar zelf om gevraagd heeft beantwoordt zij ontkennend. De verdachte maakte de advertenties volgens aangeefster en zorgde volgens haar elke dag voor een upgrade (bewijsmiddel 7). Uit de appberichten blijkt voorts dat de verdachte op 29 oktober 2015 aan [medeverdachte 4] appt dat zij goede foto’s (van aangeefster) nodig heeft ‘om te werken’ en dat zij ‘moet afwisselen van die foto’s’. Twee dagen later geeft de verdachte door dat zij ‘blote foto’s nodig’ heeft en dat de foto’s ‘nu klaar’ zijn. Op 15 november 2015 geeft de verdachte aan [medeverdachte 4] door dat zij hem de foto’s ‘van de shoot’ wil sturen (bewijsmiddel 13). De voor het bewijs gebezigde verklaring die de verdachte ter terechtzitting in eerste aanleg heeft afgelegd houdt in dat zij ‘een advertentie (heeft) gemaakt voor [slachtoffer] ’; heeft ‘geregeld dat er foto’s van haar werden gemaakt’; ‘de werktelefoon (heeft) opgenomen als [slachtoffer] even boven was’ en ‘de advertentie (heeft) opgewaardeerd op haar verzoek’ (bewijsmiddel 15). Bij de politie had de verdachte op 2 maart 2016 reeds verklaard dat de foto’s van aangeefster zijn gemaakt door een fotograaf en dat zij de advertentie had opgewaardeerd (bewijsmiddel 17).
BFK: bij, zo begrijp ik, de verhuizing). En zij meldt aan [medeverdachte 4] dat aangeefster die avond drie afspraken heeft staan en dat zij de vorige dag vijf klanten heeft gehad. De volgende dag hebben [medeverdachte 4] en de verdachte weer contact. Daarbij gaat het over foto’s (
BFK: ten behoeve van advertenties op sekssites). Op 15 november 2015 hebben [medeverdachte 4] en de verdachte contact over foto’s van aangeefster en advertenties (bewijsmiddel 13). In de verklaring die de verdachte ter terechtzitting van de rechtbank van 8 december 2016 heeft afgelegd, is zij onder meer ingegaan op de inhoud van een appbericht en heeft zij aangegeven dat zij [medeverdachte 4] daarin vroeg ‘of hij een andere dag wilde komen, zodat [slachtoffer] langer kon werken’ (bewijsmiddel 15). In de verklaring die de verdachte op 2 maart 2016 bij de politie had afgelegd, verklaarde zij over afspraken met betrekking tot de prostitutiewerkzaamheden van aangeefster, inhoudend ‘dat er niet gewerkt werd in het weekend en ook niet tot laat’. De verdachte verklaart dat zij die afspraak met aangeefster heeft gemaakt (bewijsmiddel 17).
Het tweede middel
TOELICHTING MATERIELE SCHADE VAN [slachtoffer]
(BFK: 2015).
Noodzakelijkerwijs is het toe te kennen bedrag een inschatting van de geleden schade. Harde gegevens met betrekking tot het aantal uren dat gewerkt is, het aantal klanten dat per dag werd ontvangen en de inkomsten die daarmee werden verdiend, zijn immers niet voorhanden.
€ 5500,- tenminste redelijk.
datcliente geld zou hebben ontvangen. Als er al een afspraak zou zijn gemaakt, hetgeen door cliente uitdrukkelijk wordt betwist, is uit het dossier niet te destilleren
watdie afspraak zou zijn. De benadeelde partij vult nu in dat cliente hoofdelijk aansprakelijk zou zijn voor een bedrag van EUR 1000, maar dat is gissen en dat lijkt mij niet de bedoeling. “
Vermogensschade bestaat uit de daadwerkelijke verandering die het vermogen van de benadeelde partij door het strafbare feit heeft ondergaan. Uitgangspunt is dus de vergoeding van de concreet geleden schade”.Behandeling van dit deel van de vordering levert een onevenredige belasting van het strafproces. Meer gedegen onderzoek voor nodig. Ik verzoek uw hof om de benadeelde partij voor wat betreft dit deel niet te ontvangen.’
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]
de periode in Ridderkerkvan 24 oktober 2015 tot en met 13 november 2015 (3 weken). Het aantal door de benadeelde partij gewerkte dagen wordt door het hof, uitgaande van 5 werkdagen per week, geschat op 15 dagen en
de periode in Rotterdamvan 14 november 2015 tot en met 18 december 2015 (5 weken). Het aantal door de benadeelde partij gewerkte dagen wordt door het hof, uitgaande van 5 werkdagen per week, geschat op 25 dagen.
NJ2019/379 m.nt. Vellinga, heeft uw Raad onder meer overwogen (met weglating van een voetnoot):
(…)
NJ2020/409 m.nt. Ten Voorde. Indien Uw Raad van oordeel is dat de eerste deelklacht slaagt, dient de duur voorts te worden verminderd.