ECLI:NL:PHR:2021:590
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging zorgmachtiging wegens onvoldoende hoorplicht betrokkene onder Wvggz
In deze zaak heeft de rechtbank Rotterdam op 6 januari 2021 een zorgmachtiging verleend aan betrokkene zonder hem zelf te horen. Betrokkene was ambulant behandeld en verscheen niet bij de mondelinge behandeling, waarbij alleen zijn advocaat aanwezig was. De rechtbank stelde vast dat betrokkene niet bereid was zich te doen horen, maar onderzocht niet of betrokkene correct was opgeroepen of op de hoogte was van de zitting.
De officier van justitie had een zorgmachtiging gevraagd voor zes maanden, waarbij verplichte zorg bestond uit medicatie en beperkingen in vrijheid, maar niet voor opname of insluiting. Betrokkene stelde cassatie in tegen het oordeel dat hij niet bereid was zich te laten horen, omdat de rechtbank niet had onderzocht of hij daadwerkelijk op de hoogte was van de zitting en niet had geprobeerd hem telefonisch te horen.
De Hoge Raad stelt dat de rechter zich persoonlijk moet vergewissen of betrokkene bereid is zich te laten horen, en dat alleen bij een afdoende onderzoek en vaststelling van onwil van betrokkene kan worden afgezien van het horen. De rechtbank had onvoldoende onderzoek gedaan naar de bereidheid van betrokkene, terwijl uit correspondentie bleek dat betrokkene telefonisch gehoord kon worden. Daarom wordt de beschikking vernietigd en de zaak terugverwezen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking wegens onvoldoende onderzoek naar de bereidheid van betrokkene om zich te laten horen en verwijst de zaak terug.